Column

Op vrouwen na hebben boeken mij altijd het meest bevredigd

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Theodor Holman
Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Het zijn duizenden en duizenden boeken en twee derde moet weg, want ik ga kleiner wonen.

Ik ben boekenadvocaat, een boekenrechter en een boekenbeul in één.

Met spaarcenten gekocht, met liefde gelezen - not a good copy, zou in een veilingcatalogus staan, juist omdat het mijn leven op dat moment veranderde en ik het stuklas - en nu doe ik het weg, want ik ga het nooit meer lezen, nooit meer bekijken.

Ik las omdat ik onzeker was, me achter een boek kon verbergen, terwijl ik er wijzer van werd. Hoe zaten vrouwen in elkaar? Wat moest je tegen ze zeggen? Wat deed je tegen ­vijandschap en wie was er nog meer eenzaam?

Ik heb die boeken nu niet meer nodig. Ik begraaf ze in een doos. En het doet pijn.

Ik heb boeken altijd beschouwd als extra hersens. Zelfs als ik ze niet had gelezen - de hersens waren er. Ze stonden op een plank binnen handbereik. Het waren ook mijn gedachten, al waren het de gedachten van een ander.

Ik stop mijn hersens en gedachten in een stuk karton dat ik tot doodkist heb gevouwen - en ze worden zo opgehaald.

Wie gedenkt hen?
Ik.

En dan de bibliotheek van mijn vader. Ik heb nooit de behoefte gehad om je boeken te lezen, vader - op een enkel boek na. Al die boeken over Indisch recht, al de boeken over koffie- en theeplantages, al die boeken in het Frans en die Duitse boeken met gotische letters - je naam staat er in en soms een aantekening, soms een datum (Batavia, 1937) - ze zijn net zo zwaar als mijn schuldgevoel.

Soms valt er een brief uit van een onbekende. ('Met ons gaat het goed, we hebben het overleefd.')

En mama - ik hou je boeken van Simone de Beauvoir van wie je zo hield. Maar wat heb je ook een troep verzameld.

Op vrouwen na hebben ­boeken mij altijd het meest ­bevredigd. Na een vrouw en een kind is een boek het mooiste dat er bestaat.

"Het zijn ook kinderen, mijnheer de rechter."
"Nee, ze moeten weg."
En zo laat ik mijn kinderen ontvoeren.

En ondertussen ontkleed ik mijn huis. De grande dame toont haar botten; de schilfers vallen van de muren. Als ik stil ben, hoor ik de dame huilen; alleen vallen de tranen uit mijn ogen.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden