Plus

Op bezoek bij een Oekraïens separatistengezin in Donetsk

Het leven in de Volksrepubliek Donetsk is niet makkelijk. De druk van de geheime dienst is groot, geld opnemen kan niet en alle grote bedrijven zijn weg. Op bezoek bij een separatistengezin.

Anna Karsjenko en Aleksander BelikBeeld Fleur de Weerd

Anna Karsjenko (30) en Aleksander Belik (35) zitten aan de keukentafel in hun huis in een buitenwijk van Donetsk. Een flink huis, liefst drie verdiepingen van honderd vierkante meter. "Zelf gebouwd," zegt Belik trots.

Karsjenko en Belik wonen in de Volksrepubliek Donetsk, een van de twee Oost-Oekraïense republieken die zich twee jaar geleden losscheurden van de rest van het land.

Ze zijn separatisten. Maar ze lijken in niets op wat je daarbij verwacht. Het zijn geen laagopgeleide vechtersbazen. En ze slaan ook geen propagandataal uit. Ze praten beheerst en zitten het liefst thuis op de bank met hun dochtertje. Of ze werken, want ze runnen samen een internetprovider.

"De vooroordelen zijn hardnekkig," grinnikt Belik. "Je hoeft hier niet in het leger, als je de waarden maar onderschrijft. Ik zou nooit een wapen vasthouden, ik ben een pacifist. En omdat we een bedrijf hebben, hoef ik dat ook niet. De republiek heeft de mensen die geld binnenbrengen hard nodig."

Leven wordt opgebouwd
De militaire situatie in de Volksrepubliek is sinds de wapenstilstand van vorig jaar gestabiliseerd, hoewel de afgelopen tijd het strijd­gewoel weer toenam. Er wordt in de stad op een paar plekken gevochten, maar van grootschalige bombardementen is geen sprake. Het leven wordt opgebouwd.

Vluchtelingen komen terug. De bussen rijden, je kunt belasting betalen. In Russische roebels, de munteenheid in Donetsk. Op sommige plekken waan je je bijna in Amsterdam door alle hippe gerechten op de kaart.

Geheime dienst
Uiterlijk bedriegt ook. De druk van de nieuwe geheime dienst is voelbaar. Ambtenaren moeten zich aansluiten bij politieke partij Republiek Donetsk - een van de twee toegelaten partijen. De namen van deze mensen zijn op een website gezet. Een maatregel die hen ervan weerhoudt de republiek te verlaten, omdat de mensen linea recta op de verdachtenlijst van de geheime dienst van Oekraïne komen. Daar is separatisme strafbaar.

Geld opnemen kan niet. Topambtenaren uitgezonderd: zij kunnen dat wel, met een speciaal staatsbankpasje. Carrièremogelijkheden zijn er evenmin: bijna alle grote internationale bedrijven hebben de deuren gesloten.

Daarom hebben veel hoogopgeleide jonge Oekraïners gekozen voor een toekomst elders: in een grote stad in Rusland, of aan de andere kant van de frontlijn, in Oekraïne.

Was dat geen optie voor Karsjenko en Belik? Karsjenko schudt haar hoofd en wijst naar het huis. "Alles is hier. Familie, ons bedrijf, de vriendenkring," zegt ze. "Hier ben ik de baas van een bedrijf, in Oekraïne of in Rusland ben ik helemaal niemand," zegt Belik.

Als in de jaren '90
Tegelijkertijd is het leven in de Volksrepubliek niet makkelijk. Het is een beetje zoals in de jaren negentig, zegt Belik. "Iedereen betaalt met cash. Mensen nemen tassen geld mee over de grens om te wisselen." Ook hij doet dit regelmatig. Zijn bedrijf heeft een vestiging in Kiev.

"We zijn gescheiden, maar ik krijg de internetverbinding nog wel vanuit Kiev. Ik moet elke paar weken naar Oekraïne om daar in cash aan de belastingdienst te betalen. Zo voorkom ik dat ze kabels doorsnijden."

Is hij niet bang opgepakt te worden? "Nee hoor, ik zit niet bij de partij. Bovendien lijkt het alsof ze het wel prima vinden zolang ik betaal." Hij haalt zijn schouders op.

Zijn vrouw vindt het exemplarisch. "Beide kanten doen alsof ze volledig gescheiden zijn, maar eigenlijk is dat onzin. Onze mijnen leveren nog steeds kolen aan Kiev. De grote bedrijven komen gewoon onze supermarkten vullen. Veel kabels zijn met andere gebieden verbonden, ze kunnen ons niet zo maar afsluiten. En: er staan zakelijke belangen op het spel."

Kloof
De stiekeme handel staat in schril contrast met de kloof die de mensen voelen met de rest van Oekraïne. Belik belt nog wel eens met een vriend die is vertrokken naar Marioepol. "Kom terug, zegt hij. Nee, zeg ik, kom jij maar terug. Maar we weten allebei dat we nooit meer terug kunnen. We zitten in een ander kamp. Volgens de propaganda van beide kampen zijn we staatsvijanden."

Belik zucht. "Het is lastig. Hoe langer wij een republiek zijn, hoe groter de kans dat we nooit meer herenigd worden."

Zou hij dat dan willen? "Misschien. Ik had gehoopt dat we een onderdeel van Rusland zouden worden. Nu zitten we in een minirepubliek die niemand erkent zonder veel economische kansen. Maar ik heb nergens spijt van. Ik ben in Zwitserland geweest en heb gezien hoe klein de mensen daar leven. Ik leef liever hier in een groot huis met een kleine economie."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden