Column

Op schoonheid moet je geen zijwieltjes willen monteren

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ze hebben afgesproken voor de boekwinkel. Hij staat er al. Zij komt gewoon op tijd. Het meisje duwt een fietsslot door haar voorwiel en de jongen staart naar haar. Blauwe ogen, groene oorbellen en zwart haar.

"Hallo, hoe gaat het? Wat zie je er mooi uit," fluistert hij twintig keer achter elkaar, voordat hij een pepermuntje in zijn mond stopt.

"Neem je alle meisjes mee naar de boekwinkel op de eerste date?" vraagt ze.

"Alleen de meisjes die kunnen lezen."

Ze pakt een boek van een stapel en begint te flirten met het boek. Niemand flirt zo mooi met boeken zoals negentienjarige meisjes met boeken flirten. Pakken, ruiken, lezen, terugleggen. Pakken, ruiken, lezen, ­terugleggen.

Het meisje kijkt naar de rechterwang van de jongen en ziet dat er wat van haar lippenstift op zijn huid is achtergebleven. Ze drukt twee vingertoppen tegen haar tong aan en wrijft de lippenstift van zijn wang.

"Sorry, er zat wat lippenstift op je wang."

"Je hoeft geen sorry te zeggen. Dit is juist waarom ik van lippenstift houd. Het wegvegen. Ik snap namelijk niets van die moderne lippenstift die niet afgeeft. Het moet afgeven. Dat is naar mijn mening de belangrijkste functie van lippenstift. Dat het ene mens iets achterlaat op het andere mens. Een stempel op de hand die je toegang geeft tot het besloten feestje van de ander."

"Dus ik had het eigenlijk niet weg moeten vegen?" vraagt ze.

"Je veegde het weg met speeksel. De lippenstift is weg, maar het speeksel is de nieuwe stempel."

Ze lopen langs de stapels boeken. Sommige kaften fluisteren 'pak mij, pak mij, alsjeblieft', maar de meeste kaften brullen. Ze eisen. Ze willen zoetjes opengeslagen worden als een picknickkleed op een zonnige dag.

"In feite is dit gewoon een alfabetasiel," zegt het meisje, terwijl ze een roman van Nick Cave uit een kast trekt.

"Ik wil alles kopen. Laatst kreeg ik tijdens een sollicitatiegesprek de vraag wat ik met tien miljoen euro zou doen. Ik antwoordde dat ik mijn favoriete boekwinkel leeg zou kopen."

"En? Heb je die baan gekregen?"

"Nee."

"Ach, kop op, misschien krijg je mij wel."

Het meisje staat op haar tenen en probeert een boek te pakken. De jongen kijkt van een afstandje naar haar. Hij zou haar ook kunnen helpen, maar op schoonheid moet je geen zijwieltjes willen monteren.

Na zes uur door de boekwinkel te hebben ­gestruind, lopen ze weer naar buiten. Zij heeft twaalf boeken gekocht. Hij tien.

"Wat nu?" vraagt het meisje.

"Hier ben ik altijd slecht in."

"Iedereen is hier slecht in."

"Ik haat eindes."

"Deze date hoeft geen einde te hebben. Zullen we bij mij thuis wat gaan lezen? Ik heb een mooie leeslamp," zegt ze.

"Ik wil jou lezen. Ik wil aan je beginnen. En dan door. Ik wil je uitlezen op bed."

Het meisje geeft de jongen een kus.

"Wat doe je?" vraagt hij.

"Niets. Je hebt wat lippenstift op mijn speeksel."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden