PlusColumn

Ook Hazes was een man in nood. Shit, we zijn het allemaal

James WorthyBeeld Agata Nowicka

"Mijn eigen huis verlaten. Slaap bij vrienden op de bank. Voel mezelf een slechte vader. Totaal geen echte man."

Met deze zinnen begint het album Man in Nood van Willem. Ik luister al een week naar dit twaalf nummers tellende kunstwerk. Het is geen bijzonder vrolijk album, maar wat heb je aan vrolijk als je als artiest ook eerlijk kunt zijn?

Man in Nood is rauw, maar nooit onaangenaam. Als de plaat begint, zie je Willem aan de rand van de afgrond staan. Er hangt een discobal boven de rand van de afgrond.

Hij gaat met zijn demonen ­dansen. Willem kent de pasjes al lang en breed uit zijn hoofd, maar zijn danspartners leiden. Hij volgt. Hopelijk dansen de demonen hem in de richting van verlichting. Naar een plek waar er een dimmer op angst en onzekerheid zit.

In het nummer Hart Op Mijn Grond hoor je de stem van zijn dochtertje. Ze heeft pijn in haar buik. Auw. ­Willem vraagt wat hij voor haar kan doen. Hij moet een kusje op haar buik geven. Je hoort twee kusjes.

"Is de pijn weg nu?"

"Ja."

Het is zo klein en zo zoet, maar ook alles betekenend. Een man leert al jong dat hij de dingen moet beschermen en dat hij het kwaad moet verdrijven, maar dan krijgt hij kinderen en wordt hij met de neus op de feiten gedrukt.

De man is een waakhond zonder tanden. Hij doet zijn best, maar het kwaad is helaas niet wegsabbelbaar. En de pijn niet wegkusbaar.

Als Willem zingt, hoor je de schoonheid die in machteloosheid verstopt zit. Hij loopt met zo veel vragen dat hij geen vraagtekens meer over heeft. Op het album Man in nood praat hij tegen zijn kinderen, zijn geliefde en zijn vader.

"Hoe was jouw relatie met je vader toen je klein was? Je was 13 jaar toen ie overleed, wie was er voor je toen je pijn had? Hoe was het voor je om als donkere man te verhuizen naar een dorp? In welke zin heeft het je positief of negatief gevormd?" vraagt hij in het nummer Jongen.

Morgen komt het album uit. Ik hoop dat iedereen het koopt. Het is een belangrijk album. Een eerlijk album. Willem doet soms aan Hazes denken. Je hoort de pijn.

De constante drang om aan iets te ontsnappen. Het lichtknopje niet meer kunnen of willen vinden. Het ­geflirt met de goot. De veiligheid die falen met zich meebrengt.

Alle schepen achter je verbranden om in je eentje in een zee van alcohol te kunnen verdrinken.

Ook Hazes was een man in nood. Shit, we zijn het allemaal. We kunnen de wereld niet redden. En toch proberen we een boei te blijven, terwijl we naar de bodem zinken.

Morgen verschijnt ook de videoclip van het nummer Houten Pak. Een mooier liedje ga je dit jaar niet meer horen. Maar het allermooiste aan dit album is dat het je laat zien dat niet alles mooi kan zijn.

Dat niet alles mooi hoeft te zijn, kom op, zelfs Cruijff moest soms een ­ingooi nemen.

Als de plaat begint, zie je Willem aan de rand van de afgrond staan. Er hangt een discobal boven de rand van de afgrond. Willem gaat met zijn demonen dansen. Stijldansen op de rand van de afgrond.

Als luisteraar dans je mee. Er verschijnen blaren op je voeten. Je hielen doen pijn. Willem vraagt of ie er een kusje op moet geven.

Je zegt nee, want soms is de pijn niet wegkusbaar en dat is prachtig.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden