Plus

Onbekend, maar niet vergeten: doden krijgen hun naam terug

Rechercheurs Carina van Leeuwen (56) en Willem Doorn (62) willen 96 onbekende doden die in Amsterdam begraven liggen, hun naam teruggeven. Zij hebben er al dertig geïdentificeerd.

Resercheurs Carina van Leeuwen en Willem Doorn hebben al dertig onbekende doden geïdentificeerd. Beeld Dingena Mol

Twee weken per jaar deed de Pool Marcin Manka vakantiewerk in Amsterdam. Wat bijverdienen in een bruisende stad. Maar de eigenlijke reden van zijn verblijft in Amsterdam was zijn achttienjarige broer Lukasz Manka, die in 2003 na een ruzie met zijn ­ouders boos van huis vertrok.

Vanuit het dorpje Siemianowice Slaskie reisde Lukasz naar Amsterdam en liet nooit meer iets van zich horen. Tien jaar zocht Marcin tevergeefs naar hem. Ouders Roman en Ewa schreven een bericht op een Rode Kruiswebsite, waarop achterblijvers oproepjes voor vermiste personen kunnen plaatsen: 'Zoon, waar je ook bent, neem alsjeblieft contact met ons op. We missen je heel erg.'

Vergeten
Ze hadden geen idee van de eenzame wanhoop die zich in Lukasz moest hebben samengebald, toen hij vier dagen na aankomst in Amsterdam voor de trein sprong en zichzelf van het leven beroofde. Niemand in Nederland wist wie hij was. Hij domineerde kort de Nederlandse krantenberichten, maar raakte al gauw in de vergetelheid.

Marcin Manka zou misschien nooit zijn gestopt met zijn jaarlijkse vakantiebaantje als forensisch rechercheur Carina van Leeuwen in september 2010 niet alles op alles had gezet om de onbekende doden van Amsterdam een naam te kunnen geven. Zij en collega Willem Doorn vinden het niet kunnen dat in Nederland mensen zonder naam begraven liggen.

Sinds 2010 is het verplicht dna af te nemen van niet-­geïdentificeerde stoffelijk overschotten voordat deze worden begraven. De profielen worden opgeslagen in de dna-databank voor Vermiste Personen, in beheer bij het Nederlands Forensisch Instituut. Bij doden van vóór 2010 is echter niet altijd dna afgenomen. Van Leeuwen wist dat de nieuwe technieken haar in staat zouden stellen een groot aantal personen alsnog te identificeren.

Álles reconstrueren
Erg enthousiast reageerde haar voormalig teamchef aanvankelijk niet toen zij voorstelde om alle 45 onbekende doden op begraafplaats Sint Barbara op te ­graven. "Geen capaciteit, geen prioriteit." Van Leeuwen wist hem over te halen. Ze had haast. De graven zouden worden geruimd en dan zou dna-onderzoek niet meer mogelijk zijn.

"We hebben Johan Degenkamp, beheerder van Sint Barbara, gevraagd om de doden alsjeblieft te laten liggen. We wilden álles reconstrueren." Met haar al even bevlogen collega Willem Doorn begon zij in 2011 met het project Identificatie Onbekende Doden dna-databank Vermiste Personen. Het Landelijk Bureau Vermiste Personen was al begonnen met een dna-databank. Achterblijvers en directe familie van vermisten bij wie nog geen dna was veiliggesteld, werden aangespoord dat alsnog te doen.

Daarnaast werden in Nederland zo veel mogelijk onbekende stoffelijke overschotten, begraven tussen 1920 en uiterlijk 2008, in 2011 opgegraven om dna-materiaal te kunnen afnemen en ander forensisch onderzoek te doen. Doorn en Van Leeuwen richtten zich op Amsterdam. Daar ging het om 96 doden. Zij hebben er nu dertig geïdentificeerd, allemaal uit het buitenland. "Veel jongeren die zijn overleden aan drugs als gevolg van een overdosis, die zijn verdronken of zelfmoord pleegden," aldus Doorn.

Het onderzoek begint vaak met alleen een lichaam en de datum waarop het gevonden is. "Die lichamen proberen we te koppelen aan vermiste personen in de database. Bij een dna-identificatie heb je dan soms een match," legt Van Leeuwen uit. Maar zo snel gaat het meestal niet. Een identificatie kan soms maanden duren.

"We kunnen bijvoorbeeld isotopenonderzoek doen, waarbij we aan de hand van wat iemand gegeten en gedronken heeft in zijn leven, kunnen nagaan waar hij vandaan komt. En eindeloos speuren op internet en in dossiers en archieven. We zijn gelukkig allebei heel gedreven en gaan net zo lang door tot we een zaak oplossen."

Willem Doorn en Carina van Leeuwen op begraafplaats Sint Barbara bij de plek waar onbekende overledenen liggen. Beeld Dingena Mol

Oude BMW
Nog maar twee weken geleden konden Doorn en Van Leeuwen de 24-jarige Franse Jean Paul Delelis identificeren aan de hand van zijn vingerafdrukken. Hij werd in 1996 in het water van de Amsterdamse Houtmankade gevonden. De Franse politie pakte hem acht dagen voor zijn dood in Lyon voor diefstal van een voertuig. Toen zijn vingerafdrukken van hem afgenomen. "Daardoor konden wij er via Interpol na twintig jaar achterkomen wie hij was."

De lokale politie in Frankrijk heeft nu de moeder van ­Jean Paul op de hoogte kunnen stellen. "Zij zal binnenkort contact met ons opnemen om te bespreken wat zij met het stoffelijk overschot wil: repatriëren, cremeren of op St. Barbara laten liggen. We maken bij de herbegrafenis altijd foto's van het graf met bloemen. Nabestaanden putten er mogelijk toch enige troost uit dat hun dierbare met respect werd behandeld en niet helemaal alleen was."

Van de Poolse Lukasz Manka had de politie nog foto's, omdat zijn gezicht na zijn dood goed in tact was gebleven. Van Leeuwen: "Ik ontdekte op internet dat Lukasz' ouders destijds een oproep hadden gedaan in het Tros-tv-programma Vermist. Op de website vond ik foto's van Lukasz. Hoewel hij erg leek op de foto's die wij hadden, gaan we daar nooit alleen op af. We hebben contact gelegd met de familie en dna van hen afgenomen. Dat leverde een match op."

Enkele dagen na dat bericht reed de familie Manka in een oude BMW van Siemianowice Slaskie naar Amsterdam. "Ze dachten dat Lukasz pas sinds kort dood was, maar we moesten vertellen dat hij kort na aankomst in Amsterdam al was gestorven. Heel triest. Ze konden maar niet geloven dat hij zelfmoord had gepleegd."

Dankbaar
De kist waarin hij lag, was veel te groot om mee te meenemen in hun auto. "De familie had niet genoeg geld om het lichaam te repatriëren. Ik heb toen geregeld dat Lukasz tegen een laag tarief kon worden gecremeerd in Den Haag. Volgens de wet moet je dan nog een maand wachten voordat je de urn mag meenemen. Maar via toestemming van de officier van justitie kon ik ervoor zorgen dat zij de urn meteen mee naar huis konden nemen. Het is mooi om te zien hoe dankbaar mensen dan zijn."

Het moment waarop de familie het lichaam van hun dierbare komt halen, is vaak het meest aangrijpend, zeggen Van Leeuwen en Doorn. Zoals toen een moeder met een zwart busje vanuit Litouwen haar zoon kwam ophalen. Doorn: "Vierentwintig uur rijden. Kistje erin en dan dat hele eind terug. Dat arme mens, dacht ik."

Nomen nescio

- Amsterdam telde 96 onbekende doden (nomen nescio), begraven tussen 1920 en 2008.
- 30 daarvan zijn geïdentificeerd.
- 51 maken een grote kans alsnog te worden geïdentificeerd.
- Het gaat om 10 vrouwen en 41 mannen.
- Bij ongeveer 15 onbekende doden is de kans op identificatie klein, omdat hun graven al geruimd zijn.
- Het overgrote deel van de onbekende doden is jonger dan veertig jaar.

Meehuilen
Van Leeuwen, die er niet voor terugdeinst lang vergane lijken op te graven en te onderzoeken, gaat bij zulke ontmoetingen geregeld 'even koffie halen'. "Anders zit ik voortdurend mee te huilen. Willem is beter met de levenden, ik met de doden. De emoties van de nabestaanden vind ik zo moeilijk."

Zoals de gebroken moeder van de Spaanse Pablo die maar bleef vragen of hij het wel écht was; of ze dat wel konden zien met alleen een vingerafdruk. Ze kon geen afscheid nemen van de gedachte dat haar zoon, die tien jaar was vermist, er ooit weer zou zijn. Zijn vader boekte twee keer per jaar een hotelkamer in Amsterdam om Pablo te zoeken, niet wetende dat hij allang dood was.

De onbekende doden die nu nog op Sint Barbara liggen, hebben Van Leeuwen en Doorn een mooie plek gegeven. "Het zag er eerst kaal en lelijk uit. We hebben er twaalf hortensia's geplaatst en een gedenksteen met de tekst 'Onbekend, maar niet vergeten'."

Ze hopen ook hen ooit een naam te kunnen geven. "Het is nu volgens de wet toegestaan om dna-verwantschapsonderzoek te doen om te kijken of er een match is met een nabestaande. De kans is klein, omdat vrijwel alle onbekende doden buitenlanders zijn. Maar we proberen het toch. Wij zijn van de afdeling 'Geef nooit op'."

Begraafplaats Sint Barbara. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden