PlusPS

'Ome Loek' trainde 70 jaar de jeugd van Pirates

Zeg je in Amsterdam honkbal, dan zeg je Pirates. Zeg je Pirates, dan zeg je Loek Loevendie. 'Ome Loek' (85), zelf een boerenkoolhonkballer, heeft zeventig jaar de jeugd getraind. Hij gaat nog een paar keer per week naar zijn club, desnoods met de belbus.

Beeld Dingena Mol

De scooter blijft in de garage. Hij rijdt er niet meer op. Het wordt te link. Zeven keer is hij aangereden, zeven keer was het niet zijn schuld, maar zat hij wel met de gebakken peren. De laatste keer lag zijn jukbeen aan gruzelementen. Hij zei nog tegen zijn vrouw: als ik voortaan een tegenligger tref in het verkeer, stop ik gewoon. Ik heb geen haast. Op mijn leeftijd heb je alle tijd van de wereld.

Maar het is beter dat hij helemaal geen brommer meer rijdt. Hij wordt wat vergeetachtig. Zijn kortetermijngeheugen laat hem soms in de steek. Pas geleden, op weg naar Pirates, was hij even de weg kwijt. Werd hij thuisgebracht door de politie. De agent zat op zijn scooter en hij op de achterbank van de politieauto. Had je zijn vrouw moeten zien kijken.

Als zijn zwager Frans hem niet naar zijn club kan brengen, gaat hij tegenwoordig soms met de belbus. Mooi dat het bestaat hoor, en het kost maar een paar euro, maar eigenlijk is het niks voor hem. Die bus komt vaak later dan afgesproken. En daar heeft hij een bloedhekel aan. Tien uur is tien uur, en niet kwart óver tien.

Geen vetpot
Loek Loevendie dopt het liefst zijn eigen boontjes. Heeft hij altijd gedaan. Een beetje eigenwijs, hardwerkend, gepassioneerd en trouw. Van Pirates maakte hij zijn levenswerk. Twee door hem opgezette, ­florerende bedrijven zijn door zijn zoons Loek junior en Marco verder uitgebouwd en zijn huwelijk met Riet is van graniet. Ze kennen elkaar 66 jaar. Hij is honkvast.

Het huwelijk van zijn ouders was vroeg op de klippen gelopen. Zijn vader dronk te veel. Die relatie hield geen stand. Hij was één jaar toen zijn ouders uit elkaar gingen, zijn broer Theo was drie. Moeder is later hertrouwd, met een marktkoopman, maar de jongens hebben de naam van hun vader gehouden.

Ze woonden aan de Jacob van Lennepkade. Het was geen vetpot. Het leven speelde zich grotendeels af op straat. Theo ging achter de muziek aan. Letterlijk. Hun moeder moest hem vaak zoeken als hij weer eens achter de fanfare was aangelopen. Theo kon goed leren, maar van muziek was hij bezeten. Op de montessorischool kwam hij onder de vleugels van Edmond Karl Können, die een passie had voor Bach. Op voorspraak van meester Können ging Theo met moeder naar het conservatorium. Hij zal toen zo'n jaar of negen zijn geweest. Maar Theo voelde zich er niet op zijn gemak.

Pas op zijn 25ste ging hij alsnog naar het conservatorium, toen hij al jarenlang als jazzmusicus zijn brood verdiende. Veel te laat natuurlijk. Maar binnen drie jaar haalde hij twee aktes: compositie en klarinet. Theo heeft de mooiste arrangementen gemaakt. Hij werd een wereldvermaarde musicus.

Het montessorionderwijs was niks voor Loek. Veel te vrij. En leren was sowieso niet aan hem besteed. Hij heeft ook geen diploma. Zelfs geen zwemdiploma. Hij was een doener, een sportjongen. Anders dan Theo, hoewel die op zijn zestiende Nederlands kampioen hink-stap-sprong was. Theo en hij lijken niet op elkaar. Maar ze kunnen het prima vinden.

Rottige Appelen en Peren. Zo noemde hij de voetbalclub RAP gekscherend. Officieel was het de club van Rijksambtenaren van de Posterijen. Een beetje een club van standing. Met een hele groep van de montessorischool meldden ze zich vlak na de oorlog aan als lid. Een mannetje of tien. De contributie, een gulden per maand, kon er net af. En soms net niet. Het geld werd thuis geïnd door de club. Het gebeurde weleens dat de penningmeester, ome Jan Ruiterman, langskwam en moeder riep: "Zeg maar tegen ome Jan dat hij volgende maand terugkomt. Krijgt ie twee gulden."

Beeld Dingena Mol

Op geleende, te kleine voetbalschoenen begon hij op zijn veertiende met voetballen aan de Zuidelijke Wandelweg. Elf jaar speelde hij in het eerste elftal van RAP. En hij trainde de jeugd. Hij werd weleens gevraagd door andere clubs. Maar hij zag dat nooit zitten: want je bouwt iets op met mensen om je heen, en om die dan te verlaten? Nee, dat doe je niet.

Eigen geld
Het plan om een honkbalclub op te richten ontstond in 1958, toen hij met een stel vrienden ging kijken bij het EK honkbal dat dat jaar op de velden van OVVO werd gehouden. RAP had voor de oorlog een honkbalteam gehad, maar die was ter ziele gegaan, doordat een aantal Joodse jongens niet was teruggekeerd uit de kampen. Het bestuur was nog wel heel honkbalminded, maar geld was er niet.

Penningmeester Jan van Wees, van de behangzaak, nam hem apart en zei: "Hier Loek, 3000 gulden, kun je wat materialen aanschaffen. Want de club heeft toch geen plakker." Hij is Jan van Wees er tot op de dag van vandaag dankbaar voor.

In 1974 ging de honk- en softbaltak van RAP zelfstandig verder. Als Pirates. Die naam vonden zij als oprichters meer passend bij een honkbalclub. En ze waren wel een beetje piraten, vrijbuiters.

Die houding was ook nodig om te overleven. Honkbal is een kleine sport in Nederland. Dat betekent creatief zijn. Niet denken in problemen maar in oplossingen. Hard werken om kleine stapjes vooruit te maken. Soms ook hard werken om niet te ver achterop te raken. Pirates heeft een paar keer aan de rand van de afgrond gestaan, maar het kwam altijd goed. En ja, hij heeft er wel wat van zijn eigen geld ingestopt, maar hoeveel, dat is niet voor in de krant.

Bedrijven
Hij was zelf een boerenkoolhonkballer, maar hij kon aardig meekomen. Heeft op alle posities gestaan: werper, binnenveld, buitenveld. Daarnaast ontfermde hij zich over de jeugd. Zestig uur per week was hij op de club. Zijn vrouw bracht hem ge­regeld een pannetje warm eten, zodat geen trainingstijd verloren ging. Zijn zoon Marco drentelde vaak om hem heen. Die was ook gaan honkballen. Zijn andere zoon, Loek junior, niet. Die heeft een andere hobby: hij spaart Romeinse munten. Kent alle keizers van naam. Weet zelfs wie van hen een snor had en wie niet.

Ondertussen bouwde hij twee bedrijven op. Man, wat een energie had hij. Zijn twee jongens sprongen al snel bij en drijven nu de zaak die een deel van hun naam draagt: Marloe. Een schoonmaak- en catering­bedrijf. Marco bestiert de schoonmaaktak, Loek de catering. Het Hout- en Meubileringscollege is hun belangrijkste opdrachtgever, voorheen de lts Concordia Internos.

Loek LoevendieBeeld Dingena Mol

Daar, op die lts is het allemaal begonnen. Ze vroegen hem de lunch voor de leraren te verzorgen, daarna mocht hij in de pauzes broodjes worst, koffie en thee aan de leerlingen verkopen. Van het een kwam het ander. Op het laatst was het een volledige kantine en begon hij voor zichzelf. En na de komst van het Hout- en Meubileringscollege, met nu ongeveer 1500 leerlingen, groeide het bedrijfje explosief. De jongens werken keihard. Dag en nacht. Het is een mooie zaak. Hij is trots op ze.

Een auto heeft hij nooit gehad, hoewel hij goed kon rijden. In militaire dienst haalde hij zijn rijbewijs in tien lesuren, maar zijn rijervaring schoot tekort om dat om te kunnen zetten in een burgerrijbewijs.

Brommer
Goede ervaringen met de auto heeft hij ook niet. Vlak voordat hij afzwaaide moesten ze met vier man accu's ophalen in de buurt van Utrecht. Zijn ze de stad in geweest, kregen ze een ongeluk. Alle vier veroordeeld door de krijgsraad voor joy­riding. Moest hij een maand zitten. Hij dacht: er zijn mensen die krijgen vijftig jaar, dat maandje zing ik wel uit.

Daarna kocht hij een brommer en daar is hij altijd op blijven rijden. Met de zaak had hij op een gegeven moment elfhonderd telefooncellen in beheer, van Amsterdam tot Den Helder, voor de schoonmaak. ­Bergen, Egmond, Schoorl, hij ging langs al die kustplaatsen, waar het in de zomer wemelde van de Duitse toeristen die naar huis moesten bellen. Stapte hij ­'s ochtends op de brommer, met een jerrycan schoonmaakspul tussen zijn benen, en als hij 's avonds thuiskwam, had hij dertig cellen gedaan. Maal vijftien gulden.

Dus reken maar uit.

Beeld Dingena Mol

Tegenwoordig heeft hij een scooter, maar die blijft nu dus in de garage. Voor zijn eigen veiligheid. Maar dat belet hem niet om nog een paar keer per week op de club te komen. Als zijn zwager hem niet kan brengen, belt hij die bus. Als het eerste van Pirates speelt is hij er sowieso, maar hij is op zaterdag en zondag ook vaak bij de jeugd. Er is altijd wel iemand die hem na de laatste bal even thuis wil brengen.

Nooit gescholden
Zeventig jaar heeft hij de jeugd getraind. Het moet haast wel een record zijn. Duizenden kinderen kregen van hem de eerste kneepjes van de honkbalsport bijgebracht. Hij trainde zomer en winter door. Iedereen was welkom. In de winter haalde hij zo één of twee teams aan nieuwe leden binnen. Er zaten boefies bij, maar ze aten uit zijn hand. Hij heeft nooit gescholden. Als het nodig was, nam hij een lastige klant apart: dit is de club, dit zijn de regels.

Voor de kleintjes introduceerde hij ­peanutbal en beeball, waarbij er van een paaltje wordt geslagen, om het spel iets makkelijker te maken. Hij kweekte pupillenkampioenen van wie velen het Nederlands honkbalteam zouden halen, een aantal werd prof in de Verenigde Staten.

Mariekson Gregorius, de korte stop van de New York Yankees, is op dit moment de beste. Al heeft hij niet officieel bij Pirates gehonkbald, daarvoor was hij net te jong. Maar hij is wel bij de club opgegroeid. Zijn vader Didi was werper. Hij en zijn vrouw hadden het niet breed. Van honkballen in de Nederlandse hoofdklasse word je niet rijk. Ze hadden geen woonruimte. Hebben ze twee kleedkamers voor het jonge gezin ingericht. Er werd goed voor ze gezorgd. Als Didi maar slag bleef gooien.

Hij zei het al: honkbal is hier een kleine sport. Je moet creatief zijn. Niet denken in problemen maar in oplossingen. Hij is voor zijn verdiensten meer dan tien keer onderscheiden, ook koninklijk. Vorige maand, bij het honderdjarig bestaan van RAP, werd de weg naar sportpark 't Loopveld naar hem vernoemd: het Loek Loevendiepad. Hij is er geweldig trots op, maar hij beseft dat een club altijd meer is dan één man.

Met Pirates gaat het goed. De club handhaaft zich al jaren aan de top van Nederland. Is financieel kerngezond. Heeft veel jeugd. Mooi om te zien. Met zijn eigen gezondheid gaat het wat minder. Maar 'Ome Loek' slaat zich er wel doorheen. Schrijf dat maar op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden