Plus

Nuchter naar het Boekenbal gaan, was één van de stomste beslissingen

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Ik ben er al twee keer geweest, beide keren memorabele momenten in mijn leven: het befaamde Boekenbal. De eerste keer, daar besteedde ik enige tijd geleden ook al aandacht aan, vond ik op zijn zachtst gezegd niet echt geweldig. Na mijn tweede bezoek aan het Boekenbal wist ik waarom.

De eerste keer besloot ik namelijk nuchter naar het feest van het jaar te gaan. Schrijvers die mijn helden zijn, zou ik kunnen tegenkomen. De eeuwig goedlachse Radio 4-presentator Hans Smit deed live verslag in de Stadsschouwburg en zou de microfoon onder mijn snufferd douwen. De bejaarde luisteraars wilde ik allesbehalve een hartstilstand bezorgen met vunzige verhalen.

Ik wilde vooral mezelf niet voor schut zetten en wilde allesbehalve, zoals de meeste schrijvers, door de gangen zwalken, van muur naar muur. Nee, ik wilde mij ordentelijk gedragen.

Het was één van de stomste beslissingen die ik ooit in mijn leven heb genomen. Stond ik daar een beetje om mij heen te kijken. Mij af te vragen waar die verdomde magie was waar dit 'fenomenale feest' al tientallen jaren mee omgeven was. Waar al die schrijvers zo geheimzinnig over deden en waarvan ze bij elk interview maar een klein tipje van de sluier oplichtten.

De tweede keer dat ik naar het Boekenbal ging, dacht ik aan de woorden van de Perzische dichter Rumi: 'Verwoest je reputatie. Wees berucht.'

Al ver voor het voorprogramma was ik toetjelam. Compleet naar de getver. Tijdens het dineren maakte ik goedgevulde glazen met veel gin en weinig tonic in een rap tempo soldaat, alsof ik een Russische dakloze was die zich tegen de strenge vorst wapende.

De volgende dag had ik zo'n knallende koppijn dat ik bij Allah en een paar profeten zwoer om nooit, maar dan ook nooit meer te drinken - als voormalige moslim kan ik heel slecht tegen katers.

Als ik zaterdag weer zo'n kater heb, zal ik erover peinzen mij in de drugsoorlog van de mocromaffia te mengen zodat één van die jongelui mijn hoofd van mijn romp komt scheiden. Dan zal Robert Schoemacher met zijn magische handen het hoofd later wel weer aan mijn nek vastdraaien, als hij maar niet te veel aan mijn kuif gaat klooien.

Een hoofd van een 23-jarige jongen op de stoep op de Amstelveenseweg, 'kijkend', meldden media - hoewel ik mij afvraag of dat in zo'n staat wel kan - naar shishalounge Fayrouz, vernoemd naar de legendarische Libanese zangeres, die in 2011 voor het eerst Nederland aandeed en met een veertigkoppig orkest Carré compleet platspeelde met haar fijnzinnige alt. In tegenstelling tot waar ik aan denk als ik haar naam lees - haar prachtstem, zachtzinnigheid en haar engelachtige verschijning - zijn die fucking waterpijpcafés ware wespennesten die zo snel mogelijk moeten worden gesloten.

Godzijdank ga ik - volledig naar de getver - vanavond naar het Boekenbal.


m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden