Column

Op dag drie hadden we werkelijk over alles ruzie gehad

Eva HoekeBeeld Floris Lok

En toen woonden we opeens samen. In Betondorp, rand stad, rand dorp. Met grote ramen, witte vloeren, een balkon op het zuiden en een trap naar boven. En vogels in de achtertuin, hartstikke leuk.

Nee, aan het huis lag het niet.

Het begon al met de verhuizing, een drama in tien bedrijven aangezien De Man niets weg kan gooien, en ik derhalve niet alleen tien miljoen dozen met tijdschriften, kranten en boeken naar boven liep te sjouwen, maar
ook een kapotte stoel, drie printers, acht zogenaamde 'paniekdozen' met vuile vaat en schone kleren, (De Man: 'Ik moest wel, de verhuiswagen was al onderweg'), én de kampeerspullen van zijn ex, wat de druppel was, want als ik ergens een hekel aan heb, is het wel aan kamperen.

Toen de boel eenmaal binnen stond begon de volgende strijd, want toen vond ik dat zijn kapotte lievelingstrui, oranje drankrek en loodzware eikenhouten kapstok wel weg konden, waarop hij alles vetode met de tekst 'Dat is een erfstuk', wat slim was, want wie gooit er nou een loodzware eikenhouten kapstok weg die je van iemand (van wie eigenlijk?) hebt geërfd, niemand natuurlijk, dat doen alleen mensen zonder gevoel, en dat predicaat had ik toen nog niet.

Nee, dat kwam pas op dag drie. Want toen hadden we inmiddels over alles, werkelijk álles ruzie gehad.

Over het feit dat hij zijn spullen achter zijn kont liet slingeren. Over dat hij zijn tanden in een pruim zette en ik dan 'Bordje eronder!' tetterde. Over de keer daarna dat hij de pruimen vond die ik had verstopt omdat ik ze
's ochtends voor mijn ontbijt had willen bewaren en hij doodleuk zei dat ik dan toch ook radijs kon nemen. Over het afsluiten van een internetabonnement bij KPN, een bedrijf dat, eerlijk is eerlijk, zelfs de dalai lama tot waanzin zou brengen.

Over opruimen, uitslapen, avondeten (De Man, wijzend op de avocado op zijn bord: 'Ik vind dit geen lekker fruit'), smakken, vuilniszakken, over het verschil tussen vaatdoekjes en handdoeken, over witte was en bonte was ('Niet bij elka-haar!'), sperziebonen ('Dat is groene patat, schat, eet nou maar'), zakjes strooikaas die dwars door het midden werden opengescheurd terwijl er godbetert een afsluitsticker op zat, over koffievlekken, lichtknopjes, volumestanden, vette vingers, vieze kopjes, loze beloftes en de ergste: over het feit dat hij zich op dag drie al meerdere keren hardop had afgevraagd waar toch dat leuke wijf van weleer was gebleven.

Verhuizen is lastig, als ik me niet vergis staat het in de top 10 van meest ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven, en nog hoog ook, meteen na dood, scheiding en ziekte. Tel daar twee karakters bij op die gráág alleen zijn en dit is wat je krijgt: dikke staarten, hoge tonen en zwaarbevochten territoria.

Maar vanmorgen gloorde er ineens hoop aan de einder. Want in de ijskast zag ik een opgevouwen zakje strooikaas liggen. Er zat een wonderlijke knik in, de helft was geplet en je moest er niet mee gaan zwaaien, maar toch, het plakkertje zat er op.

Ging het dan toch nog goed komen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden