Plus

Op stadssafari met Arjan Postma: natuur is prachtig én natuur is overal

Buiten gebeurt het, beweert Arjan Postma (48) in zijn nieuwe boek. Maar waar vind je die natuur van hem tussen het asfalt en de sigarettenpeuken? Op stadssafari met de tv-boswachter.

Postma: 'In de stad kun je veel meer soorten planten en dieren vinden' Beeld Jan Dirk van der Burg
Postma: 'In de stad kun je veel meer soorten planten en dieren vinden'Beeld Jan Dirk van der Burg

Voordat we onze wandeling beginnen waarschuwt Arjan Postma maar even: hij staat altijd áán. Pratend staat hij op en pratend gaat hij naar bed. Enthousiast ook. "Mijn kennis haal ik overal vandaan, en ik ben vooral een echte verhalenverteller!"

Postma is freelance boswachter. Ooit was hij een echte, fulltime boswachter. Dat was van jongs af aan zijn droom en het was lang niet makkelijk om het te worden, want het blijkt de droom van verdomd veel mensen te zijn.

Natuur valt nooit tegen
Uiteindelijk was hij het dan, maar na een jaartje of tien begon de baan een beetje tegen te vallen. Niet de natuur, die valt nooit tegen, maar wel het boswachterschap. Vooral veel achter de computer zitten was het, en daar is Postma geen kei in. Dus zette hij de grote stap en bevrijdde zich van de ketenen administratie die het Landschap Noord-Holland nou eenmaal van hem vereiste.

Nu is hij een vrije jongen, eeuwig getooid met een hoed, gestoken in een ton sur ton­outfit van bruin en groen om toch nog de echte boswachterslook te hebben. Hondje Skipper aan de lijn. Zijn werk is om het woord van de natuur te verkondigen, waar men hem maar wil.

Lezingen bij de Rotary, samenkomsten van ambtenaren, optredens bij RTL Late Night - Postma komt graag en doet zijn verhaal. En ondertussen schrijft hij boeken, waarin hij ons leert hoe we van onze alledaagse wandeling een avontuur kunnen maken. Eerst was er Buiten! toen Buiten Met Je Hond, en nu dus Buiten Gebeurt Het.

Bonbonnetjes
"Ik noem het," legt Postma uit, "een boek vol bonbonnetjes. Maakt niet uit waar je het opendoet, at random kun je het openslaan en gaan lezen. Alles ziet er anders uit en je weet niet wat je krijgt! Heerlijk!"

Postma is opgetogen. Dat is hij vermoedelijk altijd, maar nu zeker, omdat het herfst is. De herfst: prachtseizoen. De zomer: saaiste tijd van het jaar. "De broedtijd is dan voorbij, de bloeitijd is voorbij, het is me veel te warm, iedereen is op vakantie en dus is het buiten overal retedruk. Mensen zijn chagrijniger in de zomer. Onder het mom van o-wat-zijn-we-vrolijk heeft iedereen een vreselijk kort lontje."

Dan: "In de winter is de natuur een fijnschilder, in de zomer is het uitbundig, in de herfst doet de natuur aan action painting." Postma maakt nu wilde armgebaren: "Klatsj! Klatsj! Klatsj! De natuur smijt de verf op het canvas."

Bunkeren
Er volgt een opsomming van wat er allemaal gebeurt: de grote vogeltrek, de bladeren die van de bomen vallen, de enorme stormen en de regens. De herfst is groots. En er worden dan wel geen nieuw dieren geboren, voor bijvoorbeeld de herten is het nu bronstijd. Een heel bronstig seizoen dus, die hele herfst. "En," zegt de boswachter enthousiast, "voor andere dieren is het: BUNKEREN!!!!"

De gasten van Café Restaurant Dauphine, waar we op dit moment nog zitten, kijken wat verstoord op. Tijd om op te staan en naar buiten te lopen, het Prins Bernhardplein op: een gigantische rotonde, misschien wel de grootste van Amsterdam. Maar boswachter Postma kijkt verheugd naar de bomen die in het midden staan - "allemaal verschillende soorten!" - en marcheert richting Park Frankendael.

Fossielen zoeken
Als we onderweg zijn, begint Postma zijn betoog over de stadsnatuur.

"Het platteland wordt zó intensief gebruikt dat er steeds minder ruimte is om er ook wat andere dieren en planten te laten groeien. In de stad kun je veel meer soorten vinden. Het is een nieuw ontstaan natuurgebied. Imkers uit de stad leveren al jaren veel schonere honing dan imkers van het platteland. Want hier worden veel minder gifstoffen gebruikt. Gek hè?"

Postma loopt verder en bij de eerste de beste goot langs een huis raakt hij al in verrukking.

Postma: 'Dit is een bodembedekker. Die wordt geplant door de plantsoenendienst, want dan hoeven ze er niemand met een schoffel heen te sturen' Beeld Jan Dirk van der Burg
Postma: 'Dit is een bodembedekker. Die wordt geplant door de plantsoenendienst, want dan hoeven ze er niemand met een schoffel heen te sturen'Beeld Jan Dirk van der Burg

Wij zien onkruid, Postma ziet natuur. "Hier staat een melkdistel, hier staat een paardenbloem, hier staat een gewone distel, vól met bladluizen nog, hier staat veldkers!" We zijn nog wat verstoord over de bladluis. Moet die niet weggespoten worden?

Minivoedselpiramide
"Nee, dat geeft aan dat er léven is! Op die bladluis komen ook weer beesten af. Je krijgt een minivoedselpiramide, alleen maar door zo'n stukje groen. Dit soort randjes met dit soort plantjes heb je op niet veel plekken meer. Ze worden vervolgd, doodgespoten. Maar hier mogen ze groeien!"

Dan, zo mogelijk nog enthousiaster: "Ik heb trouwens ook geschreven over fossielen zoeken in de stad. Vooral in de binnenstad struikel je over de fossielen! De stoepranden en traptreden zijn bijna allemaal van hardsteen gemaakt, mooi doorgezaagd en daar zitten die fossielen in. Als je eenmaal je oog erop hebt, kom je soms wel duizend fossielen tegen op honderd meter. Die halve witte cirkels die je ziet, dat zijn doorgezaagde schelpen."

Grote bluffers
Nu lopen we niet in de binnenstad, we lopen aan het begin van de Wibautstraat. We slaan af de Ringdijk op. Waar we mijn persoonlijke favoriete vertegenwoordigers van de stadsnatuur zien: zwanen. Postma: "Dat zijn geweldig mooie beesten, inderdaad."

Toen hij nog een echte boswachter was, had hij regelmatig met zwanen te maken. "Het zijn grote bluffers. Je hebt van die legendes dat ze je arm kunnen breken en zo, nou, dat is complete kul. Het is veel blazen en met hun veren klapperen, maar voor de rest valt het reuze mee."

Postma: 'Hier in de stad: een roofdier van twee meter!' Beeld Jan Dirk van der Burg
Postma: 'Hier in de stad: een roofdier van twee meter!'Beeld Jan Dirk van der Burg

Dan ziet Postma een scharrelend heertje door het gras lopen. "Kijk, deze meneer weet precíes wat hij aan het zoeken is! Tamme kastanjes!" En inderdaad, het heertje scharrelt kastanjes op. Die doet hij straks, op zijn kantoor, in de magnetron. En dan eet hij ze voor de lunch.

Proeven uit de natuur
Postma: "Er zijn allerlei leuke dingen te vinden in de stad. Heel veel mensen willen eten uit de natuur. Als we dat met z'n zestienmiljoenen tegelijk gaan doen, wordt het te gek. Maar dit, dit is próeven. En als je proeft uit de natuur, ben je er toch onderdeel van."

Staande op de Ringdijk komt boswachter Postma met een verontrustende mededeling. Hij vraagt "Wat denk je dat het grootste levende, wilde dier is dat in Amsterdam voorkomt?"

We hebben weleens over iets gehoord dat in het water leeft en een grote, enge bek heeft, dus we zeggen: "Iets wat in het water leeft met zo'n grote, enge bek!"

Alleen maar een blauwe plek
Postma: "Er zwemmen nu, in Nederland, heel veel meervallen. Die kunnen wel rond de twee meter worden, er is er in de grachten van Amsterdam al eentje gevangen van anderhalve meter. Ze planten zich voort; dat wordt een doodnormale vis. In Maastricht gebeurt het al dat mensen de eendjes staan te voeren, dan komt er zo'n kofferbakdeksel omhoog en die zuigt de hele boel weg. Ze eten heel graag dieren van het wateroppervlak weg."

Onze zorg: wordt het nu gevaarlijk om in het open water te zwemmen?

"Nee, want de meerval heeft geen tanden, hij zuigt zijn prooi eigenlijk naar binnen. Verscheuren kan hij niet, dus aan ons heeft hij niks. Maar in de paartijd houdt het mannetje de wacht bij het nest, en dan wil hij weleens een zwemmer aanvallen."

"Maar ja, dan doet hij z'n bek om je been en laat hij weer los, en heb je alleen maar een blauwe plek."

Viezig struikje
Doodeng dus. Onze zwemcarrière in het Amsterdamse open water is voorbij, kondigen we aan. Postma: "Maar het is toch geweldig dat een roofdier van meer dan twee meter zich in Nederland, en hier, in de stad, verspreiden kan?"

Dan lopen we langs een struikje. Zo'n kleurloos, viezig struikje zoals er wel een miljard staan in Amsterdam. Ook dit blijkt natuur die iets los kan maken. "Dit is een bodembedekker. Die wordt geplant door de plantsoenendienst, want dan hoeven ze er niemand met een schoffel heen te sturen. Dat scheelt geld. Maar wat krijg je dan? Een verborgen wereldje. Niemand komt ín die struik, er spelen geen jongetjes - niks."

Arjan Postma begint nu verwoed in de struik te graven en te duwen. "De buitenlaag is dik, maar binnenin is het hol. Zie je dat? Het is eigenlijk een soort appartementen­gebouw. Voor muizen, voor egels, voor ratten - al dat soort dieren kan zich overdag hier schuilhouden, en 's nachts gaan ze lopen. Dit soort hoekjes is dus héél belangrijk."

Overhoekjes: de vergeten stukjes in de stad, waar de natuur zijn gang kan gaan Beeld Jan Dirk van der Burg
Overhoekjes: de vergeten stukjes in de stad, waar de natuur zijn gang kan gaanBeeld Jan Dirk van der Burg

Hij noemt het overhoekjes: de vergeten stukjes in de stad, waar de natuur zijn gang kan gaan. "Juist omdat wij het zo saai vinden, is het zo interessant."

Niet zo interessant
We waren op weg naar Park Frankendael - "maar zo'n park, dat is gek genoeg eigenlijk helemaal niet zo interessant, want daar zijn we gaan planten. Dit soort gekke plekjes, dáár gaat het om."

Postma heeft weer een overhoekje gevonden en noemt alle planten op die er staan. "Dit zijn van die takken die we graag in kerststukjes gebruiken! En hier, een stokroos, dat is een verweesde tuinplant. Brandnetels, heel belangrijk voor vlinders en dat soort dieren!" En ook lekker voor in je roerbakgerecht, tipt hij.

We blijven staan bij een boom. "Bomen hebben het niet makkelijk," zegt Postma. "Die boom staat in gortdroog, superschraal zand." Want de stoepen zijn zo secuur betegeld, dat er amper water doorheen komt.

Een wonder
"Nu heeft een boom twee soorten wortels. Stabiliteitswortels, waarmee hij zich vasthoudt, maar ook voedingswortels, waarmee hij water zoekt. Heel erg dun, die gaan soms wel driehonderd meter ver. Als er ergens een put is die lek is, zit die vaak helemaal vol met boomwortels. Uit de wijde omtrek komen ze dan drinken."

De natuur, het is een wonder.

Opgewonden loopt Postma verder over de Nobelweg. Als bomen het zo moeilijk hebben, staan er toch nog wel een hoop in de stad, merken we voorzichtig op.

Duistere kijk op bomen
"Maar dat komt doordat wij zo gek zijn op bomen! Natuur, dat zijn bomen, zo werkt dat voor Nederlanders. Als een Nederlander de natuur in gaat, wil hij een boom zien. Terwijl een boom ook maar gewoon een plant is. Nederlanders zijn wel héél erg beschermend over bomen. Als er ergens eentje gekapt wordt, staat iedereen meteen op zijn achterste benen. Terwijl we nu vier keer zo veel bos hebben als in 1850. Nederland is aan het verbomen."

Voor een boswachter blijkt Arjan Postma een vrij duistere kijk op bomen te hebben. Dat is ook wel weer verfrissend aan hem.

Duizelig van alle natuur marcheren we weer terug naar het café. Park Frankendael interesseert ons niet meer. Maar eerst stippen we nog een belangrijke natuurergernis van veel Amsterdammers aan: de stadsduif, ook wel de vliegende rat genoemd.

Postma: 'Als wij de natuur in gaan, willen we een boom zien' Beeld Jan Dirk van der Burg
Postma: 'Als wij de natuur in gaan, willen we een boom zien'Beeld Jan Dirk van der Burg

"De stadsduif is eigenlijk een rotsduif, die in bergen in spleten gaat zitten. Nou dít" - Postma wijst om zich heen - "zijn allemaal gemetselde bergen."

Levensfilosofie
Snapt Postma de haat van veel Amsterdammers jegens de stadsduif? "Weet je wat het is? In Nederland hebben we een probleem met succesvolle dieren. Als een dier achter een hek gaat zitten uitsterven, organiseren we er televisieacties voor, zetten we tatoeages, gaan we collecteren."

"Maar als een dier een béétje succesvol wordt, vinden we dat we daar 'wat aan moeten doen'. Want 'dan zijn het er te veel'. Dus er zijn veel duiven en die moeten dan maar dood? Mensen hebben last van poep op hun balkon. Maar als je poep op je balkon hebt, maak je het toch gewoon schoon? Waar zéúr je dan nog over?"

We kunnen dit zien als een levensfilosofie. Een levensfilosofie van freelance boswachter Arjan Postma: als je poep op je balkon hebt, maak je het gewoon schoon. Want poep komt uit de natuur, natuur is prachtig én natuur is overal. Ook in Amsterdam, in grote verscheidenheid. Tussen de tegels, onder de weerbarstige struikjes en in de afgeslepen stoepranden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden