Plus

Ook in kunst van de naoorlogse generatie dreunt de oorlog door

Vazen in de kleuren van kampkleding uit Auschwitz, briefjes uit Westerbork en nummers in typografie van de nazi's. De tentoonstelling Kunst Om Niet te Vergeten toont naoorlogs werk waarin de Jodenvervolging een rol speelt.

Werk van Jules Chapon Beeld Collectie JHM

Schilderen was voor sommige kunstenaars in de tentoonstelling Kunst om niet te Vergeten een uitweg om de oorlog te verwerken, anderen legden hun ervaringen onbewuster vast.

Het merendeel van deze Joodse en niet-Joodse kunstenaars maakte de oorlog als volwassene of als kind mee. Maar ook in de kunstwerken van de naoorlogse generatie dreunt de oorlog door.

Annette Rosen-Apotheker (1953) maakte 201 vazen uit klei en gaf ze de gekleurde strepen van de gevangeniskleding van Auschwitz: blauw en wit. Zij Zijn Niet Teruggekomen heet haar kunstwerk uit 2014. Het zijn de woorden die haar moeder vroeger gebruikte als ze het over haar vermoorde familieleden had: 201 in totaal.

"Haar moeder sprak nooit over de oorlog. Maar Annette kwam er zelf na onderzoek achter hoeveel familieleden waren vermoord: haar grootmoeder, oom, tante en hun gezinnen. Ze maakte voor elk familielid een vaas. Toen ze die vazen bij elkaar zag staan, moest ze heel erg huilen," zegt Irene Faber, conservator collecties van het Joods Cultureel Kwartier.

Esther Zilversmit (1973-2003) maakte het 38 minuten durende videokunstwerk Voor Omi. Haar grootmoeder vluchtte uit Duitsland en dook in 1942 in Parijs onder. Onder erbarmelijke omstandigheden overleefde ze de oorlog. Vanaf de dag dat ze haar vrijheid terug had, besloot ze er tiptop - goedgekleed en keurig gekapt - uit te zien.

Omverrijden
Esther legde samen met haar partner Appie Bood (1965) de garderobe van haar oma vast. Door de kledingstukken aan te trekken kroop ze als het ware in de huid van haar oma. Het was een poging om dichterbij te komen. Esther kon de dood van haar oma, met wie ze een goede band had, moeilijk accepteren. Ze werd maar 29.

Werk van Marlene Dumas Beeld Collectie JHM

In het midden van de zaal van het Holocaust Museum in oprichting staan de kunstwerken van de naoorlogse generatie. Aan de wanden hangen de schilderijen van kunstenaars die de oorlog zelf hebben meegemaakt.

Er hangen twee werken van Jules Chapon (1914-2007), die in een Joods gezin in Haarlem opgroeide. Zijn vader werd in 1943 samen met negen andere mannen in de duinen van Bloemendaal gefusilleerd, als vergelding voor een aanslag op een Duitse officier.

Na de oorlog kwam Chapon de man die hij verantwoordelijk hield voor de dood van zijn vader steeds tegen. Een paar keer wilde hij hem omverrijden. "De dokter zei: 'Misschien moet je maar naar Frankrijk verhuizen.' Dat heeft hij gedaan," zegt Faber.

Concentratiekamp I en II heten zijn werken uit 1950. Later vertelde hij zijn verhaal voor de radio aan Martin Simek.

Agmon van der Veen (1932) maakte Genummerd menselijk landschap, een werk uit de jaren zeventig. Het schilderij met cijferreeksen en gezichten is in felle kleuren afgebeeld. "De nummers zeggen wat over de oorlog. Als je die gezichten bekijkt, lijken ze verwrongen," zegt Faber, die over elk schilderij een citaat van de kunstenaar heeft gevonden.

Werk van Jules Chapon Beeld Collectie JHM

Agmon, geboren als Mozes, oudste zoon van een meubelmaker, werd in de oorlog samen met zijn zes jaar jongere broertje Emanuel in de onderduik gebracht. Zijn ouders, die elders ondergedoken zaten, werden verraden, en naar Auschwitz gebracht. Beiden kwamen om het leven.

Later verloor Agmon ook zijn broer, die in 1956 in de Sinaïoorlog sneuvelde. Van der Veen gebruikt in zijn kunstwerk dezelfde typografie van de nummers die de nazi's in het kamp in de onderarm van de Joden tatoeëerden.

Laatste transport
Van Han de Vries (1941), voormalig eerste hoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest, hangen twee schilderijen. Hij wijdde zich na zijn pensionering aan schilderen en tekenen. De Vries zat, amper twee jaar oud, in zijn eentje op een onderduikadres.

Zijn ouders overleefden de kampen, volkomen getraumatiseerd. Zijn grootouders niet. Het echtpaar werd op 20 juli 1943 met het 'laatste' transport uit Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en drie dagen later vermoord.

De brieven die zij in de oorlog en vanuit Westerbork stuurden, verwerkte hij in zijn schilderijen. In een briefje staat geschreven: 'Moeder weggehaald vannacht ga direct naar professor Cohen=Etje.' Een ander briefje: 'Vertrek morgen vroeg tot weerziens. Vader.'

Kunst om niet te vergeten, t/m 2/9 in het Nationaal Holocaust Museum in oprichting, ­Plantage Middenlaan 27.

Werk van Han de Vries Beeld Collectie JHM
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.