PlusColumn

Opvoeden is winnen met de gebiedende wijs

Theodor HolmanBeeld Wolff

Bloems zinnen stappen steeds kordater Het Zinrijk binnen. Meer 'Ik wil niet!' dan 'Ik wil.' Meer 'Nee! dan 'Ja.' Meer 'Weg!' dan 'Kom.'

Zij verbiedt ons, wij verbieden haar.

De contouren van onenigheid verzacht ze met een lach.

Opvoeden is winnen met de gebiedende wijs. Verliezen is een eer als je ouder bent; je moet er wel je best voor doen.

Kijk, ze wil zelf haar kinderstoel beklimmen, maar die wenst niet beklommen te worden; ze duwt hem boos naar de muur.

Een karakter ontwikkelt zich.

Je zoekt erfelijke eigenschappen; ouders en grootouders zie je opeens in het gezicht, hoor je in de stem, merk je in de woordkeus.

De stoel wordt bedwongen.

Maar nu zit ze niet aan tafel.

Ze wil ook niet dat we naar haar zwaaien.

Ze schreeuwt, en opeens vormen haar klanken woorden die in de juiste volgorde door de kamer galmen: "Ik wil nu aan tafel!"

De stoel en de tafel lijken van respect naar haar te buigen.

Grootvader schuift haar aan, zoals hij een koningin zou aanschuiven.

Dan moet ze eten.

"Niet lekker."

"Is wel lekker."

"Is niet lekker."

"Is wel lekker."

"Is helemaal niet lekker!"

Wanneer is 'helemaal' in haar woordenlijst gekomen?

Toch eet ze. Keurig. Al propt ze af en toe iets met haar hand in haar mond.

Zou ze stiekem woorden eten? Knaagt ze aan de voor haar nog moeilijke zinsconstructies?

"Ik wil van tafel en rennen."

"Je mag pas van tafel als we allemaal klaar zijn met eten."

"Nee, ik wil nu!"

Dan kan ik me niet beheersen en zeg iets wat ik verafschuw, maar mijn grootvader zei het, en mijn vader zei het: "Jouw wil staat achter de deur, moet een bezemsteel erveur."

Ze moet lachen.

Bezemsteel kent ze niet, erveur ook niet, het is ook vreemd Nederlands.

Ze dwingt me om het nog eens te zeggen.

"Jouw wil staat achter de deur..."

"Nee, staat niet achter de deur..."

Ik wil haar gelijk geven, maar nog even niet.

Ze pakt opeens haar bord op en geeft het resterende voedsel aan Koos, die onder de tafel als een volleerd bedelaar op haar gemoed heeft gewerkt.

"Alsjeblieft Koos," zegt ze nog.

Ik moet nu straffen.

Maar ik kan het niet.

"Dat mag eigenlijk niet, lieve schat," zeg ik.

"Dan moet je niet kijken."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden