Opluchting over opdoeken Mijksenaarzaal

Joodse organisaties en politici hebben opgelucht gereageerd op het besluit van Amsterdam om zich te ontdoen van de Mijksenaarzaal in de Stopera.

Piet Mijksenaar bij zijn afscheid in 1966 in de RAI. Beeld anp

Het naambordje verdwijnt in verband met het oorlogsverleden van de in Amsterdam veelvuldig geëerde topambtenaar Piet Mijksenaar.

Hanna Luden, directeur van het Centrum informatie en Documentatie (Cidi), en Ronny Naftaniel, oud-directeur van het Cidi, vinden het een positief gebaar. "Amsterdam heeft op deze manier afstand heeft genomen van Mijksenaar," zegt Naftaniel.

Ook Bart Vink (D66), Rutger Groot Wassink (Groen Links), Dennis Boutkan (PvdA) en andere gemeenteraadsleden laten weten dat het terecht is dat de naam Mijksenaar verdwijnt uit de Stopera.

Toch vinden het Cidi en de meeste raadsleden dat de reactie van de gemeente scherper had kunnen zijn.

Verkennend onderzoek
Maandag werd bekend dat Amsterdam na een zestien maanden durend 'verkennend onderzoek' heeft besloten de Mijksenaarzaal op te doeken. Dit onderzoek volgde op publicaties in Het Parool en een dissertatie van Stephan Steinmetz over de geschiedenis van het heropvoedingskamp Asterdorp in Noord, dat in de oorlog dienst deed als Joods getto.

In een krantenartikel werd onthuld dat Mijksenaar door de Zuiveringscommissie in 1946 werd berispt voor het geven van een lezing in het midden van de oorlog voor het 'foute' Verbond van Nederlandse Journalisten. Steinmetz beschreef de rol van Mijksenaar bij het soepel laten verlopen van de gedwongen verhuizingen van de 80.000 Amsterdamse Joden.

Stadspenning
De politici en het Cidi vinden dat de brief van Amsterdam, waarin zij afgelopen maandag haar besluit toelicht om de Mijksenaarzaal op te doeken, geen nieuwe feiten vermeldt over Mijksenaars verleden en de rol van Amsterdam, terwijl er zo lang op het onderzoek van de gemeente gewacht moest worden. Vink: "Door het schrappen van de naam, neemt Amsterdam afstand van Mijksenaar. Maar dat wordt slechts in één zin gedaan."

Vink en Groot Wassink vinden dat er nog veel vragen blijven hangen. Groot Wassink wijst er op dat Amsterdam niet alleen een zaal naar Mijksenaar vernoemde, maar hem ook een stadspenning uitreikte.

Volmondig erkennen
Amsterdam stelt in de brief aan de raad dat onduidelijk is of de gemeenteraad in 1988, bij de opening van de zaal, wist dat Mijksenaar door de Zuiveringscommissie was berispt.

Naftaniel zegt dat zo'n berisping toch wel 'vrij ernstig' is. Hij vindt dat Amsterdam daarom nu wel volmondig zou kunnen erkennen dat het vernoemen van een zaal naar Mijksenaar een onjuiste beslissing was.

De Rijksvoorlichtingsdienst besloot na de oorlog de voorgenomen benoeming van Mijksenaar tot woordvoerder van de RVD af te blazen. Groot Wassink: "Ook lag er een nooit openbaar gemaakt rapport over Mijksenaar bij de RVD. De precieze rol die Amsterdam speelde blijft in dat licht bezien onduidelijk."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden