Plus

Ongezond gedrag heeft diepere oorzaken dan armoede

Wie in armoede leeft, is vaker ongezond. Maar geldgebrek verklaart niet alles. De stress die een laag inkomen oplevert en de overvloedige beschikbaarheid van fastfood en alcohol zijn evenzeer boosdoeners.

Beeld Rein Janssen

Generalisaties belemmeren oplossingen
"Alle generalisaties zijn gevaarlijk, inclusief deze," waarschuwde de Franse schrijver Alexandre Dumas ruim een eeuw geleden al. De grote verschillen in overgewicht tussen verschillende groepen in de samenleving zijn al vaker belicht.

In sommige stadswijken is bijna een op de drie kinderen te zwaar, in andere maar een op de twintig. Onderzoekers wijzen dan vaak op de verschillen in gemiddeld opleidingsniveau of inkomen in wijken, of naar de verschillen in afkomst of cultuur tussen de bewoners. Die kenmerken, zo is de stelling, hangen samen met het al dan niet vertonen van ongezond gedrag.

Dat levert soms boze brieven op. Zo schreef iemand als reactie op een interview over het relatief vaker voorkomen van overgewicht in Amsterdam-Nieuw-West: 'Om als bewoner van Nieuw-West in de media telkens weer afgeschilderd te worden als een sociaal zwak, slecht opgeleid individu door mensen die al knikkende knietjes krijgen bij het idee de Ring te moeten passeren, gaat op den duur toch behoorlijk irriteren.'

Terecht punt. Generalisaties en statistische verbanden kunnen leiden tot vooroordelen en stigmatisering. Zo begrijpen we het probleem nog minder en raakt een oplossing nog verder weg.

Penibele omstandigheden leveren vaak stress op
Woorden als 'laagopgeleid', 'achterstandswijk', 'probleemwijk', 'allochtoon' of 'migratieachtergrond' zijn stereotypes. Maar onderzoek van het RIVM laat wel degelijk zien dat er in de maatschappij grote gezondheidsverschillen zijn, die ook steeds groter worden.

Het instituut waarschuwt dan ook terecht voor een tweedeling. Sociale, culturele en economische achtergronden van gedrag en gezondheid moeten we dus wel benoemen, maar dan in de juiste context. Gezondheidsverschillen alleen maar uitleggen door te wijzen op opleidingsniveau of inkomenshoogte van mensen versimpelt de werkelijkheid te veel.

Bij factoren die gedrag en gezondheid beïnvloeden, kun je denken aan zaken als economische stabiliteit. Hebben de mensen een baan, wat is de balans tussen inkomsten en noodzakelijke uitgaven (huisvesting, eten, kleding en medische kosten) en zijn er schulden?

Financiële problemen kunnen leiden tot chronische stress. Die stress wordt nog groter voor wie geen sociaal vangnet heeft of kampt met discriminatie of gezondheidsproblemen, slecht kan lezen of de taal niet beheerst.

Chronische stress kan ook het leven van kinderen ontwrichten
In 2016 waren er 590.000 huishoudens die kort of lang in armoede leven, telde het CBS. Dat is ruim 8 procent van alle huishoudens. Dat betekent dat ruim 292.000 kinderen in 2016 leefden onder de lage-inkomensgrens.

Ook bij kinderen kunnen armoede (denk aan slechte huisvesting, maar ook aan onvoldoende geld voor schoolspullen of voedsel) en psychosociale problemen (gepest worden, kindermishandeling of zieke gezinsleden) leiden tot chronische stress.

Chronische stress verstoort hun vermogen om met uitdagingen in het leven om te gaan. Bij kinderen die in armoede en gebrek leven, kunnen structurele veranderingen in het brein optreden, zo blijkt uit onderzoek. Dat kan ervoor zorgen dat zij hun emoties minder onder controle hebben.

Logisch dus dat die kinderen manieren zoeken om de stress te hanteren. Omdat ze aan de echte oorzaken niets kunnen doen, zoeken ze hun toevlucht in zaken als gokken, roken, alcohol of drugs en vet- en suikerrijk voedsel, die op de korte termijn helpen tegen de stress.

Op de lange termijn kan dit leiden tot ongezonde gewoontes die lastig te veranderen zijn, of zelfs tot afhankelijkheid en verslaving - en dan zijn ze nog verder van huis.

Ongezond aanbod maakt vatbaar voor verleidingen
Die uitlaatkleppen zijn voor iedereen makkelijk toegankelijk. De invloed van dat soort ongezonde prikkels is in tal van landen onderzocht. In Schotland, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland concludeerden onderzoekers: hoe armer de wijken, hoe meer plekken waar je voor alcohol, fastfood, tabak of gokken terecht kunt.

Die grote beschikbaarheid zet bewoners aan tot strategieën die op de korte termijn verlichting geven, maar op de lange duur leiden tot meer gedragsproblemen en een slechtere gezondheid. En de kinderen die hier opgroeien, denken dat dit soort prikkels tot ongezond gedrag de normaalste zaak van de wereld zijn.

590.000

In 2016 telde het CBS 590.000 huishoudens die kort of lang in armoede leven. Dat is ruim 8 procent van alle huishoudens.

Bovendien: wie weinig geld heeft voor eten, niet veel tijd heeft om een gezonde maaltijd te maken en ook niet erg op de hoogte is, zal eerder letten op prijs, smaak en gemak en dus eerder kiezen voor ongezonder voedsel.

Gezondheidsverschillen verklein je door oorzaken aan te pakken
Gezondheidsverschillen bestaan, en eenvoudige manieren om ze te verkleinen zijn er niet. Het lijkt niet verstandig allereerst te kijken naar groepen of individuen met de grootste gezondheidsproblemen, om dan te proberen hun gedrag te beïnvloeden.

Meestal komt dat erop neer dat mensen geacht worden hun leefstijl om te gooien zonder dat duidelijk is wat de achterliggende oorzaken zijn van ongezond gedrag. De kans op succes is dan klein.

Verstandiger lijkt het om vooral eerst te kijken naar persoonlijke omstandigheden en problemen (zoals armoede) en omgevingsfactoren (zoals een ongezonde voedselomgeving of makkelijke beschikbaarheid van alcohol en sigaretten), die leiden tot een ongezonde leefstijl en daarmee tot een slechtere gezondheid.

En om die persoonlijke problemen vervolgens te helpen oplossen en de omgeving te verbeteren. Dat maakt het mensen veel gemakkelijker om zelf tot gezonder gedrag te komen en daarmee gezonder te worden of te blijven.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair ­docent kinderobesitas bij de VU.

Van de auteurs verscheen onlangs het boek Jong­leren Met Voeding - kleine en grote vragen over een ­leven lang gezond eten (Uitgeverij Atlas Contact).

Opleiding en inkomen: statistische begrippen

Het RIVM schreef onlangs in zijn Volksgezondheid Toekomst Verkenning: 'Mensen met een lagere opleiding hebben vaker een ongezondere leefstijl dan mensen met een hogere opleiding. Als we kijken naar roken, overmatig drinken en overgewicht, heeft 27 procent van de mensen met een lbo- of mavo-opleiding géén van deze ongunstige leefstijlfactoren. Bij mensen met een hbo- of universitaire opleiding is dat 49 procent. Mensen met een lagere opleiding zijn vaker te zwaar en ook de combinatie over­gewicht en roken komt in deze groep vaker voor.'

Over die cijfers valt niet te twisten, maar wel over de interpretatie ervan. Ze betekenen niet dat als je meer jaren opleiding volgt, vanzelf gezonder gaat leven of minder snel te zwaar bent.

Statistische verbanden op groepsniveau zeggen doorgaans niet zo veel over individuen. Zo kan ­iemand natuurlijk heel goed een hoge opleiding of een hoog inkomen hebben en er toch een uitermate ongezonde leefstijl op nahouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden