PlusColumn

Ook ooievaars weten: het begint met een goede postcode

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort
Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

De ooievaars zijn weer terug in de stad. De voorbije weken druppelden de vogels een voor een binnen na een lange vlucht van meer dan tweeduizend kilometer van Marokko via Gibraltar naar Amsterdam.

De mannen eerst om eventuele krakers klepperend van het oude nest te verjagen, daarna de vrouwen om de voorbereidingen te treffen voor een nieuw broedsel.

Als onderweg geen ongelukken zijn gebeurd, treffen dezelfde mannen en vrouwen elkaar op de zeven aanwezige nesten in de stad die zij vorig jaar samen met hun jongen hebben verlaten voor de lange reis naar het zuiden.

Geen ruimte voor vakantieliefdes of een losse scharrel van ergens onderweg. Maar wat huwelijkstrouw lijkt, is in werkelijkheid trouw aan het nest. Ook ooievaars weten: een goede toekomst voor de kinderen begint met een goede postcode.

Een goed nest is goud waard, en een belangrijke voorwaarde is de aanwezigheid van voldoende voedsel op vliegafstand.

Anders dan de reigers in de stad die gewoon lui gaan posten voor de snackbar of de viswinkel, speuren onze ooievaars nog ouderwets de weilanden van Waterland af, op zoek naar een paar muizen, mollen of een paar jonge weidevogelkuikens voor de afwisseling.

Een goed nest moet natuurlijk ook stevig en veilig zijn. Een zelfgebouwd nest op het Roeterseiland waaide twee jaar geleden met jongen en al van het dak, en daarmee was het jaar voor de ouders in één stormnacht compleet mislukt.

Een tragedie in alle opzichten, want ooievaars hebben maar één opdracht meegekregen in het leven: zorgen dat er meer ooievaars komen.

Die opdracht nemen de vogels serieus. De komende weken staat alles in het teken van de seks. Het ooievaarsnest wordt een liefdesnest, met toewijding als kaarslicht en plichtsbesef als het verzameld werk van Al Green.

En het gebeurt allemaal open en bloot, midden in de stad, als een Casa Rosso met veren en snavels. Terwijl beneden de tram tingelend de bocht neemt, nemen meneer en mevrouw boven op het nest ritselend de jaarcijfers van de BV Stork nog een keer door.

Wat met de bijzondere bouw van de ooievaar bepaald geen eenvoudige opgave is. Dat er jongen worden geboren, mag sowieso een wonder heten: met al die lange poten, snavels en vleugels is het net alsof twee droogrekjes van Tomado zich daar hoog op het nest proberen voort te planten. En toch gaat het bijna altijd goed, met als gevolg dat er elk jaar weer meer ooievaars opduiken in de stad.

Goed nieuws voor iedereen, behalve misschien voor die jonge ooievaars die in de buurt van het nest wachten tot hun tijd gekomen is. Net als in de meedogenloze wereld van de musical, kunnen deze understudies van het ooievaarsnest alleen maar geduld oefenen, dromen van een actieve rol in het voortbestaan van de soort en hopen dat de grote sterren van het stuk een poot breken of zich verslikken in een veldmuis.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden