Plus

Ook Amsterdam lijkt klaar voor de 'tiny house movement'

Popperig en schattig zijn ze, die tiny houses waarin mensen duurzaam in het klein proberen te leven. Maar beklijven ze? En hoe leuk is het? 'Ik heb aan spullen niets gemist.'

Een 'tiny house'Beeld Lena van der Wal

Ze waren er opeens vorig jaar: de tiny houses. Overgewaaid vanuit Amerika waarbij mensen wonen in een (deels) zelfvoorzienend huis van vaak niet meer dan zestien vierkante meter groot, met onder meer zonnepanelen, composttoilet en regenwaterfilter. Goed voor milieu én mens, want leven met weinig geeft veel vrijheid op financieel en mentaal gebied, zo is het idee.

Aan de kleinehuisjestrend zit een 'movement' vast, die vorig jaar ook in Nederland voet aan de grond kreeg. De early adopters die hier in zo'n tiny house wonen, kregen volop aandacht in de media. Wonen op zo weinig vierkante meters in een compact minidesignhuis, dat spreekt aan.

Maar is de trend van korte duur, of kunnen we in de toekomst de handzame tiny houses verwachten in de Amsterdamse binnenstad of op braakliggende terreinen net daarbuiten?

Regelgeving
Als het aan Lena van der Wal (27) ligt wel. Met haar broer runt ze Walden Studio, een ontwerpbureau in Rotterdam voor zelfvoorzienende en experimentele architectuur dat een prefab tiny house ontwikkelt. Ze hebben al een prototype gemaakt, dat nu wordt bewoond.

Gevraagd naar wat we in de toekomst van small houses kunnen verwachten, komen de ideeën al snel op tafel: een tinyhousedorp op braakliggend terrein, kleine huisjes in verloren hoekjes in de stad, bovenop daken in de binnenstad of in leegstaande kantoorpanden. "Het enige jammere is dat de regelgeving ons nu in de weg staat. Als die verbetert, zie ik veel mogelijkheden."

Van der Wal doelt op het Bouwbesluit: een set regels en voorschriften vanuit de overheid waaraan alle nieuwe bouwwerken moeten voldoen. Zo moet een woning bijvoorbeeld minimaal achttien vierkante meter woonoppervlak bevatten en mag het nooit smaller zijn dan 1,8 meter. En als u denkt: ik weet zo drie huizen die niet aan deze eisen voldoen - dat kan. Deze regels gelden voor nieuwbouw; oude woningen hoeven er niet aan te voldoen.

De meeste tiny houses staan op wielen. Daarvoor gelden regels over mobiel wonen. Die verschillen per gemeente, maar meestal wordt het kleine huisje gezien als een vakantiewoning, waar je niet het hele jaar in mag verblijven.

Proefkonijnen
En ook de zelfvoorzienende functie van de huisjes geeft soms problemen: zo is regenwater filteren tot drinkwater verboden omdat het niet aan de hoge Nederlandse drinkwatereisen voldoet. Sommige gemeentes maken echter een uitzondering voor de tiny houses.

In Almere is bijvoorbeeld een terrein ingericht, de Bouwexpo Tiny Housing, waar bouwers kunnen experimenteren. Tekenend voor de fase waarin de tinyhousemovement momenteel zit. Het concept van klein en duurzaam wonen spreekt veel mensen aan, maar proefkonijnen die in een klein huis wonen, die zijn er niet zoveel.

Wellicht dat dat over vijf jaar is veranderd. Ontwerpster Van der Wal heeft ideeën genoeg. Met de tiny houses de hoogte in gaan zou een reële oplossing zijn, zegt ze. "Panden in de stad hebben vaak meer draagvermogen dan nodig, dus een mobiel huisje op een plat dak behoort zeker tot de mogelijkheden."

Behalve de hoogte in, denkt Van der Wal ook aan braakliggende terreinen als tinyhouselocatie, of 'hoekjes' die van straten af zijn. "In Rotterdam heb je het 'Klein en fijn-loket' van de gemeente. Als je ergens een gat in de stad ziet, mag je een voorstel doen om dat te vullen. Dat zou prima kunnen met een tiny house."

Amsterdam
Bij de gemeente Amsterdam is nog niet zo'n voortvarend beleid. Een woordvoerder zegt dat leegstaande kavels hier zo zijn gevuld. Ook zijn er nog geen aanvragen binnengekomen om ergens in de stad een tiny house te bouwen.

Maar, zo benadrukt hij, ideeën zijn meer dan welkom, zeker als het gaat om bebouwing in de hoogte. De tiny houses vallen onder de woonwetgeving. Oftewel: er is in Amsterdam niet een aparte tinyhousewetgeving.

De neuzen lijken dus de goede kant op te staan, bij de ontwerpers en de beleidsmakers. Maar is het in de praktijk een beetje te doen, wonen op zo weinig vierkante meters?

Sebastiaan van Kints (25) probeerde het een jaar uit. Hij woonde in een zelfgebouwde yurt, een ronde Mongoolse tent van achttien vierkante meter. Als architectuurstudent was Van Kints benieuwd wat hij zou ervaren als hij minimalistisch zou wonen.

Knoflookpers
Hij bouwde zijn tent inclusief houtkachel en keukenblokje, en regelde via via een plek om de tent op te zetten in een scoutingbos. Conclusie? "Ik ben erachter gekomen dat ik prima kan leven op zo'n klein oppervlak. Ik heb niets gemist aan spullen. Sterker nog: ik had spullen meegenomen in de volle overtuiging dat ik ze dagelijks zou gebruiken, maar die ik na een half jaar ongebruikt kon weggooien. Een knoflookpers bijvoorbeeld."

Verder sprak vooral de flexibiliteit hem aan. "Op een gegeven moment ging ik stage lopen bij een bedrijf in Delft, en heb ik de tent verplaatst naar een plek dicht bij het stageadres. Dat was zo gebeurd. Dat je het zo makkelijk kunt verhuizen en dan toch in je 'eigen huis' zit, vind ik te gek."

Nadelen waren er ook. Zo kon hij de tent alleen kwijt op privéterreinen, meestal ver van een bushalte of treinsta­tion. Dat vond z'n vriendin wat minder. En daarbij kostte het onderhoud van de zelfgebouwde constructie veel tijd en energie. "Niets is standaard. Ik ga nu afstuderen, dus ik heb al mijn tijd hard nodig."

Zijn woonexperiment is daarom voorbij; vorig weekend is Van Kints gaan samenwonen in een vast huis. "Ik heb in mijn yurt ontzettend gave herinneringen opgedaan die ik anders nooit zou hebben gehad. Maar 's ochtends gewoon de verwarming kunnen aanzetten en een metro pakken naar je werk, dat heeft toch ook zo z'n voordelen."

Veel tiny houses staan nu nog op wielen, vanwege de wetgeving. De basis is vaak een pipowagen of een stacaravanBeeld Lena van der Wal

Wat voor tiny houses heb je zoal?

Een tiny house kun je (nog) niet kant-en-klaar bestellen. Daarom gaan tinyhousebewoners zelf aan de slag met het bouwen of verbouwen van hun kleine huis. De basis kan bijvoorbeeld een bouwkeet zijn, een 'pipowagen' of een stacaravan. Sommigen bouwen hun huis helemaal zelf, zoals woonpionier Jelte Glas, die met zijn kleine huis veel in het nieuws kwam. In zijn eigen minidesignwoning is alles perfect afgestemd om zo efficiënt mogelijk te wonen.

De meeste tiny houses hebben wielen, wat vaak noodzakelijk is vanwege de wetgeving op mobiele en vakantiewoningen. In het gedachtegoed van de tinyhousemovement staan waarden als duurzaamheid en zelfvoorziening hoog aangeschreven, dus hebben de kleine huisjes vaak zonnepanelen en een ecotoilet.

Qua grootte variëren de huisjes tussen de tien en veertig vierkante meter. Aanschaf van een huis gaat van een paar duizend euro voor een keet, tot 50.000 euro voor het tiny house van de Walden Studio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden