Column

Onschuldige zinnetjes en banale tasjes brood

Roos Schlikker Beeld Linda Stulic

Het begon met een plastic tasje. 'Voor Niels,' stond er met watervaste stift op geschreven. Het hing aan een hek, naast een verkeersbord. Er zat eten in, net als in andere zakjes die in diverse straten opdoken. Toen volgden de briefjes, overal in de stad.

'Potje schaken, Niels?'

'De douche thuis is nog steeds warm, Niels.'

'Samen met Marleen weer naar boogschieten en in de auto luisteren naar muziek, Niels?'

'Thijmen denkt weer aan het kajakken in de wijk.'

'Stef wil samen hele nachten gamen tot jullie erbij neervallen, Niels'

'Weet je nog Niels, samen met Thijmen een kauwgomsmiley maken op het station?'

'Thommy wil weer samen wandelen, Niels.'

'Gebakken ei morgenochtend, Niels?'

Onschuldige zinnetjes en banale tasjes brood. Je zou er zo voorbijlopen, wellicht denkend dat ze afval waren of poëtisch bedoelde liefdesverklaringen voor een aanbedene met wie iemand weleens een eitje zou willen eten. Wie niet beter weet, ziet niet dat het wanhopige boodschappen zijn.

De achttienjarige Niels Wienberg is een week vermist. Ik zie zijn foto online. Een knap gezicht dat zich een tikje schuchter achter mooi, sluik haar verschuilt. Je zou in hem zo een nieuwe Justin Bieber kunnen zien.

Maar volgens de politie is Niels verward. Mensenschuw. Heeft hij dringend medicijnen nodig. Hij is vertrokken uit het huis van zijn ouders en geeft geen teken van leven meer. Dus doen zijn geliefden het. Heel Culemborg hangt vol herinneringen, aansporingen, uitnodigingen voor Niels.

Het ontroert me, vooral omdat er geen grootse teksten op de briefjes staan. Ze gaan over gamen, de douche, een ontbijtje. Dat is genoeg. Want 'Ik kan niet zonder jou' mag dan dramatischer klinken, 'Thommy wil weer samen wandelen' is in de kern hetzelfde.

Het leven hangt van kleine momentjes aan elkaar. Natuurlijk, als een geliefde, of - ik durf er amper aan te denken - je kind verdwijnt, mis je de diepe gesprekken, de grote 'Ik hou zo veel van jou's', de indrukwekkende reizen die jullie ooit maakten. Maar je mist vooral de kruimels.

De kruimels van zijn slordig weggehapte toast met pindakaas, de gesprekjes als 'Hoe was je dag?' 'Goehoed', de aanblik van zijn slapende hoofd als je om de deur gluurt. Die kruimels maken ons leven. En ze maken een leven zoals dat van Niels. Nu wordt er gezocht onder bruggen, langs water­gangen, in leegstaande huizen. Er zijn elf speurhonden ingezet 'op zoek naar een menselijke geurbron'.

En Niels' familie kan maar één ding doen. Briefjes ophangen en eten achterlaten. Plastic tasjes, als broodkruimels die hem misschien de weg naar huis wijzen. Laten we hopen dat hij ze vindt en dat ze hem weer vinden. Want Nielsen mogen niet verdwijnen in de winterkou.

Ze moeten thuis bij hun moeder onder de douche staan, de hete stralen kletterend over hun jongensschouders. Ze moeten schaken. Ze moeten hele nachten gamen tot ze erbij neervallen. En morgen staat er een gebakken eitje voor ze klaar. Als altijd.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Reageren?r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden