Plus

Onder de toga zit maar zelden een jurk

Mannen maken de dienst uit in de advocatuur. Op de grote kantoren op de Zuidas zijn vrouwen aan de top vaak sterk in de minderheid.

Beeld Sjoukje Bierma

Karen Berg (43) twijfelde al langer of ze door wilde groeien. "Ik heb negen jaar met plezier bij De Brauw gewerkt, maar als jurist kom je altijd achteraan. Als er een deal wordt gepland, wordt eerst overlegd met de investment bankers, en pas op het laatste moment mag je als jurist zeggen: je bent dit-en-dit vergeten, dit-en-dit kan niet zo. Heel ondankbaar eigenlijk. Als je partner wordt, trouw je als het ware met je kantoor. Ik vond mezelf best jong voor zo'n verbintenis."

Daarnaast was ze begin dertig. "Ik heb destijds aan de partner met wie ik veel werkte gevraagd of hij dacht dat het feit dat ik een vrouw was en misschien kinderen zou krijgen, een rol zou spelen bij mijn kans om partner te worden. Toen keek hij me glazig aan en zei dat hij niet begreep wat ik bedoelde, hij had toch ook kinderen? Dat was heel schattig van hem, maar hij had een vrouw die 24 uur per dag thuis zat. Dat had ik natuurlijk niet."

Toen het eenmaal zover was en de top geen uitsluitsel kon geven of ze kans maakte, besloot ze te stoppen. Inmiddels heeft ze een hoge functie bij PostNL. "Bij mijn exitgesprek vroeg het bestuur of ik dacht dat het ermee te maken had dat ik vrouw was. Toen ik ja zei, schrokken ze wel."

Niet trots
En zo hebben alle vrouwen in de advocatuur een eigen verhaal waarom ze zijn afgehaakt voor ze partner (baas en mede-eigenaar van het kantoor) zijn geworden. Het resultaat: de man-vrouwverhouding in de zakelijke advocatuur is scheef, soms heel scheef. Het Amsterdamse kantoor van De Brauw, in The Rock op de Zuid­as, heeft 64 partners - zes vrouwelijke. Clifford Chance aan de Droogbak heeft er 24 - twee vrouwelijke. En AKD heeft op zijn Amsterdamse vestiging 22 partners. Eén van hen is vrouw.

Aan de instroom ligt het niet: op dit moment studeren er aan de rechtenfaculteiten van UvA en VU ongeveer twee keer zo veel vrouwen af als mannen. Onder starters op advocatenkantoren zijn meer vrouwen dan mannen - maar na een jaar of acht, negen vertrekken ze.

Echte oplossingen lijken de kantoren nog niet te hebben. De Brauw 'is er niet trots op' en heeft een diversiteitswerkgroep. "Ik vind het raar dat het ons nog niet lukt," zegt Erwin Rademakers, managing partner van AKD. Hij vindt het juist enorm belangrijk dat er evenveel mannen als vrouwen aan de top staan, omdat ze even goede juristen kunnen zijn, en de cliënt soms beter werkt met een man, soms met een vrouw. Bovendien: "Als je een zaak met alleen mannen doet, mis je een bepaalde kijk op problemen."

Ook Clifford Chance zit met de handen in het haar. "Het pást helemaal niet bij ons," zegt managing partner Jeroen Ouwehand. "We hebben diversiteit juist hoog in het vaandel staan. Maar we doen het slechter dan Clifford Chance wereldwijd en slechter dan de meeste andere advocatenkantoren in Amsterdam."

Clifford Chance heeft daarom de hulp ingeroepen van Paola Cecchi-Dimeglio van Harvard University, gespecialiseerd in diversiteit op advocatenkantoren. "Zij maakt als het ware een bodyscan van ons bedrijf: hoe ga je om met beloningen, wie zet je met wie op welke zaak, hoe werkt je beoordelingssysteem? Zijn we onbewust bevooroordeeld? Geven we te weinig kansen?"

Het zit in de mensen en in de systemen, zegt Ouwehand. Zo kan een deel van het probleem zijn dat nieuwe partners worden aangenomen door de mensen die in de maatschap zitten - en dat zijn dus voor het overgrote merendeel mannen. "Het is goed denkbaar dat zij onbewust zoeken naar een spiegelbeeld van zichzelf."

Vrouwen in de advocatuur Beeld Jorris Verboon

Rademakers schrijft het toe aan de Nederlandse traditionele verdeling van werk en zorg. De advocatuur is nu eenmaal een wereld waarin je altijd klaar moet staan voor je cliënt: hoe internationaler de zaken, hoe onvoorspelbaarder de werktijden. Lastig als je voor kinderen wilt zorgen, of andere ideeën hebt over hoe je je privé­leven wilt inrichten. Bij AKD kunnen goede advocaten dan associate partner worden, een 'tussenfase' waarin zij geen eigen praktijk hoeven op te bouwen en parttime kunnen werken.

Zelfbescherming
Het kleinere Van Doorne (dat het met 33 procent vrouwelijke partners juist goed doet) heeft een 'stand­still': een tijdje werken in de luwte, waarin je geen promotie maakt en dus even de druk niet voelt om door te groeien. Niet dat het dan minder hard werken is - eigenlijk zijn het vooral zelfbeschermingsmechanismes, manieren om voor jezelf te kunnen beslissen dat het mooi is geweest voor vandaag.

Want de meeste advocaten werken zo hard omdat ze dat zelf graag willen - of omdat er nog mensen rondlopen die verkondigen dat je privéleven pas weer aan de beurt komt ná je carrière in de advocatuur. Zoals Johan Kleyn, oud-partner van Allen & Overy, vorige maand zei in Het Financieele Dagblad: "Als iemand die work-lifebalance een probleem vindt, moet hij of zij wat anders gaan doen."

Kritische massa
Katinka Middelkoop, een van de elf vrouwelijke partners bij Allen & Overy, moet daar een beetje om zuchten. "Dat is echt iets van vroeger. De nieuwe generatie wil best hard werken, als er maar ook af en toe tijd is voor andere dingen."

Haar kantoor staat niet bekend om zijn 9-tot-5-mentaliteit. Toch zijn de vrouwen er met ruim 30 procent goed vertegenwoordigd. Sinds het vertrek van Ferdinand Grapperhaus, nu minister van Justitie, staat er ook een vrouw aan het hoofd. Allen & Overy en Van Doorne hebben de kritische massa bereikt waardoor het niet meer uitmaakt of je man of vrouw bent, maar je wordt beoorbeeld op je capaciteiten.

AKD, met zijn ene vrouw, is daar nog lang niet. Rademakers: "De advocatuur is een moeilijke beroepsgroep. We hebben te lang vastgehouden aan hoe het 'moet': zo, en niet anders. Langzaam komen we erachter dat smaken verschillen."

'Schoonmaken, daar doe ik niet aan'

Katinka Middelkoop (41)
Partner bij Allen & Overy, afdeling fusies en overnames

Katinka Middelkoop kwam in 2011 terug vanuit het kantoor in New York naar Amsterdam om partner te worden. "De keuze om weg te gaan uit New York was de lastigste - het werk en het leven waren er gewoon erg leuk. Maar toen ik eenmaal die stap had gezet, heb ik geen seconde getwijfeld of ik partner wilde worden."

De reactie van de kantoorgenoten: dat hadden we altijd al wel gedacht. "Ambitie ligt in Nederland wat ingewikkeld, wij vinden toch meer dan in bijvoorbeeld Amerika dat je bescheiden hoort te zijn. Maar toen ik die ambitie eenmaal had uitgesproken, was het ook wel weer prima."

Ze werkt heel internationaal, vooral met Amerikanen en Chinezen - zo deed ze bijvoorbeeld de overname van verzekeraar Vivat door de Chinese verzekeraar Anbang, een miljardendeal. "Dat ik met Amerikanen werk, is relatief logisch, want ik heb zes jaar in New York gezeten en doe ook Amerikaans recht. Ik kan Amerikaanse cliënten goed de verschillen met Nederlands recht uitleggen."

Het verschil tussen werken in New York en Amsterdam is niet zo groot, zegt ze. "Het internationale dealwerk is onvoorspelbaar. Het maakt niet zoveel uit of je dat vanuit New York doet of vanuit Nederland. De Amerikaanse kantoren hebben wel de reputatie dat er enorm hard gewerkt wordt, maar Nederland doet daar niet voor onder."

Geen stress
In 2014 werd ze partner - over dat traject gaan soms jaren heen. Een jaar later kreeg ze een zoon. "Ik wist toen ik besloot voor partnerschap te gaan natuurlijk niet of ik zwanger zou worden. Maar ik heb altijd gedacht het te gaan combineren. Er zijn hier ook zo veel vrouwelijke partners, van wie veel ook kinderen hebben, dat ik me daar geen zorgen om heb gemaakt."

"Tijdens mijn verlof ben ik vier maanden thuis geweest - ben alleen nog mee geweest met een zakenreis naar China. Dat wilde ik zelf. In een drukke week ben ik overdag op kantoor, zorg ik wel dat ik thuis ben met het eten, en ga ik 's avonds weer aan de slag. Dat kan korter of langer duren. In het weekend ben ik ook altijd wel iets aan het doen. Het is inherent aan het werk: het is hollen en stilstaan."

Haar vriend werkt vier dagen. "Ik heb thuis een heel goed systeem in elkaar gezet: wij hebben een oppas aan huis die flexibel is. Daardoor heb ik geen stress. En klusjes besteed ik uit. Ik doe niet aan schoonmaken - boodschappen doen en koken doe ik alleen in het weekend, doordeweeks kookt mijn vriend. Na afloop zou het logisch zijn als ik zou opruimen, maar dan doen we het samen: de een ruimt op, de ander brengt het kind naar bed. De tijd die overblijft, is voor ons samen - of voor werk."

'Mama thuis'
Als ze een advies moet geven: regel het systeem thuis, creëer flexibiliteit voor jezelf. "Het werk is druk, maar je doet het omdat je het uiteindelijk ook heel leuk vindt. Ik zou op zich parttime mogen werken, maar in mijn praktijk is dat heel lastig. Ik zou het moeilijk vinden mijn werk in vier dagen te proppen en dezelfde kwaliteit te blijven leveren. Je kunt tijdens een lopende zaak niet zeggen: elke vrijdag ben ik er niet. Dat werkt niet."

Kritiek waarom ze zo nodig een kind moest krijgen als ze zo veel werkt, hoort ze niet. "Mijn zoon zegt weleens: mama thuis zijn. Ik probeer de tijd dat ik thuis ben bewust met hem door te brengen. Tijd voor vrienden en vriendinnen komt wel weer

Katinka Middelkoop Beeld Carly Wollaert

De lange weg naar boven

Na de rechtenstudie begint de advocaat-stage: een driejarig contract waarbinnen de advocatenopleiding van tweeënhalf jaar wordt voltooid. Wie goed presteert, wordt daarna medewerker (in vaste dienst).

Na doorgaans een jaar of acht, negen kunnen medewerkers opgaan voor partner: een traject dat tussen twee en vijf jaar kan duren. Wie geen partner wil worden maar wel van grote waarde is voor het kantoor, kan een andere functie krijgen, zoals counsel of ­associate partner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.