PlusBoekrecensie

Opnieuw een ijzersterke sci-fi-roman van St. John Mandel

Het glazen hotel opent met een raadselachtige monoloog waarin personage Vincent in de diepe oceaan lijkt te verdwijnen.  Beeld Getty Images/Design Pics RF
Het glazen hotel opent met een raadselachtige monoloog waarin personage Vincent in de diepe oceaan lijkt te verdwijnen.Beeld Getty Images/Design Pics RF

Hoeveel van haar lezers zullen de afgelopen weken weleens aan Emily St. John Mandel (41) hebben gedacht? Of, om preciezer te zijn, aan haar doorbraakroman Station ­Eleven (2014)? Want al ging dat fraaie postapocalyptische epos uiteindelijk vooral over zaken als het verlangen naar vervlogen tijden en de troost van de kunst(en), beangstigend actueel was de pandemiepremisse ervan beslist. Een griepvirus, de Georgische griep, dat in veertien dagen bijna honderd procent van de wereld­bevolking uitroeit. Waarna een handjevol overlevenden zich verder moet zien te redden zonder moderne verworvenheden als internet, elektriciteit, auto’s of steden.

Je zou om minder alle RIVM-richtlijnen netjes volgen. Zeker omdat die tamelijk klassieke ­sciencefiction in handen van de Canadese een hoogst ingenieus en overtuigend vlechtwerk van verhalen opleverde.

Bernie Madoff

Zes jaar later is er de langverwachte opvolger van Station Elf. En al is Het glazen hotel een totaal ander boek, St. John Mandels vijfde sluit in veel opzichten eigenlijk perfect aan op zijn voorganger. Centrale ‘ramp’ is dit keer het als gevolg van de bankencrisis van 2008 instorten van een piramidespel opgezet door beurshandelaar Jonathan Alkaitis, een nadrukkelijk op miljardenfraudeur Bernie Madoff geïnspireerd personage van wie we de Werdegang tot achter de gevangenismuren volgen. Ook andere betrokkenen bij de fraudezaak krijgen een stem, van Alkaitis’ paniekerige medewerkers/ medeplichtigen tot berooid achterblijvende slachtoffers van zijn bedrog.

Maar spil van het caleidoscopische geheel is ongetwijfeld Vincent Smith, die wanneer de charmante schurk Alkaitis wordt ontmaskerd, al een paar jaar diens trophy wife (Vincent is een vrouw) speelt. En die in de raadselachtige monoloog waarmee Het glazen hotel opent, tien jaar later van een schip wordt geslagen en lijkt te verdrinken in de oceaan. En die we in twee decennia, soepeltjes heen en weer springend in de tijd, meerdere transformaties zien ondergaan.

Spookverschijningen

We ontmoeten haar voor het eerst in 1999, wanneer ze een bijrol lijkt te vervullen in het verhaal van haar halfbroer Paul. Een voormalig drugsverslaafde jongen die, eindelijk eerstejaars student aan de Universiteit van Toronto, op het punt staat te sjezen. En die tot overmaat van ramp in een nachtclub een verkeerde xtc-pil aan een huisgenoot geeft, die vervolgens sterft op de dansvloer. Van Vincent komen we aanvankelijk nauwelijks meer te weten dan dat ze op haar dertiende haar moeder verloor door een dubieus kano-ongeluk, waarna ze min of meer werd verstoten door haar vader.

Vijf jaar later werken broer en zus in het luxe Hotel Caiette, op het eiland waar ze opgroeiden. Daar leert Vincent de hoteleigenaar kennen: Jonathan Alkaitis. Waarna ze aan diens arm schijnbaar moeiteloos ‘het koninkrijk van het geld’ betreedt. ‘Een sprookje’, zoals de hoofdstukken waarin de laatste periode wordt beschreven heten, dat eindigt wanneer Jonathan de bak indraait.

Klinkt allemaal tamelijk rechttoe rechtaan. En Het glazen huis laat zich ook prima lezen als een suspensevol, hyperrealistisch verhaal over een witteboordenmisdaad en de gevolgen daarvan voor een bonte verzameling trefzeker geschetste personages. Verteld in koortsach­tige, associatieve snippers waaruit je bijna zelf een logisch geheel lijkt te reconstrueren.

Maar ondertussen speelt de schrijver ook in deze roman virtuoos met de grens tussen verbeelding en werkelijkheid.

Zo lijkt Jonathan, eenmaal achter de tralies, bezocht te worden door spookverschijningen van door hem benadeelden en geestelijk te vluchten in wat hij met een knipoog naar Philip Roth ‘het contraleven’ noemt, een denkbeeldig bestaan waarin hij géén gevangene is. En, opmerkelijker: twee personages uit Station Elf, scheepvaartdirecteur Leon Prevant en zijn assistente Miranda, maken in Het glazen hotel hun opwachting als gedupeerden.

Verkent St. John Mandel daarmee het idee van niet genomen afgeslagen als parallelle universa? (‘Wat nou als dat virus niet…?’) Viert ze de onbegrensde mogelijkheden van de schrijversfantasie? Of geeft ze gewoon een knipoog aan trouwe lezers? Het zijn hoe dan ook intrigerende elementen in een opnieuw ijzersterke roman.

Emily St. John Mandel - Het glazen ­hotel.
Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap.
Atlas Contact, €22,99, 288 blz. Beeld
Emily St. John Mandel - Het glazen ­hotel.Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap.Atlas Contact, €22,99, 288 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden