Op een kameel door de Sinaï

De ongerepte, woeste schoonheid van het achterland van Sharm el Sheik, hier bij wadi Mileyhes. Foto Rénie van der Putte Beeld
De ongerepte, woeste schoonheid van het achterland van Sharm el Sheik, hier bij wadi Mileyhes. Foto Rénie van der Putte

De Sinaï, het schiereiland dat tussen Israël en Egypte ligt ingeklemd, is een belangrijke strandbestemming. Maar ook het binnenland herbergt ongelofelijke schatten voor avonturiers, natuur- en cultuurminnaars.

Hotels rijgen zich aaneen. Roodverbrande toeristen schuifelen in de zwoele avond langs de vele restaurants en nachtclubs. In de vele toeristenwinkels vinden waterpijpen, miniatuurpiramides en andere souvenirs grif aftrek. Sharm el Sheik, de zuidelijkste stad in de Sinaï, wijkt op het eerste gezicht nauwelijks af van toeristenoorden in landen als Spanje, Tunesië of Griekenland.
Toch is deze stad uitgegroeid tot een van de belangrijkste attracties van Egypte. Die faam heeft het voor een deel te danken aan het feit dat het zeewater vrijwel het hele jaar van een zeer plezierige temperatuur is en de stad is omgeven door prima zandstranden. Maar de grootste aantrekkingskracht van Sharm el Sheik (en trouwens van de hele Sinaï) ligt onder het oppervlakte van de inderdaad altijd azuurblauwe zee. ''Er zijn maar weinig plekken op de wereld waar je zelfs met alleen een snorkel zo veel soorten vis en koraal kunt zien,'' zegt Ibrahim Shafy, eigenaar van een van de tientallen duikscholen langs de kust.

Wie een dagje met hem optrekt, kan inderdaad niet anders dan constateren dat hij gelijk heeft. In een uurtje tijd telde ik niet minder zestig verschillende vissen, van geel tot paars en alles wat daartussenin zit. En dat terwijl ik nergens meer dan dertig meter uit de kust kwam.


Onderwaterwereld

Voor de echte duikers is er natuurlijk nog veel meer te halen, zoals een aantal prachtige, met koraal overdekte wrakken die iets verder uit de kust op de bodem van de zee liggen. En de heel ervaren duikers kunnen op diepere plekken kennismaken met enorme zeebaarzen, en zo nu en dan een dolfijn of een haai - van een niet erg gevaarlijke soort.

Het overgrote deel van de toeristen beperkt zijn bezoek aan de Sinaï dan ook tot de gang van het hotel naar het strand en de zee en weer terug, om zich vervolgens in het nachtleven van de stad te storten. En daarmee doen al die mensen zichzelf gruwelijk te kort. Want wie de moeite neemt om de stad aan de andere kant te verlaten, die zal ontdekken dat daar nog een heel andere wereld te vinden is, eentje die minstens zo spectaculair is als de zo druk bezochte onderwaterwereld. Want het binnenland van dit schiereiland is van een ongerepte, woeste schoonheid, die met geen pen te beschrijven is.

Nog geen vijf kilometer voorbij de laatste huizen van Sharm el Sheik loopt de weg langzaam omhoog. Het rulle zand maakt plaats voor verspreide rotsblokken. De palmbomen langs het asfalt hebben dan allang plaatsgemaakt voor schraal struikgewas en een enkele verweerde acacia.

Bedoeïenen
Slechts ettelijke kilometers verder is de beschaafde wereld definitief verdwenen en heeft de natuur het verder voor het zeggen. Vanaf hier is het nog zand en bergen zo ver als het oog reikt, een woest landschap dat zich over vele honderden vierkante kilometers uitstrekt. Meer dan tweeduizend meter hoge toppen worden afgewisseld door honderden meters diepe canyons. Zon en wind hebben de meest grillige rotsformaties gecreëerd, maar ook hellingen zo glad als een biljartlaken. Regen valt hier slechts sporadisch, maar toch zie je overal tekenen van leven. In de uitgesleten wadi's (droge rivierbeddingen) groeien stekelige acaciabomen en kleine struiken. Het rulle zand vertoont overal sporen van dieren: slangen, vogels en gazellen. En de uitwerpselen van geiten en kamelen duiden zelfs op de aanwezigheid van mensen. Clusters palmbomen wijzen op de aanwezigheid van water. Op onverwachte plaatsen borrelt tussen de rotsen zelfs middenin de zomer nog water omhoog.
Bij de grootste van die bronnen wonen soms wat mensen. Bedoeïenen die vroeger met hun kuddes kamelen en geiten door de woestijn trokken, op zoek naar de schaarse weidegronden, hebben zich daar min of meer permanent gevestigd.

Die woestijnbewoners bewerken tussen de rotsen ook hun kleine akkertjes, waar ze in de winter wat graan voor eigen gebruik oogsten. Onvoorbereide toeristen moeten dan ook erg uitkijken, want voor je het weet, vertrap je de moeizaam opgekweekte kleine plantjes. En dat kan tot zeer onaangename contacten met de lokale bevolking leiden.

De weinige bewoners van het binnenland zijn, in tegenstelling tot de Egyptische bewoners van de kuststreek en hun familieleden langs de Nijl, weinig toegankelijk. Men hanteert nog wel de eeuwenoude traditie van gastvrijheid, die inhoudt dat elke reiziger die hun tenten aandoet, uitgenodigd wordt voor een kopje - mierzoete - thee. Maar vooral gemengde gezelschappen worden daarbij met enige scepsis bekeken, zeker wanneer de vrouwen in hun ogen onvoldoende zedig gekleed gaan. Gelet op het klimaat is het overigens sowieso beter om lange, niet al te strakke kleding te dragen die het hele lijf bedekt.

Woestijnreizen
Omdat goede kaarten van de Sinaï heel lastig te krijgen zijn - wie heel veel tijd heeft, kan proberen een set kaarten van dit gebied te halen bij het geografisch instituut in Caïro - en een tocht door de woestijn nooit zonder gevaren is, kun je beter goede lokale gidsen zoeken voor je je buiten de gebaande paden waagt. Dat kan vrij gemakkelijk, want er zijn voldoende kleinere reisbureaus die dagtochten in de woestijn aanbieden. En sommige hotels 'doen' ook meerdaagse woestijnreizen.

Wie van dergelijke aanbieding gebruik maakt, trekt dan meestal met een klein groepje in landrovers voor een aantal dagen de bergen in. Er wordt buiten gekampeerd en de meereizende bedoeïenen bereiden op kampvuurtjes 's avond de maaltijd. Dergelijke georganiseerde trips vormen uiteraard een prima eerste kennismaking met de woestijn. Maar het echte woestijngevoel en de allermooiste plekken vind je eigenlijk alleen maar als je, net als de bedoeïenen zelf, de woestijn intrekt met kamelen.

Uiteraard zijn er op dit gebied deskundige reisbureaus, die je via het internet kunt boeken. Er zijn zelfs al organisaties die gespecialiseerd zijn in kamelentrips met kinderen. Maar een belangrijk onderdeel van een bezoek aan de woestijn, en het echte avontuur, ligt natuurlijk ook in de voorbereiding. En de voldoening die het organiseren van je eigen mini-expeditie geeft, is groot.

Kamelentrektocht
Een eigen kamelentrektocht door de Sinaï vergt wel wat meer tijd dan een via een hotel of reisbureau geboekte woestijntrip. Tijd die nodig is om de juiste gidsen te vinden, inkopen te doen en vertrouwd te raken met de dieren. Alleen al voor dat laatste heb je een dag nodig, want het bestijgen, rijden en weer afdalen van dit schip der woestijn vergt toch wel enige handigheid - een handigheid die de gemiddelde West-Europeaan uiteraard mist.

Het hele avontuur begint heel kalm, namelijk met een rustig, avondvullend bezoek aan een van de vele theehuizen in de zijstraten van Sharm el Sheik, of nog beter in Dahab, een kleiner toeristenoord 75 kilometer verderop langs de kust. Wanneer het ijs na ettelijke kopjes thee is gebroken, dan is er altijd wel iemand die bij je aanschuift en vraagt wat je wilt. Daarna wijst de weg zich meestal vanzelf. Via via kom je dan uiteindelijk in contact met de juiste personen. Uiteraard scheelt het als je, al is het maar een paar woordjes, Arabisch spreekt, maar echt nodig is dat niet, want er zijn genoeg bedoeïenen die voldoende Engels spreken om zaken mee te doen. Met de beoogde gids ga je dan de volgende dag boodschappen doen op de lokale markt. En aan het einde van de dag maak je kennis met de dieren waar je de komende dagen afhankelijk van zult zijn.

De meeste gidsen zullen een voorstel doen voor een tocht van vier of vijf dagen. Maar langere tochten, tot veertien dagen aan toe, behoren ook tot de mogelijkheden. Bedenk wel van te voren dat hoe langer de tocht duurt, des te zwaarder de ontberingen gaan wegen. Het scheel nogal of je na vier nachten terug bent in je hotel waar je onder de douche kunt en in een echt bed kunt slapen of dat je jezelf twee weken nauwelijks hebt kunnen wassen en al die nachten in het zand hebt moeten slapen.


Eeuwenoude beschavingen

Interessante plekken om langs te trekken zijn Wadi Helwa, een prachtige smalle, oude rivierbedding waar het hele jaar door water te vinden is. Een andere woestijnplek waar je alleen op deze manier kunt komen, is de Jbel Mileyhes: een machtige, ongenaakbare bergtop met aan de voet drie kleine bronnen. Volgens de geldende traditie is de eerste bron om je te wassen, de tweede om drinkwater te tappen, en de laatste wordt overgelaten aan de vogels en andere dieren.

Wie genoeg tijd heeft, kan op zoek gaan naar de restanten van de eeuwenoude beschavingen die ooit de woestijn bevolkten. Want ondanks de barre omstandigheden hebben Egyptenaren, Nabaateeërs, Romeinen en Mamelukken hun sporen in dit gebied achtergelaten. Her en der vind je hun sporen. Verlaten forten, eenzame wachttorens, soms nog in gebruik als stal door rondtrekken de bedoeïenen, of kleine stapels stenen die duiden op een graf.

De meest intrigerende overblijfselen van menselijke activiteit in de Sinaï vormen de meer dan zesduizend jaar oude cirkelvormige graven die op verscheidene plaatsen in het zuiden zijn te vinden. In een aantal afgelegen wadi's treft men dergelijke bouwsels aan. De grootste concentratie echter, rond de twintig stuks, is in de vlakte aan de voet van de Gebel Mehareb.

Catharinaklooster
Vanaf de geasfalteerde verbindingsweg tussen het Catharinaklooster en de kustweg, die Dahab met Nuweiba verbindt, ter hoogte van een plek die in de volksmond Sheik Hamid heet, voert een nauwelijks herkenbaar pad de woestijn in. Het spoor loopt langzaam omhoog, tot aan een brede pas.

In de vlakte die daarachter ligt, staan op een soort plateau 23 kleine huisjes. Kleine cirkelvormige gebouwtjes zijn het, opgetrokken uit ter plekke uit de rotsige bodem gehakte platte stenen die los op elkaar zijn gestapeld. Ze hebben een doorsnee van ongeveer vier meter en zijn tussen de anderhalf en twee meter hoog. De enige opening, een lage deur met een uit één stuk gemaakte drempel en bovenkant, bevindt zich aan de westkant. De daken zijn heel licht gebogen waardoor het cirkelvormige karakter van het geheel nog wordt benadrukt.Deze graven, want dat zijn het, staan in groepjes bij elkaar. Het lijkt erop dat er een verhoging is opgeworpen, waarop men vervolgens de graven heeft gebouwd.

Een andere interessante historische plek ligt in het hart van de Sinaï: het beroemde Catharinaklooster. Vanaf dit eeuwenoude complex kun je gemakkelijk de top van de hoogste berg bereiken. Daar zou Mozes van de Heer zijn God de stenen tafelen met daarop de tien geboden hebben gekregen. En of je dat gelooft of niet, het is absoluut de moeite waard om 's ochtends in alle vroegte naar boven te lopen om daar de zon te zien opkomen.

Het mooiste is om op de terugweg naar het klooster de lastigere, steile route te nemen. Wanneer je de duizenden uitgesleten treden afdaalt, is het goed om stil te staan bij het feit dat in de Middeleeuwen monniken deze tocht omhoog maakten op hun knieën. Om daarna in de ijskoude nacht (het kan op die hoogte flink vriezen) op de top te overnachten.

Dit belangrijke christelijke heiligdom, waar ook unieke handschriften bewaard worden - waaronder een paar bladen van het oudst bekende Nieuwe Testament - kun je uiteraard ook gewoon als dagtocht met de bus vanuit Sharm el Sheik bezoeken. Maar veel bevredigender is het als je, na een dagenlange tocht door de bergen, uiteindelijk als een ouderwetse pelgrim in dit heiligdom aankomt.

Overigens is het na zo lang (vanaf Dahab is het vijf dagen en vanaf Sharm el Sheik nog een dag meer) door de stilte te hebben getrokken, wel even schrikken als je na de laatste helling ineens tussen de busladingen toeristen staat. De verbazing is meestal wederzijds, want de met camera's behangen, kortgebroekte massatoerist staart de blanke met kameel meestal aan als een wezen van een andere planeet. (JOOST VERMEULEN)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden