Plus

Onderzoek wijst uit: lijn tussen motorbende en misdaad is dun

Dat de Hells Angels, No Surrender en Satudarah gewone motorclubs zijn en geen bendes, wordt voor het eerst weersproken door de wetenschap. Hun leden zijn wel degelijk crimineler dan anderen.

Vorig jaar waren naar schatting 1800 mannen lid van een motorbende. Satudarah is in Nederland verreweg het grootst Beeld Maarten Brante

Wie het nooit heeft meegemaakt kan het zich misschien moeilijk voorstellen, maar de kracht die uitgaat van een leren jack kan groot zijn. Dat merkte een zakenman die was ondergedoken op een vakantiepark bij Vinkeveen, toen een Amsterdams No Surrenderlid in 2014 een vordering van ruim een half miljoen kwam innen.

Ordinair incassowerk, maar het clubhesje maakte indruk, minstens zoveel als de klap die viel. De boodschap van het leren jack met daarop de 'rockers' gestikt van No Surrender: je hebt niet alleen met mij te maken, maar met mijn club.

The power of the patch wordt het genoemd: de intimiderende werking van het logo van clubs als Satudarah, Hells Angels en No Surrender.

Kort en klein
De portier van café Playa Nasty aan het Amsterdamse Thorbeckeplein zal het ook hebben gevoeld toen hij 12 september een groep op zich zag afstormen, aangevoerd door leden van de landelijke top van Satudarah. Hij werd neergeslagen en het café werd kort en klein geramd.

Ook hier schrikte de reputatie van de club af.

Hoogleraar criminologie Arjan Blokland van de Universiteit Leiden noemt zulke incidenten typisch voor motorbendes. De afpersing door het No Surrenderlid, die anderhalf jaar cel kreeg, is een kenmerkend voorbeeld waarin het lidmaatschap van een 'outlawmotorclub' wordt aangewend als pressiemiddel om slachtoffers ergens toe te dwingen of te voorkomen dat ze de politie inschakelen.

Blokland: "Met het lidmaatschap van een outlawmotorclub zet je druk op de ketel. Doe je niet wat ik wil, dan komen we met tien man. We zien in de geanalyseerde strafzaken zelfs dat niet-leden roepen dat ze van zo'n club zijn om te intimideren."

Voor het eerst blijkt uit Bloklands wetenschappelijke onderzoek dat leden van motorbendes daadwerkelijk veel crimineler zijn dan 'gewone' motorrijders. Dat staat haaks op het vaste verweer van de voormannen die stellen dat justitie en de media hun clubs onterecht op de korrel nemen, terwijl die 'niet crimineler zijn dan elke andere vereniging'.

Geweld
Blokland en zijn onderzoekers zetten de criminele historie van 601 leden van motorbendes af tegen die van 300 willekeurig gekozen Nederlandse motorrijders. Ze analyseerden 100 rechterlijke uitspraken, waarvan 55 in strafzaken. Meer dan 80 procent van alle leden van 'outlaw motorcycle gangs' blijkt ooit veroordeeld, tegen 32 procent van de 'gewone' motorliefhebbers. Van de eerste groep heeft 28 procent meer dan tien veroordelingen op zijn naam.

Bovendien duren de criminele carrières van bendeleden langer en zijn ze vaker veroordeeld voor een gewelds- of drugsdelict.

De Nederlandse 'outlawbikers' moeten zich met name voor de rechter verantwoorden voor 'doorlopende criminele handelingen' zoals afpersing en drugsmisdrijven.

Leden van de omstreden motorclubs zijn veel vaker dan de anderen al met justitie gebotst voor ze 25 zijn, veelal vanwege geweld. Daaruit concludeert Blokland dat selectie aan de poort plaatsvindt: juist 'crimineel geneigde personen' worden lid - of mogen lid worden van een outlawmotorclub. Daarom stelt Blokland dat het lidmaatschap van een motorbende 'het criminele gedrag nog verder verhoogt'.

Amerikaanse straatbendes
"Als je onze cijfers ziet, is het lastig vol te houden dat outlawmotorclubs niet anders zijn dan een roeivereniging, zoals hun woordvoerders vaak betogen," zegt Blokland. De motorbendes hebben dezelfde kenmerken als bijvoorbeeld Amerikaanse straatbendes.

De duidelijke herkenbaarheid, de onderlinge rivaliteit, de symboliek en de broederschap en de overduidelijke aanwezigheid in het publieke domein. Wel zijn leden van outlawmotorclubs ouder dan de straatbendeleden.

"Overigens blijkt uit ons onderzoek wel dat we onderscheid zouden moeten maken tussen de verschillende outlawmotorclubs," zegt Blokland. "De ene club is echt de andere niet, dus de overheid zou ze niet over één kam moeten scheren. Men zou de ene club dichter op de huid moeten zitten dan de andere."

Nader onderzoek
Blokland kreeg de misdaadcijfers geanonimiseerd verstrekt door de politie. De clubs waren aangeduid als A, B, C, et cetera, en niet als No Surrender, Hells Angels of Satudarah. Welke club het crimineelst of gewelddadigst is, kan hij zo wel vermoeden, maar niet hardmaken.

Nu de overheid met vele recente veroordelingen van leden opnieuw gaat proberen motorbendes verboden te krijgen door een civiele rechter, kan het interessant zijn dat Blokland en collega's wetenschappelijk hebben aangetoond dat de bendes crimineler zijn dan gewone clubs. Blokland houdt een slag om de arm.

"Politie en justitie zullen ons onderzoek wellicht graag inbrengen in die procedures, maar onze sociaal-wetenschappelijke werkelijkheid is een andere dan de juridische werkelijkheid van de rechters. De rechter zal bepalen in hoeverre die onze bevindingen meeweegt."

Blokland ziet volop aanleiding voor nader onderzoek. "Er is duidelijk iets aan de hand met die outlawmotorclubs, die we graag specifieker zouden willen onderzoeken, juist omdat ze onderling verschillend zijn."

Criminele knooppunten
Dat motorbendes niet louter worden bevolkt door vrijgevochten types die de wind in hun haar willen voelen, weet Pim Miltenburg langer. De commissaris is binnen de Nationale Politie verantwoordelijk voor de bestrijding van criminele motorbendes.

Hij ziet hoe de Hells Angels, Satudarah en No Surrender posities bekleden in vrijwel elke criminele sector: "Wapenhandel, prostitutie en geweld, we zien ze vrijwel overal terug. Ook in de internationale drugshandel."

In dat licht valt de voortdurende internationale uitbreiding op. "Er worden wereldwijd nieuwe afdelingen opgericht en dan niet per se in landen met de mooiste snelwegen. De nieuwe chapters ontstaan vooral ook in criminele knooppunten als Midden- en Zuid-Amerika of Zuid-Spanje."

Naar Miltenburgs schatting waren in 2016 ongeveer 1800 mannen lid van een motorbende. Satudarah is in Nederland verreweg het grootst, met zo'n 600 leden. Daarna volgen No Surrender (350) en de Hells Angels (300).

De onderlinge verhoudingen zijn verschoven. De ooit zo machtige Hells Angels, waarvan de Amsterdamse afdeling toonaangevend was in de motorwereld én het criminele milieu, valt nauwelijks nog op. De leiders van weleer zijn min of meer met pensioen of hebben door een interne strijd aan macht ingeboet.

Het Haarlemse Hells Angels-chapter, waarvan alle leden bij een grote politieactie in januari werden opgepakt, is een vreemde eend in de bijt. Die afdeling staat, of stond, op gespannen voet met andere motorbendes, waarbij ook geweld werd gebruikt. Ook binnen de Hells Angels leidt 'Haarlem' een geïsoleerd bestaan.

Bikeroorlog
Hoewel media geregeld zinspelen op een biker war, zoals in sommige buitenlanden, laten de Nederlandse motorbendes elkaar veelal met rust, ondanks de animositeit tussen sommige clubs.

Miltenburg: "Een echte bikeroorlog zoals die in andere landen is gevoerd, is in Nederland nooit losgebarsten. We zien nauwelijks gerichte acties. Dat komt door gezamenlijke belangen, bij rust vooral, maar ook omdat de markt groot genoeg is. De bendes zijn heel opportunistisch."

Daarbij komt dat sommige clubs het vooral druk hebben met zichzelf. De snelle groei van het relatief jonge No Surrender (opgericht in 2013) bracht veel interne onrust met zich mee. Anders dan pakweg de Hells Angels hanteert No Surrender geen toelatingsbeleid waarin kandidaat-leden als 'hangaround' en 'prospect' een lange procedure moeten doorlopen voordat ze 'full colors' krijgen en volwaardig lid zijn.

Nieuw verdienmodel
Hoewel ook binnen No Surrender en Satudarah wordt gepropageerd dat lidmaatschap voor het leven is, blijkt dat leden snel overstappen naar andere clubs of uitstromen, al dan niet vrijwillig. Wie 'in bad standing' (oneervol) uit de club wordt gezet, moet een hoge boete betalen en de motor inleveren.

Met regelmaat worden ex-leden door hun voormalig clubgenoten ernstig bedreigd en mishandeld. Sommigen voelen zich daardoor niet langer gebonden aan de zwijgplicht die binnen de clubs geldt en stappen naar de politie, vaak uit angst.

Miltenburg: "Die ex-leden zijn voor ons interessant. De clubs zijn heel fluïde geworden: je wordt makkelijker lid en je wordt er makkelijker uitgezet. Soms lijkt het bij No Surrender zelfs alsof het afpersen van eigen leden een nieuw verdienmodel is."

Geen clubhuis

In Amsterdam hebben de Grote Drie onder de motorbendes niet langer een clubhuis. Wel verzamelen ze zich nog voor hun wekelijkse bijeenkomsten. Zo gebruikt Satudarah daarvoor een woning van een lid in Amsterdam-Zuidoost.

De Hells Angels hebben een procedure van de gemeente gewonnen waardoor ze een bedrijfspand op bedrijventerrein Sloterdijk kunnen blijven gebruiken - al ontkennen ze dat ze daar hun wekelijkse 'meetings' houden. Op de Wallen hebben de Hells Angels een stevige vinger in de pap in café Excalibur op de Oudezijds Achterburgwal.

No Surrender verzamelt wel in café Old Town één wal verderop, op de Oudezijds Voorburgwal. Dat stond tot voor kort op naam van een prominent clublid. Overigens zitten die beide cafés in panden die lang op naam stonden van Willem van Boxtel, die in oneer uit de Hells Angels werd gegooid en kort na de oprichting toetrad tot No Surrender. Het pand van Old Town bezit hij nog.

Het strenge beleid tegen de clubhuizen heeft er in heel Nederland toe geleid dat de motorbendes proberen uit te wijken naar horeca, woningen of bedrijfspanden. Enerzijds maakt dat de clubs ongrijpbaarder, anderzijds is onrust binnen de clubs juist wat de overheid beoogt.

Miltenburg: "Vooral burgemeesters hanteren een barrièremodel, waarmee ze proberen te voorkomen dat de clubhuizen eyecatchers zijn waaraan de clubs status ontlenen. Het voortdurend en route moeten blijven is nooit goed voor een club."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden