Plus Een nieuw begin

Oostblok wil een van de 'cultuurhuizen' van Amsterdam worden

Theater Oostblok verhuist naar een grotere locatie, om het vijfde 'cultuurhuis' van Amsterdam te kunnen worden. Makers vinden er altijd een podium.

Anne Houwing en Marijke Schermer: 'Elk gat dat we hebben, vullen we met verhuur.' Beeld Marc Driessen

Tachtig stoelen telt Oostblok nu. En als er een kindervoorstelling is, lukt het nog net om honderd kinderen in het witte gebouwtje op het ­Sajetplein, haaks op de ­Mauritskade, te krijgen.

Oostblok groeit uit zijn jasje en daarom wil het theater dit jaar nog verhuizen naar een grotere locatie. "Én dieper Oost in," zegt zakelijk directeur Anne Houwing. "We zitten nu toch net aan het randje van het stadsdeel. Het zou fijn zijn als we in het midden komen te zitten."

Tweehonderd bezoekers
Houwing en artistiek directeur Marijke Schermer zijn bezig met gesprekken over een locatie, maar kunnen er op het moment nog niet meer over vertellen.

Wél kunnen ze zeggen dat het de bedoeling is dat er straks in elk geval tweehonderd bezoekers in de zaal passen en dat ze gaan samenwerken met andere partijen. De wens is namelijk ook om van Oostblok een multidisciplinair huis te maken, dat bijvoorbeeld ook een locatie is voor debat en beeldende kunst.

Dat is niet alles, want Oostblok wil op termijn ook nog een van de 'cultuurhuizen' van Amsterdam worden.

Op dit moment telt de stad er vier: de Tolhuistuin (Noord), de Meervaart (Nieuw-West), Podium Mozaïek (West) en het Bijlmer Parktheater (Zuidoost). Een upgrade naar de ­titel cultuurhuis betekent structurele financiering direct vanuit de gemeente voor vier jaar, en dus meer ruimte voor grootse plannen.

Proeftuinen
Het is geen geheim dat wethouder Kajsa Ollongren (Cultuur) ook in Oost een officieel cultuurhuis wil zien en het ligt voor de hand dat Oostblok die rol op termijn kan vervullen. De instelling zelf zou dat graag al over vier jaar willen: in het volgende Kunstenplan. Het nieuwe theater is daarbij wel essentieel, want in de huidige vorm is Oostblok te klein voor zo'n functie.

"Dingen die we nu voor scholen doen, spelen we drie keer op een dag, zodat iedereen het kan zien," zegt Schermer. "In de kerstvakantie hadden we Een wintersprookje zes keer geprogrammeerd. Daar hebben we acht keer van gemaakt, maar eigenlijk was het acht keer rám­uitverkocht. En die voorstelling was eigenlijk ook al te groot voor de zaal."

Oostblok kwam in 2014 voort uit het Pleintheater en het Muiderpoorttheater. Het theater richt zich specifiek op stadsdeel Oost en, als het even kan, ook op mensen die normaal niet in een schouwburg komen. Jaarlijks zijn er ongeveer 120 voorstellingen, waarvan een derde voor de jeugd bedoeld is en de rest voor volwassenen.

Niet gebruikelijk
Het theater komt rond van een exploitatiesubsidie van het stadsdeel, kaartverkoop en verhuur. Je kunt Oostblok bijvoorbeeld ook afhuren voor, zeg, een bruiloft. "Elk gat dat we hebben, vullen we met verhuur," zegt Anne Houwing. "Maar we proberen de verhuur wel steeds meer te laten aansluiten op wat we zelf doen; dus dat basisscholen onze locatie huren voor de schoolmusical, zodat kinderen uit Oost onze plek leren kennen."

Oostblok programmeert volgens een model dat niet gebruikelijk is in de theaterwereld. In plaats van het hele jaar al vast te zetten, werkt Oostblok hoogstens drie maanden vooruit.

Een bewuste keuze, want makers die zich plotseling aandienen, vinden zo bij Oostblok eigenlijk ­altijd wel een plek - en dat willen Schermer en Houwing graag zo houden. Daarnaast geeft het jonge makers een kans: wie (nog) te klein is voor Theater Bellevue in het centrum kan proeftuinen in Oostblok en misschien doorgroeien naar grotere podia.

Diversiteit
Een boel plannen, maar er zijn ook uitda­gingen. De grootste daarvan is om de diversiteit van Oost terug te laten komen op het podium. Zo oordeelde het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) bijvoorbeeld dat Oostblok beter zou kunnen aansluiten op wat er in de buurt speelt. Het was mede de reden voor het AFK om Oostblok niet in de vierjarige subsidieregeling op te ­nemen. Het theater had bijna vier ton bij het fonds aangevraagd.

"Die diversiteit is natuurlijk iets waar iedereen in de theaterwereld op dit moment mee worstelt," zegt Schermer. "We hebben daarom eerder bijvoorbeeld al een programmeur aangetrokken met een niet-exclusief Nederlandse achtergrond. Dat is een begin, denk ik, dat niet bijvoorbeeld ik ga bedenken wat ik voor 'ze' ga doen."

Surinamers
"We hebben een voorstelling gehad over de ­Surinaamse premier Jopie Pengel en dan hebben we een week allemaal Surinamers in huis," vult Houwing aan. "Dat is heel leuk, maar het zou beter zijn als het meer mengt. Op de peuterspeelzaal lukt dat wel. Die komt ook naar onze voorstellingen. De grootste uitdaging is echter om de ouders met kinderen hierheen te ­krijgen."

Dat Oostblok structurele financiering vanuit het AFK misloopt, vinden ze jammer, maar niet het einde van de wereld. Eerder kreeg Oostblok ook alleen op projectbasis subsidie vanuit die hoek.

"We lossen het anders op," zegt Houwing. "Bijvoorbeeld door straks meer met anderen ­samen te werken op onze nieuwe plek. De afgelopen jaren hebben we een stijgende lijn laten zien, dus het is goed om dat door te zetten. Er wonen 138.000 mensen in Oost. Dan is tachtig stoelen natuurlijk superweinig."

Dit is de derde aflevering van een serie over ­Amsterdamse culturele instellingen die het dit jaar door (goede of slechte) omstandigheden heel anders willen aanpakken.

Lees ook de vorige afleveringen: 2017 moet hét jaar van de kleinkunst gaan worden [+] en Veem Huis voor Performance kiest voor kwaliteit door minder voorstellingen [+].

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden