Ook met de poes van Anne Frank liep het niet goed af

Alles rond Anne Frank is nieuws. De kastanjeboom waar ze op uitkeek natuurlijk, maar toen in 1999 bleek dat ze als twaalfjarige zelf aangifte had gedaan van de diefstal van haar fiets, haalde dat ook verscheidene kranten. En onlangs bracht Het Parool nog het botermesje uit het Achterhuis ter sprake. Maar het lot van Annes poes Moortje bleef onbesproken. In die leemte is nu voorzien. Moortje, zo blijkt, heeft de oorlog niet overleefd.

null Beeld anp
Beeld anp

Moortje kwam ter sprake in Annes Dagboek. Zo schreef ze in een tekst gedateerd op 12 juli 1942: 'Dan spreken ze wel eens over Moortje en dat kan ik helemaal niet hebben, want dat is vooral mijn zachte en zwakke punt. Moortje mis ik op elk moment van de dag en niemand weet hoeveel ik aan haar denk, altijd als ik aan haar denk krijg ik tranen in mijn ogen ervan.'

De feiten zoals tot nu toe bekend: de familie dook, in alle geheim, op 6 juli 1942 onder op de Prinsengracht. Moortje bleef achter in de woning op het Merwedeplein, maar er was een briefje achtergelaten voor onderhuurder Goldschmidt met het verzoek het dier naar de buren te brengen. Dat schrijft Anne, en later is het verhaal door Annes vriendinnen Hanneli Goslar en Jacqueline van Maarsen bevestigd.

Wie die buren waren, is nooit naar buiten gekomen. Het blijkt te gaan om het gezin Kupers; dochter Toosje was een vriendin van Anne.

Toos Kupers is altijd nogal stil geweest over die vriendschap, maar in 2009 stond ze medewerkers van de Anne Frank Stichting te woord. Ze vertelde dat Moortje al één of twee weken eerder bij haar thuis was gebracht. Vorige maand is ze daar nog op teruggekomen, ze weet het heel zeker: 'Anne stond voor de deur met de poes in haar armen. En toen die bij ons kon blijven, heeft ze daarna de kattenbak en zijn voerbakje opgehaald.' Wie er gelijk heeft, Toosje of Anne, Hanneli en Jacqueline blijft onduidelijk.

Vlooien
Moortje was, zegt Toos Kupers, 'een poes zoals een poes moet zijn: lief, aanhankelijk, graag op je schoot en spelen, achter iets aanhollen'. Ze had wel veel vlooien. 'Bij ons werd ze wel 'het vlooientheater' genoemd.'

Asiel
Maar Moortje takelde af. En het moet ergens halverwege 1944 zijn geweest dat de moeder van Toos Moortje door het asiel liet ophalen. Dat ze daar zou worden afgemaakt, beschouwden ze als vanzelfsprekend. 'Ik was op dat moment op school, mijn moeder wilde het me besparen. Maar het kon niet meer met Moortje, er waren geen middelen om die vlooien te bestrijden en het ging niet goed met hem.'

Kort na de terugkeer uit het kamp kwam Otto Frank op bezoek en hoorde hij over Moortje. 'Ah, zei ie, het is wel goed, het is wel goed. Ja, hij had al zo veel weg moeten doen, die poes kon er ook nog wel bij, hè... Ja, dat vind je dan op dat moment heel naar en ik weet ook niet of hij hem meegenomen zou hebben, maar ja...'

Dit stuk is ontleend aan het boek 'Poes in verdrukking en verzet' van Paul Arnoldussen (Uitgave De Poezenkrant, 14,90 euro), dat vrijdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden