Plus

Ooit rook het naar teer op de Oostelijke eilanden, nu staan er nieuwe huizen

Er zijn van die plekken die je aan het denken zetten: hoe zag het er vroeger uit? Het moet op de Oostelijke eilanden naar teer geroken hebben, nu staan er nieuwe huizen.

Nieuwbouwproject Wiener & Co, vanaf de overkant van de WittenburgervaartBeeld Floris Lok

Gravures uit de zeventiende eeuw laten zien dat de Oostenburgervoorstraat ooit een scheepswerf van de VOC was, zoals er zoveel zijn geweest in Amsterdam. De Oostelijke eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg waren ooit bruisende industriële kwartieren. Hier rook het naar teer.

Over dat verleden van deze eilanden is een nieuwe tijd heen gewalst met een veel minder tot de verbeelding sprekend gebruik: de werven uit de VOC-tijd maakten plaats voor woningbouw, opslagloodsen en keten voor bouw­materialen.

In de Oostenburgervoorstraat, op Oostenburg, heeft een van de laatste restjes van die loodsen en keten onlangs plaatsgemaakt voor een blok van 76 woningen, ontworpen door Floor Arons en Aernout Gelauff. Voor kerst moet het project Wiener & Co zijn opgeleverd.

Pootjepaden
Het tweetal heeft min of meer de scheepshellingen in ere hersteld, door dwars door het blok woningen een aflopend parkje te creëren dat overgaat in de Wittenburgervaart. 's Zomers moet het hier heerlijk pootjebaden en zwemmen zijn, want dat kan tegenwoordig in het gezuiverde Amsterdamse water.

Aanvankelijk vroegen ontwikkelaars Heijmans Vastgoed en Terra Ontwikkeling de Italiaanse architect Giorgio Grassi om een ontwerp, maar dat was naar de zin van de welstandscommissie en de opdrachtgever al te spartaans: geen balkons. Daar hoef je in Amsterdam niet mee aan te komen.

Grassi werd opzijgezet, Arons en Gelauff namen het karwei over. Het bureau gaat over twee jaar naam maken met de Pontsteiger in de Houthavens, dat voorlopig te boek staat als het grootste wooncomplex van Amsterdam. Maar dat terzijde.

Wiener is een uitermate geslaagde binnenstedelijke invulling. Achter een tamelijk strenge pui aan de Oostenburgervoorstraat liggen geschakelde 'urban villas' met een opvallende bekleding van goudkleurig koper en zink.

Dat de glans er na verloop van tijd vanaf zal gaan, hoeft geen bezwaar te zijn. De woningen staan op een dek zodat de auto's onzichtbaar zijn weggewerkt in de ondergrond: dat heeft de buurt zeer op prijs gesteld.

Bank en plantenbak
De woningen zelf variëren van uiterst royaal (ruim tweehonderd vierkante meter) tot bescheiden onderkomens in de vorm van studio's van veertig à vijftig vierkante meter. Het interieur is overal vrij indeelbaar.

De binnentuin is ­ingericht door de landschapsarchitecten­bureau Hosper uit Haarlem, dat banken heeft gecombineerd met plantenbakken. Omdat de woningen ten opzichte van elkaar verspringen hebben de bewoners privacy in dit hofje-nieuwe stijl.

Goedkoop is het Wienerproject niet - er zijn al appartementen verkocht van een miljoen euro - maar dat viel te verdedigen door het feit dat de omgeving in de jaren tachtig ruimschoots is volgezet met sociale woningbouw, waarvan sommige huizen met balkon aan de voorkant.

Scheepshelling
Omdat stadsdeel Centrum niet nog meer balkons aan de voorzijde wilde, heeft de voorkant aan de Oostenburgervoorstraat een strakke gesloten pui waar de witte langwerpige stroken in de gevlekte grijze ­baksteen verwijzen naar de sierbanden in de ­negentiende-eeuwse gevels bij de Ezelsbrug.

Goedkoop is het Wienerproject niet ¿ er zijn al appartementen verkocht van een miljoen euroBeeld Floris Lok

In de plint vestigt zich een vis­rokerij annex restaurant, voor de kleinere ruimtes is gedacht aan ontwerpstudio's. Saai zal het in de Oostenburgervoorstraat dus niet worden.

De gereconstrueerde scheepshelling sluit aan bij de groenstrook aan de overkant van de gracht, zodat er een fraaie zichtlijn ontstaat dwars over de eilanden heen, met overal de Oosterkerk op Wittenburg als eindpunt.

Verrassende expansie
De bewoners aan de waterkant hebben hoe dan ook de hoofdprijs, omdat hun terras uitloopt in een steiger waar ze hun bootje aan kunnen afmeren.

Het enige minpunt dat je zou kunnen bedenken, is dat het wonen rondom een binnentuin, hoe groot ook, enige verdraagzaamheid vereist. Is de gestoffeerde cour berekend op het lawaai van spelende kinderen of feestende ouderen op de balkons? We moeten het afwachten.

Voorlopig kan de conclusie alleen maar luiden dat de wijk er als geheel op vooruitgaat: een parkje met platanen die gespaard zijn gebleven, de openbaar toegankelijke binnenhof en de scheepshellingen waar nu geen schuiten meer vanaf glijden maar die plaats bieden aan flanerende buurtbewoners.

Nu ook het Storkterrein aan de noordkant van Oostenburg op de schop gaat, heeft Amsterdam er een verrassende ­expansie bij.

Voor kerst moet het project Wiener & Co zijn opgeleverdBeeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden