Plus PS

'Onbesneden mannen hoor ik veelvuldig klagen over hun voorhuid'

Abdelali Bentohami (39) is traumachirurg, besnijdingsarts en botoxprikker ineen. De allerarmste ongevalpatiënten behandelt hij in Marokko; besnijden, rimpels en lippen opspuiten doet hij in Amsterdam-West, in een van zijn twee privéklinieken. 'Ik hou van oplappen.'

Abdelali Bentohami Beeld Martin Dijkstra

Abdelali Bentohami woont in de Watergraafsmeer, op de plek waar vroeger stadion De Meer stond. Zijn appartement is ruim en licht. In de woonkamer heeft hij een groot aquarium, waarin een flinke school tropisch gekleurde visjes zwemt. Aan de muren hangen veel portretten van zijn twee kinderen, Samie (6) en Sara (1).

Dit is zijn thuis pas sinds een paar maanden. Negen maanden geleden gingen hij en de moeder van zijn kinderen uit elkaar. Zijn tweede scheiding, vertelt hij tijdens het koffiezetten. "Het is wat het is, zou Rico Verhoeven zeggen. Hij zegt dat heel vaak. Ik moet er altijd om lachen."

Heel veel mensen zeggen dat vaak.
"Ja. Een ongelooflijke dooddoener. Als je niet meer weet wat je moet zeggen, kun je altijd terugvallen op het is wat het is."

Genoegen nemen met voldongen feiten - het is wat het is - is niet Bentohami's stijl. Met zijn mond vol tanden staan, overkomt hem waarschijnlijk ook niet vaak. Hij praat heel makkelijk, is open, stelt zelf veel persoonlijke vragen en haakt in op de antwoorden. "Ben jij gescheiden?"; "Met of zonder kinderen?"; "Zijn je ouders ook gescheiden?"; "Hoe oud was je toen dan?"

Het onderwerp houdt hem bezig. "Ik ontmoet de laatste jaren steeds vaker mensen die scheiden terwijl ze nog kleine kinderen hebben. Ook bij mij in de kliniek, waar natuurlijk veel jonge ouders komen voor de besnijdenissen van hun zoontjes."

Zijn dat vooral Marokkaanse Nederlanders?
"Ook, ik krijg alle nationaliteiten op bezoek, maar het is wel zo dat in de Marokkaanse gemeenschap veel wordt gescheiden."

Echt? Ik zou juist denken van niet, maar dat zal wel een vooroordeel zijn.
"De meeste Nederlanders denken dat Marokkanen niet scheiden, dat het een taboe is onder moslims. Dat klopt niet."

Heeft u een idee waarom het scheidingscijfer onder Marokkaanse Nederlanders hoog zou zijn?
"Het komt, denk ik, doordat wij niet mogen samenwonen. Wanneer kom je te weten hoe iemand echt is? Als je met hem of haar onder één dak leeft en een huishouden deelt. Ik geloof ook dat veel moslims, of Marokkanen, beginnen aan een huwelijk om de verkeerde reden. Marokkaanse jongens doen een lange poos alles wat God verboden heeft en dan denken ze rond hun 27ste: nu moet ik trouwen. Met die gedachte gaan ze op zoek naar een geschikte kandidaat."

"Het is niet: ik leef mijn leven, ik kom iemand tegen die ik te gek vind, wil je met me trouwen. Zo gaat het meestal niet bij ons. Ouderlijke goedkeuring speelt mee in de keuze. Trots heeft een grote rol."

"'Dat meisje vind ik echt leuk, maar die heeft veel vriendjes gehad', of: 'Zij heeft ook wat met hem gehad en die ken ik.' Terwijl ze op die meisjes misschien echt verliefd zijn. Trots is dan sterker dan wat het hart zegt. De sociale druk is groot binnen de Marokkaanse gemeenschap. Wat vinden vrienden, familie, mensen in de buurt?"

En als een 'uitverkoren vrouw' het niet ziet zitten?
"Dan gebeurt er niets. Ik heb nog nooit gehoord dat iemand gedwongen werd tot een huwelijk, maar dingen worden wel gearrangeerd."

Ook in liberale Amsterdamse moslimgezinnen?
"Ja, vaak wel. In principe moet je het zo zien: veel Marokkanen zijn behoorlijk liberaal in hun doen en laten, maar als het om seks voor het huwelijk gaat, blijven ze vaak traditioneel. Seks voor het huwelijk mag niet en het is taboe. Daar begint het allemaal mee."

"Maar goed, er is ook een verandering gaande. Moslimmeisjes gaan massaal naar het hoger onderwijs, krijgen goede banen, ontmoeten jongens, krijgen relaties. Er wordt heus wel samen afgesproken dat zo'n jongen om haar hand komt vragen. Dan is er ook al van alles gebeurd. Ik denk niet dat in deze tijd veel Marokkaanse meisjes als maagd het huwelijk ingaan."

En dat is oké zolang je er maar niet over praat?
"Ja. Dat vind ik altijd het gekke in onze cultuur: een heleboel dingen worden inmiddels wel normaal gevonden, maar je moet het niet hardop zeggen. Er wordt te weinig open en eerlijk gepraat bij ons. Nooit eens uitkomen voor je ware gevoelens, alles in de doofpot. Van die hypocrisie hebben we zelf het meeste last."

"Het is moeilijk om een eigen, afwijkend pad te kiezen. Maar daarin zijn wij natuurlijk niet alleen. Je hebt niet zo veel pioniers in de wereld hoor. Nergens. De meeste mensen volgen toch de weg der verwachting in de omgeving waar ze zijn opgegroeid."

U niet.
"Nee. Nou. Toen ik op mijn 25ste afstudeerde, dacht ik ook: nu moet ik serieus worden, ik ben arts, daar hoort een gezin bij. Voor die tijd was ik er helemaal niet mee bezig."

'Met poep in mijn broek ging ik naar school, bang dat het allemaal te moeilijk voor me zou zijn' Beeld Martin Dijkstra

"Ik kwam een meisje tegen, heel mooi, een onbeschreven blad.Dat moest ik hebben. We trouwden snel. Na zes maanden huwelijk wist ik dat het niet goed was. Het was verzonnen geluk en dat is niet levensvatbaar. Ik voelde me vervreemd. Dat kwam ook doordat ik er een referentiekader bij had gekregen."

Aan de medische faculteit van de VU?
"Ook, ja. Ik was daar de enige Marokkaan en ik kreeg veel Nederlandse vrienden."

U was de enige Marokkaanse Nederlander in uw jaar geneeskunde. En dit was niet bepaald in 1960.
"Nee, dat was in 1997. O, wacht even, er waren wel twee Marokkaanse meisjes in mijn jaar. Ik was de enige Marokkaanse jongen. Hoe dan ook, in elke lichting waren ze te tellen op de vingers van een hand - met twee geamputeerde vingers. Het is nu iets beter, maar het houdt nog niet over."

Dat vind ik wel diep treurig, hoor, in een land vol slimme, jonge mensen met Marokko als achtergrondland.
"Het is ook treurig. Ik heb geluk gehad. Tot mijn twaalfde groeide ik als tweede in een gezin van acht op in de Indische Buurt, toen nog heel zwart. Op mijn twaalfde verhuisden we naar de Watergraafsmeer. Ik kwam op het Pieter Nieuwland College in een havo-vwoklas waar ik de enige Marokkaanse jongen was. Een kind uit een volledig zwarte omgeving per toeval gedropt in een witte. Mijn wereld veranderde compleet."

"Van huis uit was er veel steun, maar mijn ouders konden me niet echt helpen, ook niet met mijn huiswerk. Met poep in mijn broek ging ik naar school, bang dat het allemaal te moeilijk voor me zou zijn. Op de eerste dag kwam er ook nog een juffrouw Nederlands naar me toe met de boodschap: jij moet maar veel kranten lezen en naar het Journaal kijken, want je Nederlands zal wel niet goed zijn. Terwijl ze nog nooit met me had gepraat."

"Het was goed bedoelde, positieve discriminatie, maar ze maakte me er nog onzekerder mee. Mijn voordeel is dat ik dan ga knallen. Hard studeren, als een gek lezen. Voor het eerste proefwerk Nederlands haalde ik het hoogste cijfer van de klas. Zo ben ik. Dat is mijn karakter."

Waren de witte kinderen aardig tegen u?
"Ja, heel. Ik ben vast en zeker vaak gediscrimineerd in mijn leven, maar ik heb het nog nooit gevoeld. Zeg ik vaak, dit. Hoe je omgeving op jou reageert, ligt voor een groot deel bij jezelf. Ik heb nooit een punt gemaakt van mijn afkomst. Op school en later op de universiteit was ik gewoon joviaal, grappig, aardig en al snel zag niemand mijn huidskleur meer. Ik heb me nooit De Marokkaan gevoeld."

"Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat discriminatie van minderheden geen groot en vergiftigend probleem is hier, want dat is het wel. Ik bedoel dat discriminatie niet aan grenzen is gebonden of één kant opgaat. In Marokko wordt ook gediscrimineerd, Nederlandse Marokkanen onderling doen het, net als Nederlanders. Zo'n rijke yogamoeder uit Zuid wil echt niet dat haar zoontje thuiskomt met de dochter van een caissière in een Wibratrainingspak uit de Vogelbuurt. Weet je waar ik veel wijze lessen heb geleerd?"

Hij wacht niet op een antwoord. "Op het voetbalveld. Daar is het echt erg. Mijn huid werd elke wedstrijd helemaal verrot gescholden door tegenspelers of hun vader. 'Vuile kanker-Marokkaan', 'Tyfus-Turk'; weten zij veel wat het verschil is, maakt ze ook geen donder uit."

"Ik kon twee dingen doen: het me aantrekken. Slecht idee, want dan was ik uit mijn spel. Of ze hard terugpakken. Hoe? Door te scoren en te winnen. Dat is altijd mijn adagium geweest. En ze daarna de hand schudden en bedanken voor de ­wedstrijd. Dan gingen ze kapot. Wat ik wil zeggen: laat je leven niet bepalen door ­discriminatie. Neem het niet zo persoonlijk."

Heeft u misschien niet een beetje makkelijk praten? Ik denk aan alle mensen die niet doordringen tot een eerste sollicitatieronde omdat er Mohammed of Fatima boven hun cv staat.
"Nee, ik denk niet dat ik makkelijk praten heb, want ik heb altijd keihard gewerkt. En ja, het probleem dat jij noemt moet aangepakt worden. Vergeet alleen niet dat Greet en Henk in Marokko ook last zouden hebben op de arbeidsmarkt. Daar hebben Mo en Fatima hier niets aan, maar zij moeten ook niet blijven hangen in zelfmedelijden."

"Helaas zullen Turkse of Marokkaanse Nederlanders op dit moment nog net effe dat stapje meer moeten zetten om iets te bereiken dan een Nederlander-Nederlander met dezelfde kaarten. Dat is niet eerlijk, niet rechtvaardig, maar het is de realiteit, nu, en die verandert heus wel. Geef het wat tijd."

Gelooft u in de goede afloop?
"Ja, maar het is wel belangrijk dat we elkaar leren kennen. We moeten af van die parallelle samenleving. Ook in Amsterdam. In Bos en Lommer wonen nu veel studenten, die wisselen geen woord met hun Marokkaanse buren. Omgekeerd ook niet. Bij kinderen speelt het niet hè, als ze er maar jong genoeg mee te maken krijgen."

Jeugdfoto Abdelali Bentohami Beeld Privé

"Witte ouders moeten ophouden hun kind van school te halen als er meer dan twee Marokkanen in de klas zitten. En Marokkanen moeten meer hun best doen om op witte scholen te komen. Dan maar wat verder fietsen. We moeten af van het idee dat we elkaar niet moeten. Het kan echt wel mengen. Dat zou zo goed zijn voor het land en voor de stad, gezelliger ook."

Hij schudt zijn hoofd. "De islamisering van Nederland... wat een flauwekul is dat toch."

Merkt u als besnijdenisarts weleens iets van de angst voor de islamisering?
"Jawel. De laatste tijd krijg ik weer vaker te horen dat besnijden schandalig is, een beknotting van de keuzevrijheid van jongetjes. In het begin gebeurde het ook. Toen ik mijn eerste kliniek opende in 2013 kwam er een stuk over in de lokale krant van Veenendaal. Daar kwamen heftige reacties op. Alsof ik een kinderslachthuis begon. Ik werd ook echt bedreigd."

Dat het een beknotting van keuzevrijheid zou zijn, heeft u dat nooit in overweging genomen, als uw eigen advocaat van de duivel?
"Nee. Voor Joden en moslims is het een eeuwenoude traditie. Nu wil ik niet zeggen dat we alle tradities onweersproken moeten laten bestaan, alleen omdat het tradities zijn, maar dit is een non-probleem. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: kut man, ik baal dat ik vroeger besneden ben. Onbesneden mannen daarentegen hoor ik veelvuldig klagen over hun voorhuid."

"Ik besnijd zo veel Nederlandse mannen. Echt heel veel. Puur cosmetisch. Het is een interessante groep om naar te kijken in de discussie over besnijdenissen bij jongens. Die mannen zijn onafhankelijk, ze zien altijd tegen de ingreep op - een stuk van mijn ding af, toch een ingreep - maar achteraf zijn ze altijd blij. Maar goed, er zit een taboe op in Nederland. Diezelfde mannen willen de bevestiging van de afspraak nooit per gewone post, uit angst dat de buurman en de postbode het zien."

Mogen we nog even terug naar de Marokkaanse jongetjes?
"Liever niet eigenlijk. Want weet je? Denk je nou echt dat wij zelf niet kunnen nadenken? Dat als besnijdenissen tot grote fysieke of psychische problemen zouden leiden bij een heleboel jongens wij niet zelf zouden zeggen: nou, we moeten er maar eens mee ophouden. Dit is zo afschuwelijk, ik doe het mijn kind niet aan?"

"Als je aan duizend moslimjongens van achttien vraagt of ze het erg vinden dat hun ouders hen hebben laten besnijden, krijg je in duizend gevallen nee. Waar hebben we het over? Het westerse wijsvingertje is beledigend en betuttelend."

"Er wordt een probleem gemaakt waar het niet is. Ik heb weleens een stuk gepubliceerd in Medisch Contact waarin ik schreef: 'De discussie over besnijdenissen bij jongens wordt gedomineerd door niet goed te duiden sentimenten. Er is geen feitelijke grondslag voor.' Zo is het."

De tweede afspraak met Bentohami is in de Amsterdamse vestiging van zijn strakke, witte Bento Clinics, op het Balboa­plein. Hij doet zestig besnijdenissen per week, naast de nodige botoxbehandelingen (in een aparte kamer).

De meeste moslims laten hun zonen nu in een kliniek besnijden, vertelt hij. "Vroeger deden mensen het vooral thuis. Familie erbij, veel eten; het is een feestelijke gebeurtenis. Dat is het nog steeds, maar dan op een lekker steriele plek."

We lopen naar het Mercatorplein, waar hij binnenkort een restaurant overneemt van zijn broer. De verbouwing is bijna klaar.

Ondernemend type bent u hè?
"Zeker. Daarom ben ik na mijn opleiding tot traumachirurg ook niet in een Nederlands ziekenhuis gaan werken. Wat ik leuk vind aan traumachirurgie is het reconstructieve: iets herstellen wat kapot is. Ik hou van oplappen. Echt klussen en bouwen, in een huis of zo, vind ik ook leuk. Voor een programma als Bouwval gezocht mag je me wakker maken."

"Santé Pour Tous heb ik opgericht toen ik in opleiding was. Marokko trok aan me, vooral het werken daar. De regeldrift hier is niet normaal. Je bent zo veel bezig met administratie en zo weinig met patiënten. Ik ben chirurg geworden om te snijden. De gezondheidszorg in Marokko is belabberd, maar als arts ben je er in elk geval alleen maar in de weer met de zieken. Zij hebben mijn kennis en kunde veel harder nodig. In een Nederlandse maatschap zou ik meedoen, daar maak ik verschil."

Ik had geen idee dat de gezondheidszorg in Marokko zo slecht is.
"Bijna niemand hier verwacht dat. Marokko is geen ontwikkelingsland. Economisch gaat het best goed en steeds beter, maar de gezondheidszorg blijft dramatisch achter."

"Voor de allerarmsten is er een pasjessysteem, dat toegang geeft tot gratis zorg. Het probleem is dat zo veel mensen zo'n pasje hebben dat ziekenhuizen de vraag bij lange na niet aankunnen. Er is een enorm tekort aan artsen en faciliteiten."

'De regeldrift hier is niet normaal. Je bent zo veel bezig met administratie en zo weinig met patiënten' Beeld Martin Dijkstra

"In Nederland is er één arts voor elke 250 inwoners, in Marokko één per 2500 inwoners. Kleine ziekenhuizen met driehonderd bedden moeten in hun eentje een gebied met een miljoen inwoners bedienen. Wij, de andere artsen betrokken bij de stichting en ik, opereren de allerarmsten in verschillende ziekenhuizen. We gaan zo vaak mogelijk."

Een soort Flying Doctors eigenlijk.
"Zo kun je het wel noemen. Mijn paspoort staat vol Marokkaanse stempels. Ik moet het afremmen, anders kan ik net zo goed daar gaan wonen."

Wilt u dat niet?
"Nee, ik hoor thuis in Amsterdam. Het is fijn zo."

Staan uw Nederlandse privéklinieken in dienst van uw stichting?
"Voor een deel wel. Het geld voor al die gratis operaties moet toch ergens vandaan komen. Ik heb ook wel donateurs hoor, een trouwe achterban. We stellen ze niet teleur, want we gaan efficiënt met de middelen om. Elke euro die binnenkomt, gaat naar de patiënten. Overhead is er nauwelijks: geen wagenpark, geen duur kantoor, niemand in dienst."

"We zijn klein, bereiken al veel, maar ik wil meer doen. Behalve operaties ook investeren in goede sanitaire voorzieningen, veiligheidsprotocollen, ziekenhuis­hygiëne. In Marokko ligt nu de focus op het kunstje in de operatiekamer - voor andere dingen is geen tijd en geen geld."

"Alleen, je hebt er niets aan als je iemand succesvol opereert en diegene vervolgens overlijdt aan sepsis omdat de hygiëne niet goed is. Daar werken we aan. Vrij letterlijk vaak. In Tanger was het dak van het ziekenhuis zo lek dat overal pannetjes stonden om het water op te vangen. Wij hebben het dak opnieuw laten asfalteren."

Lekker klussen.
"Ja. Ik kan mijn gezicht niet afwenden als ik iets zie wat kapot is. Dan wil ik er iets aan doen. Zo ben ik altijd geweest. Santé Pour Tous is voor mij een droom in uitvoering, maar ik ben nederig over mijn werk in Marokko. Voor mij is het noodzaak. Ik zie het als een voorrecht dat ik het mag doen, samen met andere geweldige Nederlandse artsen en operatieassistenten die me allemaal kosteloos helpen."

Een bijzondere manier om verbonden te blijven met uw achtergrondland.
"Ja. Ik ben tot volle bloei gekomen op Nederlandse bodem, maar wel met Marokkaanse wortels. Het een kan niet zonder het andere bij mij."

'Je hebt er niets aan als je iemand succesvol opereert en diegene vervolgens overlijdt aan sepsis omdat de hygiëne niet goed is' Beeld Martin Dijkstra
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden