Recensie

OCD Love is tot in detail gecomponeerd maar toch instinctief (*****)

Obsessie. Compulsief gedrag. Stoornis. Liefde. Dat zijn de uitgangspunten voor Sharon Eyals nieuwste creatie die begint met het tikken van een tijdbom. Het opmerkelijke is dat de choreografie tot in detail in tijd en ruimte is gecomponeerd, maar dat alle beweging toch instinctief overkomt. Eyal leverde de perfecte afsluiting van het festival Julidans, dat elf dagen lang de spanwijdte van de danskunst toonde.

Beeld Regina Brocke

Zes dansers zien we: allemaal virtuoos, op en top solist en toch ensemblespeler, met een androgyne uitstraling en uitgesproken persoonlijkheid. Hun vocabulaire is elegant en tegelijk verwrongen, exhibitionistisch en in zichzelf gekeerd, extreem soepel als van een dier en totaal gespannen als een robot, weird agressief en ineens verrassend teder.

De openingssolo is meteen subliem. We zien onwaarschijnlijk uitgestrekte port de bras, de lange vrouwenarmen zwieren bovendien aan de achterzijde van het lichaam. In het mannenduet vloeien bodybuilders-machtsvertoon, uitgebuite sexappeal en inventief gechoreografeerde arm- en handbewegingen in elkaar over: het is een strak staaltje top of the bill.

Onderbuik
Eyal danste ruim twintig jaar bij de Batsheva Dance Company en formeerde twee jaar geleden haar eigen gezelschap. Haar danstaal smeedt tegengestelde kwaliteiten met vanzelfsprekendheid aaneen, net als extreem snelle en langzame tempi. En bovenal: haar taal verteert klassiek, modern, folklore, Ohad Naharins Gaga-techniek, plus catwalk, club en Go-go.

Het opmerkelijke is dat de choreografie tot in detail in tijd en ruimte is gecomponeerd, maar dat alle beweging toch instinctief overkomt, door de onderbuik gestuurd. Benen dragen het lijf beurtelings angstig aarzelend of in lichtvoetig euforie. Handen betasten het eigen lijf, houden het hart vast, grijpen naar de eigen strot.

Neil Hilborn
De liefde vindt zijn weg niet echt, partners houden nooit langer dan een minuut gelijke tred. De technobeats van dj en drummer Ori Lichtik zwepen hen voortdurend op en ook de eigen onrust jaagt ze steeds vooruit. Neil Hilborns gedicht OCD was Eyals inspiratiebron.

Hij had een vrouw die het heerlijk vond dat hij haar zestien keer gedag zei en 24 keer op woensdag, maar hem uiteindelijk toch verliet. Hij wil haar zo graag terug dat hij niets meer dwangmatig checkt, de deur niet eens meer sluit en het licht voor altijd aan laat. Het licht door die openstaande deur zien we aan het eind van Eyals epos. Het publiek gilt en haalt de dansers keer op keer terug.

Perfecte afsluiting
Eyal leverde de perfecte afsluiting van een festival dat elf dagen lang de spanwijdte van de danskunst toonde. We zagen dansers die als Beckett-personages door het leven doolden (in Maguy Marins klassieker), de muziek als partner kozen (Anne Teresa De Keersmaeker en Boris Charmatz), eindeloos doorgolfden als superbamboe in de wind (Tao Ye), of deel uitmaakten van technisch vernuftige en zinsbegoochelende installaties (Stéphane Gladyszewski, Aurélien Bory en Kaori Ito, Chris Haring).

Het was genieten, deze vijfentwintigste verzameling grote meesters en talenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden