Plus

'Ook de gerestaureerde krotten zijn essentieel voor de ziel van de stad'

Niemand in Amsterdam wil monumenten vogelvrij verklaren, zegt Gabri van Tussenbroek, hoogleraar stedelijke identiteit en monumenten. Hij wil een debat over hoe belangrijk de kneusjes onder de monumentale panden zijn.

Ton Damen
Gabri van Tussenbroek: 'Het is ondoenlijk om bij elk pand achter de voordeur te komen.' Beeld Marc Driessen
Gabri van Tussenbroek: 'Het is ondoenlijk om bij elk pand achter de voordeur te komen.'Beeld Marc Driessen

Amsterdam telt ruim 8500 monumenten in allerlei soorten. Soms klinkt de suggestie alleen topmonumenten op de monumentenlijsten te plaatsen. Gabri van Tussenbroek, bouwhistoricus en hoogleraar stedelijke identiteit en monumenten aan de Universiteit van Amsterdam, heeft monumentendeskundigen opgeroepen tot een symposium.

Wat moet daar uitkomen?
"Dat duidelijk wordt wat voor monumenten we in deze stad willen. En dat hangt weer samen met een grotere vraag: wat voor stad moeten we zijn? Ik vind dat grote monumenten en eenvoudige monumenten essentieel zijn voor de stad."

"Het Paleis op de Dam is kunsthistorisch gezien belangrijker dan een opgeknapt oud pandje in de Jordaan, waarvan we er dertien in een dozijn hebben. Maar de stad moet je als geheel zien. Daar hoort van alles bij."

Dus niet alleen topmonumenten?
"Je moet niet zeggen: aan gebouwen die we architectuur-historisch minder interessant vinden, besteden we geen aandacht. Juist al die oude gebouwen die niet direct opvallen als topmonumenten, zijn belangrijk. Ook de gerestaureerde krotten zijn essentieel voor de ziel van de stad."

Waarom?
"Als je ze niet wettelijk beschermt, verlies je oude gebouwen. Dat leert de praktijk. In Amsterdam stonden honderd jaar geleden 4000 monumenten. In de jaren vijftig waren dat er nog maar 3000. Dat kwam niet door oorlogsschade, maar door sloop."

"Denk aan Wittenburg, Kattenburg. Die buurten stonden te verkrotten. De stad sloopte ze daarna voor de stadsvernieuwing. Daarover ontstond spijt en er kwam een restauratieslag."

Wat was de les?
"Dat dankzij regelgeving zorgvuldiger met Amsterdamse panden wordt omgesprongen. Amsterdam hanteert ook een soort 'monumentenregels light', waarbij vooral gevels en de daklijsten van minder monumentale panden beschermd zijn tegen verminking of sloop."

Is het niet raar dat bij 'monumenten light' niet op interieurs gelet wordt?
"Dat is een worsteling. Om panden integraal te beoordelen moet je achter de voordeur komen. Dat is ondoenlijk. De gemeente werkt met aannames. Van pandjes in De Pijp verwacht je binnen gietijzeren trapspijltjes en oude schouwtjes."

"Je kunt niet overal langs gaan. Daardoor ontsnapt wel eens wat aan de aandacht. In 2012 werd het oudste pand van Amsterdam ontdekt, Warmoesstraat 90 uit 1485. Dat was niet aan de voorgevel te zien, maar pas toen binnen werd gekeken."

Wat vindt u van die monumenten-lightstatus?
"Die is niet gek. Je komt in Amsterdam panden tegen met prachtige voorgevels. Dat hoort bij deze stad. Die moet je beschermen. Aan de andere kant, loop eens door de Kalverstraat. Door verbouwingen is daar veel gesneuveld. De stad is kwetsbaar. De gemeente moet dat in de gaten houden. Maar je hoeft niet iedere pandeigenaar een zware monumentenbescherming op te leggen, als je toe kunt met lichtere regels."

Vindt u het daarom logisch dat het stadsdeel Centrum besloot de laatste veertien Van Hou­tenpanden niet op de monumentenlijst zetten?
"De Van Houtenpanden werden monument vanwege een herplaatste zeventiende-eeuwse geveltop. Ze zijn rond 1930 gebouwd en laten een belangrijk deel van de geschiedenis van Amsterdam zien."

Cv

Gabri van Tussenbroek is hoogleraar stedelijke identiteit en monumenten aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens bouw­historicus bij de gemeentelijke afdeling Monumenten en Archeologie. Eerder was hij postdoc-onderzoeker aan de Technische ­Universität van Berlijn.

"De meeste staan op de lijst en van de rest vindt het stadsdeel dat ze met lichtere richtlijnen voldoende beschermd worden. Je moet eigenaren niet met onnodige regels opschepen. In de binnenstad werkt dat goed."

Erfgoedclubs zeggen van niet. Bij café East of Eden in Oost, waar met 'lichtere regels' de gevel is beschermd, werd de historische serre met de grond gelijk gemaakt?
"Ja dat klopt, want niet alle stadsdelen hebben de regels in de bestemmingsplannen verankerd."

Heeft stadsdeel Oost gelijk als het zegt dat het beoordelen van het slopen van geveldelen pas ter sprake komt bij echte monumenten?
"Je moet de regels en de uitvoering ervan scherp evalueren. Zonder goede handhaving gaat het ook niet. Minder regeldruk is goed. En als het niet werkt, zet je het betreffende pand alsnog op de monumentenlijst."

Bij twijfel niet inhalen?
"Ja. Hoe zouden we vandaag immers aankijken tegen de sloop van het Maupoleum en Post CS ? Wie heeft het in zijn hoofd gehaald het Wibauthuis te slopen?"

8500

Amsterdam telt op dit moment ruim 8500 gemeentelijke en rijks­monumenten.

Monumentale categorieën

­Amsterdam hanteert een breed instrumentarium aan monumenten­regels. Dat omvat monumenten, maar ook beschermde stadsgezichten en zogenoemde ordekaarten. Orde 1 is monument, orde 2 is 'bescherming light'.

Panden van orde 2 hebben geen monumentenstatus. Voorgevels, het bouwvolume en het dak zijn door de verordening beschermd tegen verminking en sloop, maar interieurs - denk aan trappen of mooie plafonds - niet.

Onder orde 3 vallen panden waarbij onderzocht moet worden of er monumentale resten in het pand zitten.

Het Amsterdamse monumenten­beleid begon bijna honderd jaar geleden met een door vrijwilligers gemaakte inventarisatie van oude panden. Ze keken naar gebouwen van voor 1850. Die waren toen historisch.

In 1928 verscheen een voorlopige monumen­tenlijst voor Amsterdam met daarop ongeveer 4000 gebouwen. In 1953 riep de gemeente Bureau Monumentenzorg in het leven, de voorloper van de dienst Monumenten en Archeologie.

Acht jaar later was de Monumentenwet er. In 1988 werd die wet gewijzigd en sindsdien kunnen ook gemeenten monumenten aanwijzen. De Monumentenwet is vorig jaar grotendeels vervangen door de Erfgoedwet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden