Plus

Osdorpse Osseknarren blijven koppig carnaval vieren

Het wordt elk jaar minder en moeilijker, maar de Osseknarren uit Osdorp blijven koppig carnaval vieren. Dit jaar letterlijk tot de laatste snik: prins Dorus de Eerste is ernstig ziek.

In blauwe outfit: Theo Schoutsen alias prins Dorus de Eerste.Beeld Dingena Mol

Het is sowieso een wonder dat ze nog bestaan. De Bokkenbekken, de Ankerlichters, de Bullekes boven 't IJ, de Geuzenkneuters: de ene na de andere carnavalsvereniging in Amsterdam viel in de loop van de jaren om, met gebrek aan belangstelling als doodsoorzaak. De Osseknarren in Osdorp blijven als laatst overgebleven vereniging koppig doen waar ze 46 jaar geleden mee begonnen: carnaval vieren.

Dat wordt elk jaar moeilijker, zegt voorzitter Peter van Velzen in de bestuurskamer van de Ossestal. "Tijdens onze vergadering in april hakken we nu al een paar jaar achter elkaar de knoop door: kan het nog of kan het niet meer? En wat doen we nog? De interesse voor het kindercarnaval liep zo hard terug dat we daarmee zijn gestopt. De optocht doen we ook niet meer. Het werd te veel werk om de wagens te versieren."

Dat de Osseknarren nog bestaan, met een harde kern van twintig tot dertig leden, heeft te maken met de feestzaal die dertig jaar geleden werd verworven. De Ossestal, nabij de Osdorper Ban, wordt het hele jaar door verhuurd voor bruiloften en bingo's, waarbij de gebruikers wel de uitbundige carnavalsversiering voor lief moeten nemen: die blijft het hele jaar hangen. "Dankzij die inkomsten kunnen we carnaval vieren," legt de voorzitter uit. "Van de contributie moeten we het niet meer hebben."

Sleutels overhandigen
Buiten de Ossestal is de belangstelling voor het feest vrijwel verdwenen, merken de overgebleven Osseknarren. "Toen we begonnen, maakten we een krantje met betaalde advertenties," zegt Van Velzen. "Tijdens de optocht gingen we al die winkels af. Van de prins kregen ze in de zaak een onderscheiding. Nu zijn alle winkeliers in de omgeving halal. Die mensen hebben helemaal niets met carnaval."

Ook bij het stadsdeelbestuur lijkt de belangstelling te verflauwen. De bestuurders van de carnavalsvereniging merkten dat de overhandiging van de sleutels van het stadsdeel - een symbolisch belangrijk moment in de carnavalsvierderij - een verplicht nummer werd. "Vroeger werden we ontvangen met een kratje pils en een blokje kaas. De laatste jaren was het alsof we een bouwvergunning kwamen aanvragen."

Dit jaar leek de overhandiging zelfs helemaal niet door te gaan. Op het stadsdeelkantoor was geen verzoek ontvangen, binnen de vereniging ging het verhaal dat alle betrokken bestuurders en ambtenaren met griep op bed lagen. Een verzoek van deze krant om opheldering leidde ertoe dat bestuurscommissielid Jeroen Mirck vrijdagavond alsnog de sleutels van Nieuw-West naar de Ossestal kwam brengen.

Het is een Amsterdams probleem, stellen de Osseknarren vast. Het is een goede traditie dat in de carnavalsweek bezoeken worden afgelegd aan bevriende verenigingen, en daar lukt het wel. In de Bollenstreek, waar de Graafstokken zitten, kunnen ze van feestzaal naar feestzaal. De Haringhoppers in Enkhuizen? Gekkenhuis! Zelfs de Oostvaarders in Lelystad trekken meer bezoekers met hun activiteiten.

Het gevoel van malaise wordt dit jaar nog verder versterkt door het slechte nieuws dat de nieuwe prins van de vereniging kort voor de jaarwisseling van zijn arts te horen kreeg. Theo Schoutsen alias prins Dorus de Eerste bleek een zeer ernstige ziekte onder de leden te hebben. "Ik heb geen moment getwijfeld over het carnaval," zegt de prins. "We gaan door tot de laatste snik."

Morfine
Maar zwaar waren de laatste dagen wel voor de prins, zegt voorzitter Van Velzen. "Theo heeft een paar keer eerder moeten afhaken omdat het gewoon niet meer ging. Hij heeft nu de morfine ontdekt en daarmee is het allemaal wat beter te doen." Tijdens de activiteiten wordt prins Dorus voortdurend omringd door enkele leden van de raad van elf die hem in de gaten houden en ingrijpen als het te zwaar wordt.

Ziekte kan iedereen treffen, maar de kans wordt groter met een vergrijsd ledenbestand. Schoutsen is boven de tachtig, zoals veel van de knarren. Van Velzen: "We hebben in de aanloop naar het carnaval met elkaar de scenario's doorgenomen. Wat doen we als de prins tijdens de carnaval het loodje legt? Meteen afblazen, was de afspraak, maar het zijn natuurlijk rare gesprekken voor een carnavalsvereniging."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden