PlusInterview

Oranjecoach Mark Parsons: ‘Voetbal is mijn passie, mijn hartslag, mijn benzine, mijn doel’

Bondscoach Mark Parsons vorige maand, bij een wedstrijd tegen Belarus. Parsons is de opvolger van succescoach Sarina Wiegman. Beeld Pro Shots/Remko Kool
Bondscoach Mark Parsons vorige maand, bij een wedstrijd tegen Belarus. Parsons is de opvolger van succescoach Sarina Wiegman.Beeld Pro Shots/Remko Kool

Bondscoach Mark Parsons gaat met de Nederlandse voetbalvrouwen op jacht naar titelprolongatie op het EK, dat woensdag begint. Een interview met de Brit, die het coachen al op jonge leeftijd leuker vond dan zelf voetballen. ‘Ik weet hoe het eruitziet als iemand de kantjes er vanaf loopt qua verdedigen – dat was ik.’

Tim Reedijk en Lisette van der Geest

Toen Mark Parsons (35) een jaar of tien was en ontdekte dat hij goed kon voetballen, vroeg hij zijn vader: “Pap, waarom ben ik hier zo laat mee begonnen?” Zijn vader antwoordde met een geamuseerde zucht. “Mark, we lieten je al voetballen toen je zes was, maar toen was je drukker met het plukken van madeliefjes, in het midden van het veld.”

Nu zit de man die ooit bloemetjes uit een voetbalveld trok in een vergaderkamer op het grootste voetbalcomplex van Nederland, en spreekt vurig over het spel dat sinds zijn tienerjaren zijn leven beheerst. “Het is mijn passie, mijn hartslag, mijn benzine, mijn doel,” zegt de Brit in Zeist. “Er is maar één ding dat daarboven staat: mijn vrouw en mijn dochter.”

Parsons maakt zich op voor zijn eerste eindtoernooi als bondscoach van Nederland, sinds hij in september vorig jaar succescoach Sarina Wiegman opvolgde. In januari vestigde hij zich voltijd in Zeist, in een appartement dichtbij de KNVB-campus. Zijn dagelijkse route naar werk beslaat een minuut of tien wandelen door de bossen: “I love it.” Ondertussen wonen zijn vrouw en dochter in Engeland, in de buurt van familie.

Leeftijd zegt niet alles

De bondscoach staat bij zijn speelsters bekend als workaholic, lijkt altijd met voetbal bezig te zijn en zegt tijdens het gesprek meermaals dat hij deze zomer wil dat het Nederlands team boven verwachting presteert, gevolgd door: “Het doel is winnen.”

Soms beginnen mensen over zijn leeftijd. “Oh, 35?” hoort hij dan. “Je bent erg jong.” Maar wat zegt leeftijd, vraagt hij zich af, als je al zeventien jaar – in zijn woorden – nietsontziend en vol overgave, ‘ongebruikelijk’ veel uren maakt?

Na een lachje: “Nee, ik voel me niet jong. En als je kijkt naar het aantal voetbaluren dat ik heb gemaakt, dat is belachelijk. Laatst sprak ik iemand van in de dertig en ik vroeg: ‘Hoe lang coach je?’ Ik zei dat ik niet geïnteresseerd was in zijn leeftijd, dat zegt me niks. Andersom zegt het ook niet alles, het is ook anders als je als coach bijvoorbeeld tien jaar lang hetzelfde doet.”

De professionele coachcarrière van Parsons begon al op zijn achttiende bij Chelsea. Bij de vrouwentak van de Engelse voetbalclub was hij onder meer verantwoordelijk voor de academie en de beloften. Daarna vertrok hij naar Amerika, waar hij de vrouwen van DC United coachte, drie seizoenen hoofdtrainer was van Washington Spirit en vervolgens aan het roer stond bij de topclub Portland Thorns. Van september tot en met november combineerde hij het bondscoachschap met die baan, een veelbesproken en bekritiseerde duofunctie. Inmiddels is hij voltijd bezig met het Nederlands elftal.

Meestbezochte team ter wereld

Onlangs werd de Brit gevraagd naar zijn droom – als bondscoach, in het leven. Parsons had geen antwoord paraat. “Ik kon nooit dromen dat ik zes jaar lang als profcoach zou werken in Amerika, in een land én een stad waar het vrouwenvoetbal hoog in aanzien staat. Ik kon niet dromen dat ik in Portland aan de slag zou gaan, bij het meestbezochte voetbalteam ter wereld, waar elke week 25.000 mensen zouden kijken. Elke winkel die ik inliep hoorde ik: ‘Hé, coach, succes dit weekend!’ Zo’n scenario dromen leek onmogelijk. En ik kon ook niet dromen dat ik een van dé topteams van de wereld zou coachen als bondscoach, als eerste buitenlander ooit. Maar ik heb behaald wat zelfs geen droom kon zijn.”

En toch: doelen stelt hij wel, vertelt hij, onderbroken door een verontschuldiging voor het ‘zo lang en gedetailleerd antwoorden’ – een excuus dat hij deze middag vaker zal herhalen. Parsons neemt de tijd, weidt uit en vult zichzelf regelmatig aan. “Ik ben iemand die in het nu leeft. Ik wil dit team succesvol laten zijn deze zomer, bij het EK. Maar ik denk dat het team voor flinke uitdagingen stond, de afgelopen acht maanden.”

Covid beperkte het speel- en trainingsschema en Oranje kreeg te maken met veel blessures, bij belangrijke speelsters als Lieke Martens en Daniëlle van de Donk. “Ik weet niet of een nationaal team ooit zo veel veranderingen meemaakte als wij.”

Ander team dan zijn vader

Zelf was Parsons in zijn tienerjaren middenvelder, ernaar strevend om anderen de ‘perfecte pass’ te geven. “Ik was niet goed in verdedigen en daarin ook niet geïnteresseerd. Dat maakt mij een verschrikkelijke coach, want ik weet hoe het eruitziet als iemand er de kantjes vanaf loopt qua verdedigen. Ik weet hoe iemand die dat niet leuk vindt zich gedraagt, want dat wás ik. Mensen die datzelfde hebben overleven bij mij niet. Ik ruik het, ik voel het.”

Op zijn veertiende vroeg een buurman, van oorsprong een rugbyspeler, hem om hulp bij het coachen van het plaatselijke (jongens)voetbalteam onder 11 jaar. “Hij wist dat ik een goede speler was en ik dacht: tuurlijk, ik help.” Niet wetende dat hij daarmee het einde van zijn eigen carrière óp het veld inzette, omdat hij coachen al snel leuker begon te vinden dan zelf spelen.

“Rond mijn zestiende had ik een halve finale, erg belangrijk dus, maar dat team waar ik in die twee jaar als coach bij was gebleven, had ook een halve finale. Dus waar ging ik naartoe..?” Inderdaad: het team dat hij coachte.

Zijn liefde voor Chelsea, waar zijn professionele coachcarrière dus begon, werd ooit geboren uit de drang zijn vader uit te dagen. Vader Parsons was namelijk een Manchester Unitedfan en toen de club het in 1994 tegen Chelsea op moest nemen in de finale van de FA Cup, besloot zijn zoon voor het andere team te juichen.

Praten over emoties

Van het voornemen kwam niet veel terecht, ontdekte de 8-jarige Mark toen hij met nog twee minuten te gaan wakker werd en zag dat zijn club vier doelpunten achterstond. “Mijn vader zei: o, jij support Chelsea nog steeds? Mijn koppige kant antwoordde. Zo werd en bleef ik een Chelsea-fan.”

Onder het mom van een tandarts- of doktersafspraak bezocht hij als jochie open trainingen met zijn vader. “Ik vond het adres en de aankondiging dan in de krant en pushte mijn vader, het kwam altijd bij mij vandaan, nooit andersom.”

Toen hij bij Chelsea aan de slag ging, was dat eerst in de jeugd, bij kampen en opleidingen, later raakte hij geïnspireerd door andere coaches bij Chelsea en maakte de overstap naar de vrouwen. “Er is in de tussentijd veel veranderd, maar wat ik toen opmerkte was dat vrouwelijke spelers meer wilden leren en beter waren in luisteren. Zij wilden onderdeel zijn van het proces. Dat sprak mij als jonge coach aan. Bij jongens: geef ze een bal en ze gaan. Ze rennen. Ze vragen: ‘Wat doen we? Waar wil je me hebben? Oké.’ Er is geen: ‘waarom?’ en ‘hoe’?

“Vrouwen praten ook makkelijker over emoties, ook dat sprak mij aan. In de laatste vijf jaar, en misschien zelfs al langer, komt steeds meer het besef dat iedereen over zijn of haar gevoelens moet praten, wat bij vrouwen sociaal al langer acceptabel was. Social media heeft onze toegang tot informatie vergroot en daarmee ook het besef dat mentale gezondheid en andere zaken belangrijk zijn en ertoe doen. De man moet sterk zijn, zo wordt gedacht. Vandaag de dag nog steeds. En er is de gedachte dat je kan schreeuwen naar mannen. Laatst had ik daar een interessante discussie over met iemand die klaagde dat je mannelijke spelers nu moet vertroetelen, knuffelen. Dat je niet meer mag schreeuwen. Mijn antwoord was: ‘Ik denk dat schreeuwen en gillen naar een mens nooit goed zijn.’”

Pittige concessie

Gemiddeld bezoekt Parsons zijn gezin eens per vier à vijf weken. Door covid besefte zijn vrouw dat ze dichter bij familie in Engeland wil wonen, na jaren in Amerika. Dat Parsons nu langer op afstand woont is een pittige concessie die bij zijn beroep hoort. Een concessie die ook schuldgevoel bij de coach aanwakkert.

“Mijn idee was om vanuit Engeland heen en weer te pendelen, maar dat is nu niet mogelijk,” zegt hij. “Om succesvol te zijn in deze baan en het team maximaal te helpen, moet ik 90 procent van de tijd in Zeist zijn. En ja, dat is soms zwaar. Dit gaan we ook niet tien jaar zo doen. Tegelijkertijd: ik creëer waarschijnlijk een beeld dat ik zeven dagen per week werk, ik werk ook veel, maar als mijn familie komt of andersom, ben ik bij hen.”

Zijn achtjarige dochter voetbalt ook. Waar haar vader rond haar leeftijd madeliefjes wilde plukken, zou zij liefst altijd in het doel staan. “Maar ik vind dat te vroeg. Op je achtste moet je rondrennen, niet alleen maar staan.”

Die lering wordt echter niet zomaar aangenomen. Ze vroeg de keeperscoach van het Nederlandse team al om zijn mening, of ze doet haar beklag bij anderen. Parsons: “Mijn schoonvader zei laatst tegen haar: ‘Je vader is een professionele coach, als íémand het weet, zou hij het zijn. Maar ze kijkt, zoals elk mens, naar de eerste persoon die zegt dat iets wél kan.”

Parsons is trots op zijn huidige functie: ‘Ik kon niet dromen dat ik een van dé topteams van de wereld zou coachen als bondscoach, als eerste buitenlander ooit.’ Beeld ANP
Parsons is trots op zijn huidige functie: ‘Ik kon niet dromen dat ik een van dé topteams van de wereld zou coachen als bondscoach, als eerste buitenlander ooit.’Beeld ANP

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden