Opknapbeurt en bescherming voor Van Eyck-speeltuinen

Van de honderden speeltuinen die Aldo van Eyck voor de stad ontwierp, zijn er nog enkele tientallen over. Nu is er een plan om die te beschermen.

Klimkoepel van Aldo van Eyck in het Vondelpark. 'De toestellen beantwoorden aan de natuur­lijke neiging van kinderen om te klimmen, springen, slingeren en duikelen.'Beeld Dingena Mol

De klimkoepel, het duikelrek, het tourniquet en de zandbak: het zijn iconisch geworden elementen in de meer dan zevenhonderd speeltuinen die Aldo van Eyck tussen 1947 en 1978 ontwierp voor de gemeente. Aanvankelijk als ambtenaar in dienst van de afdeling stadsontwikkeling, ­later als zelfstandig architect en ontwerper die wereldfaam verwierf als grondlegger van het structuralisme.

Dat maakt de speeltuinen een waardevol bezit in cultuurhistorisch opzicht, maar vreemd genoeg zijn er van die vele honderden speelplekken nog maar enkele tientallen over.

Vergetelheid
"En dan vaak nog aangetast," vertelt Joris van der Vet van bureau Eelerwoude dat in opdracht van het stadsdeel Zuid de overgebleven speeltuinen in kaart bracht. "Oude speeltoestellen zijn vervangen door een wipkip, of van de zandbak is een plantenbak gemaakt."

Van de 112 speelplekken die na de oorlog in Zuid werden ingericht, troffen de onderzoekers van Eelerwoude er nog 36 aan.

"Ik durf niet te zeggen of er sprake is geweest van achteloosheid," zegt Van der Vet, "maar je ziet vaker dat een ontwerp op een gegeven moment in vergetelheid raakt, en daarmee ook de gedachte achter een ontwerp. Door de jaren heen is er steeds meer afgesnoept van de nalatenschap van Van Eyck."

Bertelmanplein
De inventarisatie is een eerste stap om de overgebleven speeltuinen op te knappen en te beschermen. In het rapport is een lijstje opgenomen met twintig speelplekken die daarvoor als eerste in aanmerking komen. Bovenaan staat de speeltuin op het Bertelmanplein, de allereerste speeltuin die Van Eyck in 1947 bij wijze van proef ontwierp, met zijn eigen kinderen als proefpersonen van de toestellen.

Die hebben door de jaren heen concurrentie gekregen van nieuwe generaties speeltoestellen, maar zijn volgens Van der Vet absoluut niet gedateerd. "Ze beantwoorden aan de natuur­lijke neiging van kinderen om te klimmen, springen, slingeren en duikelen. Ook dienden de geometrische vormentaal de fantasie van het kind te prikkelen. Van Eyck heeft echt aan alles gedacht, ook over de samenhang tussen de verschillende elementen."

Het stadsdeel denkt nu na over de vervolgstappen. Dat gebeurt in overleg met de familie van Van Eyck.

Elke middag het laatste nieuws uit Amsterdam ontvangen? Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden