Plus

Onderwijsminister Slob: 'Loten, heel jammer dat dat moet'

Een school kiezen is stressvol voor kinderen én ouders. Onderwijsminister, oud-leraar en vader van vier Arie Slob: 'Neem het kind als uitgangspunt.'

Arie Slob: 'Ik ben toch ook best goed terechtgekomen.'Beeld Mark Kohn/De Beeldunie

Met Arie Slob (56) huist er op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een ervaringsdeskundige - op meerdere vlakken. Slob stond zelf de klas en begeleidde zijn vier kinderen van basis- naar middelbare school.

Een moeilijke keus was dat niet, bekent hij. "Ze gingen allemaal naar de school waar ik geschiedenis en maatschappijleer gaf, het Greijdanus College in Zwolle." Om er daarna haastig aan toe te voegen: "Ik was er al wel weg hoor."

Waarom werd het die gereformeerde scholengemeenschap?
"Ik kende het Greijdanus van haver tot gort en wist dat het een goede school was. Het is een brede scholengemeenschap met vmbo, havo en vwo. In die tijd ging ook 95 procent van de basisschoolleerlingen naar die school."

"Dat is fijn, want dan hoef je niet alleen met die zware tas op de rug de stap te maken. Dat kan overigens ook een valkuil zijn. Het is fijn om bekende gezichten te zien, maar de school moet wel bij je passen."

Wat zegt u tegen ouders die hun kind liever niet naar het vmbo zien gaan?
"Je kunt via het vmbo en het mbo prachtige diploma's halen voor beroepen waar we een schreeuwend tekort aan hebben. En het is voorbereidend hè? Twee van onze kinderen gingen naar het vmbo. Zij zijn via het mbo op het hbo geëindigd. De oudste begon op het vwo en eindigde op de havo. Onze jongste deed havo. Uiteindelijk hebben ze alle vier een hbo-diploma."

Hoe zorgt u dat er geen tweedeling in het onder­wijs ontstaat?
"We zijn al jaren bezig om gelijke kansen te bevorderen. We hebben extra geld om achterstanden te bestrijden - al noem ik het liever geld om kansen te creëren. Brede adviezen op de basisschool - vmbo/havo, havo/vwo - helpen ook: dan hou je de opties open."

"Sommige kinderen zijn dieseltjes. Je moet altijd nog kunnen doorstomen als je even op gang moet komen; ik ben daar zelf een voorbeeld van."

Hoe ging de schoolkeuze bij u?
"In mijn eigen jeugd was er geen keus. Ik was niet de oudste thuis en ging in de slipstream van mijn oudere broers en zussen naar hun school. In die tijd was het ook meer verzuild dan nu."

Als u vaderlijk advies zou kunnen geven aan de achtstegroepers van nu, die de komende weken hun school gaan kiezen, wat zou dat zijn?
"Doe het tijdig en oriënteer je breed. Kijk op scholenopdekaart.nl, ga te rade bij familie en vrienden. Het is belangrijk dat ouders het kind zélf als uitgangspunt nemen. Waar voelt hij of zij zich plezierig? Is een brede scholengemeenschap handig voor het geval een kind tussendoor moet overstappen, zodat dat binnen de school kan?"

"Kijk ook of een school gebruikmaakt van de ruimte die het ministerie biedt, door scholieren bijvoorbeeld in sommige vakken examen te laten doen op een hoger niveau. Vraag of je eens een dagje mee kunt lopen en ga naar open dagen. Ik vond dat zelf heel spannend met mijn kinderen: je verlaat de intiemere, vertrouwde sfeer van de basisschool. Bij de 'grote' school gaat het toch om het echie."

In Amsterdam kunnen kinderen wel hun voorkeur opgeven, maar moet er worden geloot. Je komt als kind dan niet altijd terecht op de school van je voorkeur. Hoe kijkt u daar naar?
"Dat is gemeentelijk beleid en het is heel jammer dat dat moet. Ik heb begrepen dat het wel de inzet is om maximaal te proberen kinderen te plaatsen bij de school van hun voorkeur. Het is niet ideaal, omdat het ten koste kan gaan van de motivatie van leerlingen als ze op een school terechtkomen waar ze niet willen zitten."

Als leraar zag u vast ook weleens een scholier die de verkeerde keus had gemaakt?
"Zeker. Soms omdat onze school een regioschool was en de reistijd lang was. Dan was het voor een leerling soms prettiger als die gewoon op z'n fietsje naar school kon. Soms omdat een leerling tot tien, elf uur 's avonds nog zit te zwoegen. Dan weet je: deze keus was niet verstandig. Als je geen tijd hebt voor muziek en sport, dan gaat er iets níet goed."

We lezen overal dat er een tekort is aan technisch personeel. Is het dan verstandig om bijvoorbeeld te kiezen voor een technasium of tech-havo?
"Er is enorme behoefte aan vakmensen, óók op mbo-niveau. Als dat in het kind zit: doen. Maar als dat niet zo is: niet doorduwen omdat er straks werk in is. De perspectieven veranderen ook snel: een paar jaar geleden hadden we een lerarenoverschot."

"Nu liggen we op onze knieën te smeken om toch vooral een lerarenopleiding te gaan doen. Ik ben zelf geschiedenis gaan studeren terwijl iedereen zei dat daar geen droog brood in te verdienen zou zijn. Nou, ik ben toch ook best goed terechtgekomen."

Cv

Arie Slob (Nieuwerkerk aan den IJssel, 16 november 1961)
Deed na de middelbare school in Rotterdam de lerarenopleiding (hbo). Studeerde daarna geschiedenis
Werkte 12 jaar als docent geschiedenis en maatschappijleer

1993-2001 Lid gemeenteraad in Zwolle namens de ChristenUnie
2001-2015 Lid Tweede Kamer, waarvan tussen 2007 en 2015 als fractievoorzitter van de ChristenUnie
2015-2017 Directeur Historisch Centrum Overijssel
2017-heden Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs in het kabinet-Rutte III

Arie Slob is getrouwd en woont in Zwolle. Hij heeft drie dochters en één zoon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden