Nyonya

Maleisische heerlijkheden

De nyonya is de vrouw des huizes in Indonesië. In Maleisië is het de dochter van een Chinese vader en een Maleise moeder - de zoons heten baba. De vrouw des huizes van Nyonya, één van de weinige Maleisische zaken in de stad, heeft in elk geval ons hart gestolen. Het is een kleine zaak, onopvallend, drie treetjes boven het plaveisel van de Kloveniersburgwal tussen Oude Hoogstraat en Bethaniëndwarsstraat. De zaak is rustig, gelukkig zonder muzak, met plaats voor 25 eters op eenvoudige stoelen, waar de naam in goud op de rug staat. Eenvoudig, maar verzorgd.

Dat kun je ook van het eten zeggen. Daarbij moet ik eerst melden dat de overeenkomsten met de Indonesische keuken groot zijn, hoewel er hier en daar net weer een, zeg maar, Thaise of Chinese inslag in zit. De aanbevolen meeneemfolder is hier heel duidelijk over. Belacham wordt veel gebruikt. Wij noemen dat trassi.

We beginnen met de Nyonyasoep, een ­royale kom met kip, garnalen en champignons, pittig, maar met kokos romig gemaakt, lijkend op een Thaise soep (€4,00). De Sheu Kausoep is weer meer een Chinese wantansoep: kippenbouillon met royaal garnalenflapjes (€4,50). Er zijn nog twee soepen: één met kip, munt en ei en een currykippensoep. Alles kiplekker dus, maar wel vier leuke varianten. De kaart telt sowieso meer dan honderd nummers; dus is er variatie genoeg.

Rodi Channel is met niets te vergelijken: luchtige, gelaagde pannenkoekjes met een currysausje (niet gewoon kerrie!). Je scheurt er stukken af en dipt ze (€4,00 voor twee).

En dan kunnen we niet om de Tang Goreng Blasa heen, net als de andere specialiteiten in rood gedrukt: vier forse gefrituurde garnalenflappen met zoetzure saus: perfect gebakken, knapperig en sappig (€4,50). Heerlijk!
Misschien is het wel kinderachtig, maar als hoofdschotels kiezen we voor wat in de
Indonesische keuken favorieten zijn: een rendang en een Sambal Petai Udang.

Rendang is in dit geval van daging (rund, zoals gewoonlijk, €13,00), maar ze maken het hier ook met udang (garnaal), ikan (vis) en zelfs sotong (inktvis).

Het rundvlees is niet alleen royaal, maar ook buitengewoon mals, de saus nog wat vochtig, zodat we het eerder een kalio dan een rendang zouden moeten noemen, ook niet zo heet als we meestal prefereren (al staat een grote pot sambal oelek op tafel), maar wel buitengewoon smakelijk. Ik eet er de volgende dag nog heerlijk van - ik neem soms mee wat overblijft. Daar moet je je nooit voor schamen.

De Sambal Petai Udang, grote garnalen met verse petehbonen, is ook mild van smaak (één pepertje op de kaart; alleen de Nyo­nya­soep had er twee!), maar heeft alles wat we van dat gerecht verwachten en is wat helderder van smaak en presentatie dan de meestal geserveerde Indonesische.

We nemen de santen(kokos)rijst (= + €3,00) en gebakken mie (€4,00), beide goed. Witte rijst is altijd inbegrepen.

Slechts twee desserts: meloenijs of bruinebonenijs op een stokje (€2,00), voor wie een beetje avontuurlijk is. Vooral het bonen­ijs is wat hard, maar wel lekker.

Er is geen alcohol en we drinken thee en water en proberen een blikje sarsae, wat ze rootbeer noemen, maar dat smaakt zo sterk naar Listerine dat we dat laten staan.

Kortom: een bijzonder aardig adres erbij. Hier lust ik wel pap van. Geen creditcard of pin.

9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden