Oom Frans nam deel aan de politionele acties

PlusTheodor Holman

Oom Frans was 14 jaar toen de Tweede Wereldoorlog zich in Nederland aandiende. Hij zag – ik meen in de Lohmanstraat – een Neder­lander door een Duitser neergeschoten worden.

“Zo… Pang!… Dood!”

Toen de oorlog was afgelopen, vond hij het nodig om in het leger te dienen. Hij werd naar Indië gestuurd en nam deel aan de politionele acties.

Tafelgesprekken bij ons thuis in de jaren zestig gingen vaak over oorlog. (Hij had ook in Korea gevochten.) “We wisten niks van Indië. Alleen dat het er vaak warm was.”

Hij zag kameraden van hem vermoord worden. Hij legde er zelf ook wat om. Hij snapte niets van de toenmalige Nederlandse regering. “Wat wisten zij van Indië? Niks! Zij wisten net zo weinig als wij! Wie van de leden van het parlement en de regering waren ooit in Indië geweest? Ja, in de oorlog. Vanuit Londen. Lieten ze zich fêteren, terwijl Indië toen arm was.”

Hij vertelde hoe minister Van Kleffens elke dag dronken was van de jonge Bols, die paar dagen dat hij daar was – had hij gehoord van zijn schoonvader, die uit Indië kwam. Na de oorlog had hij minister Jonkman (minister van Overzeese Gebiedsdelen) over Indië horen praten… “Die snapte ook niets van Indië.”

Als oom Frans bij ons op bezoek was, kwamen de politionele acties altijd wel aan de orde. Dan zei hij tegen mijn vader, die ook Theo heette: “Theo, ik vocht daar toen toch voor Nederland?”

Mijn vader knikte.

De naam van Soekarno sprak hij niet met liefde uit. “Nationalisme is toch fascisme, Theo?”

Mijn vader probeerde wel de redelijkheid van een zelfstandig Indonesië in te zien, maar ervoer het verlies van zijn geboorteland als groot verdriet. “We hebben het daar verprutst. Gewoon verprutst!”

Hij was daar zelf, als bestuursambtenaar, misschien wel medeschuldig aan. Als redelijkheid je bedroeft, denk je niet constant redelijk.

Oom Frans kwam gewond uit de Koreaoorlog. Hij sloot zich aan bij het Oud-Strijderslegioen van de heer Ego, een zeer rechtse club die ik toen als puber meer dan verderfelijk vond. Als oom Frans bij ons thuis kwam, wenste ik hem niet te zien.

De naoorlogse oorlogservaringen van oom Frans maakten hem zo bitter dat er geen alcohol tegen opgewassen was. Op zijn begrafenis waren enkele oud-strijders met wie hij in Indië had gevochten.

Hun koning heeft voor hun gedrag gisteren aan Indonesië excuses aangeboden.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Lees ook:
Dit is toch de week van dwarsdenkers?
• Hoeveel moeite moet je nog doen voor een oudere?
 Uit de rolstoel klinkt een zacht gekreun dat lijkt op een schurende deur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden