Column

Objectief meetbaar is het niet, maar er zijn heul veel mensen met een steekje los

Eva Hoeke.Beeld Het Parool

De eerste keer dat ik ervan hoorde was zo'n vier jaar geleden, in Londen, waar ik Christina Curry interviewde. Christina Curry, dochter van, ooit iT-girl, thans paaldanseres op SBS6. Ze vertelde dat ze aan OCD leed, obsessive compulsive disorder, een psychische aandoening die in DSM-IV, het handboek van psychiatrie, wordt omschreven als een angststoornis waarvan je heel vaak je handen gaat wassen, alleen op de zwarte vakjes van een zebrapad staat of voortdurend checkt of je het gas wel uit heb gedraaid.

Of ze dat ook daadwerkelijk deed weet ik niet, wel keek ze veertig keer per minuut op haar telefoon en at ze stukken tofoe. Ik sluit niet uit dat er inderdaad een paar steekjes loszitten bij Christina, als mijn ouders mij op mijn dertiende hadden laten optreden in een reallifesoap in Brasschaat had ik ook niet voor mijn eigen ontwikkeling ingestaan. Met losse steekjes is trouwens niks mis, sterker nog, een paar weeffouten in iemands karakter is vaak wel leuk. Vier ze, zou ik zeggen. Maar één ding: ze moeten wel wérkelijk los zitten.

Objectief meetbaar is het niet, maar er zijn inmiddels wel heul veel mensen met een steekje los, en met mensen bedoel ik dat deel der natie dat ermee in de publiciteit komt. Schrijvers die worstelen met hun onhandigheid, actrices met depressies, presentatoren met faalangst en modellen met neuroses: allemaal hebben ze een sociale handicap en allemaal hebben ze er zo goed en zo kwaad als het gaat mee leren leven. Maar vooral is er voor hen geen podium groot genoeg om erover te vertellen.

Nu ben ik de laatste die vindt dat je van je hart een moordkuil moet maken. Praten helpt, en wie zijn tekortkomingen benoemt is vaak al halverwege genezing, zo wil de theorie. Maar de praktijk is weerbarstiger. Want mensen met sociale handicaps willen daar vaak helemaal niet over praten. Die verdoezelen ze het liefst, ontkennen ze liever, schamen zich ervoor.

Waarom? Omdat ze er last van hebben, écht last van hebben. Zoals de alcoholverslaafde niet wil weten dat hij te veel zuipt, zo wil de sociaalbelemmerde niet weten dat hij rood wordt als mensen hem aanspreken, dat hij het liefst wegduikt als hij een bekende ziet en zich geen raad weet met complimenten.

Mensen die sociaal onhandig zijn, gaan niet naar feestjes, willen niet op tv, wijzen niet voortdurend op zichzelf en hun handicap, kortom, en mensen die dat wel doen verdienen dan ook de hoogste argwaan. Al was het maar omdat het zo sneu is voor de echte worstelaars. Zit je dan, met je bord op schoot en de krassen in je arm te balen dat je niet naar buiten durft terwijl je iemand bij RTL Boulevard met een gekwelde snoet ziet beweren dat hij of zij zo awkward is in gezelschap. Sociale handicap als sympathy card, was het maar zo'n feest.

En nee, we hoeven niet allemaal als blije eikels door het leven te gaan, echt niet. Maar alles beter dan dat gekoketteer met DSM-IV-labels die alleen in het hoofd van degene zelf bestaan. Overigens is er wel degelijk een term beschikbaar voor deze mensen: narcisme.


e.hoeke@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden