OM over bende rondom Taghi: ‘De naam van Taghi werd niet uitgesproken’

De organisatie van Ridouan Taghi was professioneel, nietsontziend en deed er alles aan om zo afgeschermd mogelijk te blijven. Dat stelde het Openbaar Ministerie tijdens de tweede dag van het requisitoir in het Marengoproces.

Wouter Laumans en Paul Vugts
Een van de moorden waarom het in het Marengoproces draait is de moord op Samir Erraghib in IJsselstein op 17 april 2016.  Beeld Koen Laureij
Een van de moorden waarom het in het Marengoproces draait is de moord op Samir Erraghib in IJsselstein op 17 april 2016.Beeld Koen Laureij

Justitie schetste donderdagochtend de structuur van de bende van Ridouan Taghi. In de visie van het OM een ‘zeer professionele en meedogenloze organisatie die geen respect had voor mensenlevens’. Alle zeventien verdachten in het Marengoproces worden verdacht van lidmaatschap van deze criminele organisatie.

In de zittingszaal werd met een schema de structuur van de groep getoond. Daarin was Taghi de onbetwiste leider. Naast hem stonden zijn jeugdvriend Mao R. aan de ene kant en Saïd Razzouki aan de andere kant.

Taghi was iedere keer de opdrachtgever van de zes liquidaties waarvoor hij en de zijnen terechtstaan. Naast de zes moorden draait het proces ook om een reeks pogingen daartoe. De motieven voor de moordaanslagen waren wraak en genoegdoening maar ook de wil om de tegenpartij te snel af te zijn. “Slachtoffers waren honden die moesten slapen,” aldus het OM, dat tevens refereerde aan ‘triomfantelijke berichten en felicitaties’ die de groep elkaar stuurde als een moord was geslaagd.

Hitters

De leden van de groep hadden allemaal een eigen taak. Zo waren er hitters (schutters) en spotters en mensen met een coördinerende rol. Andere leden regelden wapens, auto’s en schuilplaatsen, geld en communicatiemiddelen in de vorm van PGP-toestellen.

De organisatie opereerde gecompartimenteerd. “Iedereen wist zo weinig mogelijk van elkaar, om het risico bij een aanhouding of een doorzoeking te beperken,” aldus de officier van justitie.

“Als Taghi ergens bang voor was, was het dat hitters, de schutters, zouden gaan praten, want Taghi stond direct met hen in contact,” citeerde de officier Nabil B., de kroongetuige in de zaak. “De naam van Taghi werd niet uitgesproken, zelfs al zat je in de auto of was je met zijn tweeën.”

Het OM heeft nog acht dagen nodig om het bewijs voor de rechtbank uiteen te zetten. Op 28 juni volgen de strafeisen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden