Plus

Ode aan de schoorsteen op Hemweg 8

In West torent de pijp van de Nuoncentrale hoog boven de stad uit. Els Quaegebeur en Keke Keukelaar delen een curieuze liefde voor deze 'wolkenfabriek' die door de rookpluim onophoudelijk verandert.

De pluim vanaf Ringweg A10 Beeld Keke Keukelaar

Vlucht KL642 uit New York landt op de Polderbaan. Het is nog vroeg, de zon is net op. Langzaam taxiet het vliegtuig naar de aankomsthal van Schiphol. Een slaperig meisje van vier jaar genaamd Kate zit in kleermakerszit op een stoel van rij 23 en kijkt door het kleine, ronde raampje. De lucht is helder. Zoals de gezagvoerder al zei toen hij de daling inzette: we hebben prima zicht. Opeens draait het meisje zich opgetogen om naar haar moeder, die op de middelste stoel My little pony's en glitterstiften bij elkaar zoekt. "Kijk mama," roept ze, "daar is de wolken­fabriek!"

De mama, dat ben ik. En de wolken­fabriek is de pijp van de kolencentrale van Nuon aan de Hemweg in het Westelijk Havengebied. Ik buig naar voren om net als Kate naar buiten te kijken. Daar staat ze, vanaf de polderbaan een luciferhoutje aan de horizon. Haar onmiskenbare slagroompluim is op deze frisse lenteochtend zo wit als een ­koninklijke bruidssleep. Dikke, ronde wolken waaieren uit over Amsterdam. Kate en ik weten: we zijn thuis.

Elke stad heeft zijn landmark. Een ding dat uitsteekt boven de massa, waar mensen een warm hart van krijgen als ze hun woonplaats naderen. Vaak is een landmark ook een bekende toeristenattractie, omdat hij hoog, groot en karakteristiek is. Londen heeft de Big Ben, Parijs de Eiffeltoren, New York had de Twin Towers, het Chrysler Building en het Empire State Building, en nu alleen nog de laatste twee. Amsterdam heeft er ook twee: de Rembrandttoren en de Nuonpijp, maar die kent bijna niemand, bekeken vanaf het wereldtoneel. Eigenlijk maakt dat het extra landmarkerig. Zij zijn van ons en omgekeerd; we hoeven ze niet te delen met types in een afritsbroek ­turend naar de Amsterdam on a shoestring-app op hun telefoon.

De pijp is overal
Vriendin en fotograaf Keke Keukelaar en ik delen een diepe liefde voor de wolkenfabriek van Nuon. Ik overdrijf niet als ik schrijf dat wij haar (het is een vrouw, dat lijkt ons duidelijk) schoonheid verpletterend vinden, zo ontroerend dat het ons nooit verveelt naar haar te kijken. We worden daarin op onze wenken bediend want de pijp is overal, zeker als je - zoals wij - in het westelijke deel van Amsterdam woont. Maar ook ver voorbij de Ring A10 is ze te zien; bij goed weer kun je haar pluim zelfs tot in Alkmaar volgen. En op de Polderbaan dus.

De pluim vanaf de petroleumhavenweg. Beeld Keke Keukelaar

De pijp is een landmark die, met dank aan haar pluim, onophoudelijk verandert, net als de stad waar ze bovenuit torent. Ook dat maakt haar zo veel intrigerender dan de Eiffeltoren. Ga maar eens op de Eenhoornsluis staan, op een doorsnee dinsdag tegen een uur of zes. Dan heerst daar een complete gekte van toeterende en foeterende Amsterdammers op fietsen en scooters die fris op het Centraal Station aangekomen toeristen de stuipen op het lijf jagen. Iedereen heeft haast om bij de pont, een supermarkt of de buitenschoolse opvang in Westerpark te komen. In de verte, boven het gejakker, staat altijd de pijp. Op haar gemak en een tikje verwaand stoot ze haar pluim uit, soms naar links, soms naar rechts. Ze trekt zich nergens iets van aan.

Ingewikkelde liefde
Keke en ik sturen elkaar bijna dagelijks foto's van de pijp, vergezeld van groupieteksten. 'Kijk nou wat ze doet, haar pluim is in tweeën gespleten.' 'Haar pluim is plat vandaag. Komt door de wind. Toch heel knap.' 'Hier, ze is roze en gaat recht omhoog. Fantastisch, maar wat heeft het te betekenen?' Soms staat ze uit. Dan raken we lichtelijk van de kook. En als het lang duurt - ze is soms wel vijf dagen inactief - zoeken we op de site van Nuon naar een verklaring.

De pluim vanaf Carré. Beeld Keke Keukelaar

Onze liefde voor de pijp is niet alleen groot, hij is ook ingewikkeld. Keke en ik gaan graag met de tijd mee. We scheiden plastic, eten geregeld glutenvrij brood terwijl we geen glutenallergie hebben en we vinden dat fossiele brandstoffen plaats moeten maken voor iets waar de aardbol niet van opwarmt. Tedere gevoelens koesteren jegens de schoorsteenpijp van een kolencentrale heeft in 2016 toch iets van het leven van een gangsterliefje. Dolblij met die witte Mercedes convertible ­inclusief parelmoeren details als verjaardagscadeau, maar wegkijken van de vraag waar die schat van een Tonny D. het van doet.

Keke heeft het meeste last van gewetenswroeging. Ze woont in Bos en Lommer, vlak bij de Hemweg, en heeft het idee dat onze vriendin soms stinkt. Tijdens de zwangerschap van haar zoon Broos, toen ze hyper­gevoelig was voor geuren, werd ze op dagen dat de wind verkeerd stond zo misselijk van de lucht dat ze zo veel mogelijk binnenbleef met de ramen dicht. Dat is niet prettig, zeker als de stank van je oogappel lijkt te komen.

Schadelijk
Steeds vaker gingen we ons afvragen hoe schadelijk de wonderbaarlijke schoonheid van de pijp eigenlijk is. Eind december vorig jaar zei Nuonbestuurder Martijn Hagens in een uitzending van EenVandaag dat een versnelde sluiting van de kolencentrale in het Westelijk Havengebied 'bespreekbaar' is. Dit nieuwtje gaf de doorslag. We konden niet langer volstaan met stille verheerlijking op afstand. We moesten doortastend zijn, dichterbij komen en moeilijke vragen stellen.

Begin maart maakten we een afspraak met Ruud Snelderwaard, de manager van de Hemwegcentrale. Snelderwaard is zo'n man aan wie je je familiejuwelen zou toevertrouwen in oorlogstijd. Hij straalt verantwoordelijkheidsgevoel, kalmte en integriteit uit. Voor we het terrein mogen betreden, moeten we eerst een veiligheidsinstructievideo kijken en een examen afleggen. Tien vragen over wat je niet mag doen in de buurt van de centrale (roken, alcohol drinken, andere rare dingen doen), wie je moet bellen als er iets vreselijks misgaat en hoe het meetingpointbord eruitziet, ook voor momenten van crisis. Bestond zo'n instructie voor de omgang met foute mannen, dan was het een stuk minder druk op het Viva-forum.

In het kantoortje van Snelderwaard, waar ook een woordvoerder van Nuon aanschuift, steekt hij van wal met de mededeling dat we veel van de pijp kunnen zeggen, maar dat ze niet stinkt. De indringende geur die Keke aan huis kluisterde toen ze in blijde verwachting was, komt van eiwitfabriek Cargill of van ­afvalverwerkingsbedrijf AEB. Dat is in elk geval een opluchting.

Veel te hoog
Voor we een rondleiding krijgen, praten we over haar bij een warme chocolademelk. Hemweg 8 - zoals ze heet onder de 200 werknemers van de kolencentrale - is 175 meter lang. Daarmee is ze het hoogste punt van Amsterdam; niet het hoogste gebouw, dat is ons andere landmark. Onderin heeft ze een diameter van negen meter, bovenin acht. Net als de rest van Amsterdam is ze gebouwd op palen, 23 om precies te zijn, van 45 centimeter in doorsnee. In 1991 begon de bouw. Met een oranje pluim opende prins Willem-Alexander haar in 1994. Dat maakt haar één van de oudste van de vijf kolencentrales die Nederland nog heeft.

De Pluim vanaf de Ringweg A10 Beeld Keke Keukelaar
De Pluim vabaf de Ringweg A10 Beeld Keke Keukelaar

De pijp is eigenlijk veel te hoog voor deze tijd, zegt Snelderwaard. Vroeger was de lengte nodig om slechte stoffen zo wijd mogelijk te verspreiden. Inmiddels heeft ze aan de binnenkant allerlei filters die de schadelijke uitstoot zo veel mogelijk beperken, ter voldoening aan de huidige milieunormen. "Maar ze is toch wel vies?" vraagt Keke. Snelderwaard antwoordt niet met een uitgesproken ja of nee. We krijgen een lesje scheikunde: over het vrijkomen van water, stikstofoxiden, zwaveldioxide en koolstofdioxide (CO2) bij het verstoken van kolen om energie op te wekken (op basis van een gemiddeld gebruik van 3500 kWh doet Hemweg 8 dat voor ruim een miljoen huishoudens), over de verbinding tussen calcium en zwavel waar gips uitkomt en over het ontstaan van het restproduct vliegas dat weer wordt gebruikt in bijvoorbeeld de cement­industrie.

De pluim die onze pijp als landmark zo uniek maakt, bestaat voor 95 procent uit stikstof en waterdamp, legt Snelderwaard vervolgens uit. Bijna alle zwavel die in steenkool zit, wordt verwijderd. Daarvoor is water nodig en dat zien we later terug in de lucht. Hoe de pluim erbij staat, is afhankelijk van luchtvochtigheid en windsnelheid. Waait het hard, waaiert ze sneller uit. Bij zeer droge, warme lucht lossen de waterdeeltjes sneller op tot damp en verdwijnt de associatie met echte wolken. Dan is het meer of ze zachtjes wat rook uitblaast; op mooie zomerdagen doet ze zo. Voor een duidelijke - in onze ogen blijmoedige - pluim moet het koud en vochtig zijn. Zo zien we haar vaker. Elk land krijgt het landmark dat hem toekomt.

Ingrijpende make-over
De gespletenheid waarover wij ons soms verbazen, is er eigenlijk altijd omdat de water-stikstofdamp in de schoorsteen door twee afzonderlijke ventilatoren gaat - "Als twee cycloontjes," zegt Snelderwaard. Of ze buiten ook twee kanten opgaat, wordt bepaald door de windkracht. Doet de pijp niets - geen pluim - is er een storing bij de aansluiting op het hoogspanningsnet of is men bezig met onderhoud.

Snelderwaard besluit zijn betoog met de zin: "Kool is eindig. Dat is zeker." Wat dat ­betekent voor Hemweg 8 is nog niet zeker. In principe kan ze nog door tot halverwege de jaren dertig. Dan zijn een aantal dure bestanddelen aan vervanging toe. Nuon en de overheid kunnen ook besluiten om over te gaan van conventionele verbranding naar een eigentijdse, milieuvriendelijke methode zoals de verbranding van biomassa. Dat zou ze kunnen, na een ingrijpende make-over. De pluim blijft daarmee behouden, al zal ze minder dominant zijn.

We gaan naar buiten. Met onze hoofden in de nek turen we langs de 175 meter omhoog. Als je zo dichtbij staat, valt op dat de pijp haar wolken helemaal niet zo gecontroleerd en kalm uitstoot, maar eerder woest en masculien. Ze verliest zo enigszins haar elegantie. We gaan maar snel weg.

Ik ben nog maar net thuis of Keke stuurt me alweer een foto, genomen op een brug over de Brouwersgracht. Twee zwanen zwemmen tussen de woonboten naast elkaar in de richting van de wolkenfabriek. De fiere houding van de vogels past bij de pluim, die wit en wollig afsteekt tegen de blauwe lucht. Op veilige afstand blijft ze toch het mooist.

Keke Keukelaar maakte voor Het Parool een uitgebreide fotoserie van de Hemweg 8 en haar rookpluim. Bekijk deze serie hier.

De Pluim vanaf de Nieuwe Hemweg. Beeld Keke Keukelaar
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden