James Worthy. Beeld Agata Nowicka
James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Opeens zijn ze er niet meer

PlusJames Worthy

Opeens vallen ze gewoon neer. Dat is hoe het al mijn hele leven gaat. Huisdieren, grootouders, vrienden. Opeens vallen ze neer en ben ik genoodzaakt mijn zwarte jasje naar de stomerij te brengen. De dood komt als een verrassingsconcert. Mick Jagger op een donderdagochtend op een plein in Krommenie.

Als ik aan de dood denk, denk ik aan opeens. Opeens zijn ze er niet meer. Als de nieuwe fietsbel op je oude fiets worden ze van je stuur gerukt en meegenomen. Waar is de bel gebleven? Je mist de bel verschrikkelijk. Dat geluid. Je mist de bel, totdat je op een dag wakker wordt en niet meer weet hoe de bel klonk.

Mijn vader doet niet aan opeens. Eerst vond ik dat erg. Onmenselijk zelfs. Drie tot zes maanden hebben de artsen gezegd. Misschien wat langer als de chemo lief voor hem is.

Ik sta met een bos bloemen voor de deur van de familie Chemo. Ik bel aan.

“Willen jullie alsjeblieft lief voor mijn vader zijn?” vraag ik aan de zak die opendoet. “Kom even binnen,” zegt de zak. Ik hang mijn zomerjas op aan een haakje in de gang.

“Ik hoop dat jullie van chrysanten houden,” fluister ik, terwijl mevrouw Chemo een vaas uit een keukenkastje pakt.

Meneer Chemo loopt naar de tuin en ik volg hem. Hij gaat zitten op een tuinstoel zonder kussen.

“We gaan ons best doen. Dat beloof ik.”

“Nee, dat vroeg ik niet. Ik wil dat jullie lief voor hem zijn.”

“Maar meneer, zachte heelmeesters maken stinkende wonden.”

“Dan knijp ik zijn neus wel dicht.”

“Maar wat wil je dan dat we doen?”

“Meer maanden. Ik wil dat jullie hem meer maanden geven. En geen slechte maanden, maar goede maanden. Geen rolstoelwielen vol opgedroogde kots. Waardige maanden, dat wil ik. Ik wil dat hij de kerst haalt. Ik wil een mooi cadeau voor hem kopen. Hij heeft recht op een mooi kerstcadeau.”

Ik gooi een oude rugzak voor zijn voeten neer. Meneer Chemo ritst de tas open en ziet bankbiljetten.

“Probeer je ons om te kopen?”

“Nee, ik wil dat jullie lief voor hem zijn. Er zit 100.000 euro in die tas.”

“100.000 euro?”

“Ja, dat zijn drie Parool-columns. Koop een nieuwe Twingo voor uw vrouw. En dit is best een ruime tuin. Koop een mooi klimrek voor de kleine Chemo’s. En een draaimolen of zo. Laat die Chemo’s maar een keer misselijk worden, toch?”

“En dan hoeven wij alleen maar lief voor uw vader te zijn?”

“Ja, lief. Meer niet. Maak hem niet alleen heel kapot, maar ook kapot heel. Voer hem glas als dat helpt, maar voer hem kleine hapjes.”

Ik laat de rugzak achter en loop de voordeur uit. Mijn fiets staat er nog en mijn bel zit nog op het stuur. Binnen nu en een paar maanden zal de fietsbel van mijn stuur worden gerukt. Dat hebben de artsen nou eenmaal gezegd. Maar voor nu is hij er nog. Dus ik bel en ik bel en ik bel. Ik bel en ik hoop dat de dood voor ons aan de kant gaat. Ik bel en fiets de Middenweg op. Wat een prachtig geluid. Ik bel en ik bel.

En opeens is het kerst.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden