Plus

Oorlogsveteranen in het café: de strijd om het beste verhaal

In café Daan en Daan halen oorlogsveteranen al 15 jaar geregeld herinneringen op aan hun legertijd. 'De verhalen worden almaar sterker.'

Vlnr (vergezeld door twee Amerikaanse toeristen met baseballpetten): veteranen Joost Lenz, Martin Maas, Cas Willems, Wil Janssen en barkeeper Saskia Smit. Beeld Dingena Mol

"Vertel nog eens over die Indonesische koppensnellers, Hans!" roept Joop Lotens (63). Wat onderuitgezakt zit Hans van Duijkeren (85) in een rieten stoel op het terras van café Daan en Daan aan het Kattenburgerplein. Zijn ­ellenboog losjes op tafel. De koelbloedige pose van een strijder. Spierwit haar, donkere zonnebril, blauw overhemd, hoog opgetrokken terlenka broek. Voor hem staat een halfvol glas doodgeslagen bier. Hij prikt een stuk leverworst van de schaal die rondgaat.

Krokodillenjager
Verwachtingsvol kijken Lotens en Piet van Oorschot (79) naar Van Duijkeren. "Eerst een ander verhaal," zegt van Duijkeren. "Op een keer ging ik met de dokter mee aan boord van de sloep."We deelden verband uit aan de Papoea's. Hadden ze nooit gezien. Ze deden het om hun pols alsof het een horloge was!"

Een schaterlach van zijn toehoorders. "Mooi, Hans!"
"Op de rivier kwamen we een krokodillenjager tegen," gaat Van Duijkeren onverstoorbaar verder. "Het ging hem om de huiden en..."

"Doe hem er nog maar een. Hij is op dreef," zegt Van Duijkerens vrouw Sjaan (85) terwijl ze naar het bierglas op tafel gebaart. Zelf neemt ze een slok cola light.

Ze kent de anekdotes. "Natuurlijk. Ik heb die verhalen al een keer of vijf gehoord. Eigenlijk vaker, misschien wel tachtig keer. Maar dat maakt mij niks uit. Ze blijven mooi."

"Als je jong bent maakt zoiets indruk op je," zegt Van Duijkeren.

Van Oorschot, die bij de landmacht diende, knikt. Zijn kleinzoon, ongeveer zo oud als hij destijds, is meegekomen en kijkt stoïcijns voor zich uit. "Die jongen heeft hier van zijn opa verhalen gehoord die hij nog niet kende!" zegt Lotens. Hij geeft de zwijgende tiener een stompje tegen zijn bovenarm.

Nep-veteranen
Elke tweede en vierde maandag van de maand ontmoeten Amsterdamse oorlogsveteranen elkaar tussen 13.00 en 19.00 uur in café Daan en Daan. Coördinator Wil Janssen (75), een Nieuw-Guineaveteraan, nam daartoe vijftien jaar geleden het initiatief. Met zijn grijze krulsnor en rij­zige postuur voldoet hij volledig aan het clichébeeld van een ­marineman.

"Wil is de grote animator!" roept oud-tankcommandant Casper Willemsen (69) vanaf zijn barkruk. Hij wrijft over zijn pijnlijke been: een blessure die hij in Duitsland ten tijde van de Koude Oorlog, heeft opgelopen. Naast hem, aan de toog, strijden bassende stemmen om het sterkste verhaal.

Janssen loopt naar buiten met een pilsje. Toen hij na zijn pensioen een tijd als invalbarkeeper bij café Karpershoek werkte, trof hij daar regelmatig oorlogsveteranen.

"Ze konden bij mij hun verhaal kwijt. Thuis praat je niet zo makkelijk over wat je hebt meegemaakt. Veteranen spreken dezelfde taal. Zo ontstond vanzelf een soort clubhuis. We organiseren ook Indische avonden en bezoeken samen evenementen van defensie. Met Dodenherdenking gaan we naar De Nieuwe Ooster en lopen we de stille tocht langs zes oorlogsmonumenten."

Acht jaar geleden verhuisde de bijeenkomst naar café Daan en Daan. Hoewel de mannen van de landmacht het vaak moeten ontgelden - "Allemaal zandhazen!" - zijn ­veteranen van alle afdelingen welkom. Inmiddels zijn het er zo'n dertig. Mannen die in Nieuw-Guinea of ­Korea hebben gediend en de jongere, die hebben deelgenomen aan missies in Bosnië, Libanon of Irak. "Je moet wel aantoonbaar veteraan zijn. Dat betekent dat je onder oorlogsomstandigheden aan een missie moet hebben deelgenomen," zegt Janssen.

Hij heeft meegemaakt dat zich mannen aansloten die ­indrukwekkende oorlogsverhalen ophingen, maar bij ­nader inzien helemaal geen veteraan bleken te zijn. "Daar komen we snel achter. Ze zijn daarna nooit meer teruggekomen."

Maar een goed, sterk verhaal, gebaseerd op de waarheid, moet kunnen. "Die zijn schering en inslag," zegt Joost Lenz (80). "Ze worden almaar sterker. De kern blijft hetzelfde, maar ze worden verfraaid."

Vlnr: Wil Janssen (linksachter), Cas Willemsen, en rechts Joost Lenz. Beeld Dingena Mol

Verhalen die thuis soms moeiteloos worden aangevuld door een eega, die kinderen inmiddels wegwuiven met 'dat heb je al honderd keer verteld, pa', kunnen hier - al dan niet opgepoetst - nog makkelijk tientallen rondes mee. "Als je de ervaringen van anderen hoort, schieten je vanzelf nieuwe dingen te binnen."

Zestien jaar was Lenz toen hij zich aanmeldde bij de ­marine. "Na de opleiding ging ik naar Nieuw Guinea. ­Belangrijke jaren in mijn leven. Ik leerde er discipline. Ze hebben me gevormd."

Veel herinneringen kunnen rekenen op herkenning bij de andere ­veteranen. Hoe mannen die als laatste aan boord terugkwamen in het donker op zoek moesten naar een vrije haak om hun hangmat aan te hangen, de zwemwedstrijdjes rondom het schip tegen de mariniers, het ­jagen op ­vogels en andere dieren, zoals krokodillen, de verzengende hitte.

Emoties
Saskia Smit (43), medewerkster van Daan en Daan, laveert met een dienblad tussen de mannen door. Al jaren vangt ze flarden van anekdotes en getuigenissen op. "Vaak over Indisch eten, drank en vrouwen. Vooral vrouwen," zegt ze lachend. "Maar minder leuke ervaringen zijn er ook. We hadden in het café een keer een dode muis die we niet konden vinden, maar je rook hem wel. Martin was toen helemaal van slag. De geur deed hem denken aan de lijken die hij moest ruimen in Libanon."

Martin Maas (54) nam in 1982 en 1983 deel aan een missie in Libanon. "Een maat van me verloor twee benen. In Beiroet maakten we vuurgevechten en bomaanslagen mee. Amper achttien jaar was ik en net opgeleid. Het was heel heftig. Nazorg was er niet. Pas veel later kwamen de emoties boven. Het hielp om er met andere veteranen over te praten. Eén vraag kan al genoeg zijn om iets los te maken: 'Hoe heb jij het beleefd?'"

Met gespierde verhalen heeft hij niet zo veel. "Daar prik je gauw doorheen. Gebakken lucht, vooral als er veel gezopen wordt. Het getuigt niet van respect tegenover de echte verhalen van veteranen," vindt hij.

Ook Marije van Urk (82) zal ze niet gauw vertellen. "De mannen zijn er goed in. Vooral die van de Onderzeedienst," lacht ze. Als meisje van achttien jaar ging ze in 1954 bij de marine. Ze volgde de radaropleiding en kreeg een functie bij de Navigatie Gevechts-Informatie Dienst (NGID). "Zo nu en dan kom ik hier om mijn oude maten te zien. Ik kijk met plezier terug op de saamhorigheid. Je zat de hele dag bij elkaar en dat schept een band."

"Het vrije leven, de eenheid aan boord blijven je bij," ­beaamt Van Duijkeren.
Hij doolt nog vaak rond op Kattenburg, waar 65 jaar ­ge­leden zijn avontuur begon. Na zijn opleiding in de marinekazerne Kattenburg, werd hij telegrafist op de Hr. Ms. ­Kortenaer. "Ik had voor drie jaar Nieuw-Guinea kunnen tekenen, maar ik was toen al getrouwd met Sjaan. Het kon alleen als zij meeging en dat wilde ze niet."

"Het werd dus anderhalf jaar. Ik kon daarna bijtekenen, maar Sjaan wilde niet weer op me wachten. Later ben ik nog gevraagd als telegrafist in Singapore en New Delhi. Dan had ik een ander leven gehad. Maar ja..." Hij wijst met zijn duim naar Sjaan. "Daar heeft zij een stokje voor gestoken. Ze heeft me getrouwd om mijn geld. Ik had een hoop lege flessen staan. Dat statiegeld bracht aardig wat op."

Sjaan hoort het hoofdschuddend aan. "Dit jaar zijn we 65 jaar samen."
Van Duijkeren begint een nieuw verhaal. Met die ­In­donesische koppensnellers? Ze wil het best nog een keer horen. "Breng nog een biertje, Sas!"

Vlnr: Hans van Duijkeren, zijn vrouw Sjaan en Piet van Oorschot. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.