Nou moet Jeroen aan de bak

Aankomend PvdA-Kamerlid Jeroen de Lange heeft heel wat voetstappen liggen in de Stopera. Direct na de moord op Theo van Gogh zette zijn denkwerk de toon op het stadhuis. 'Ik zie hem nog wel minister worden.'

Na de moord op Theo van Gogh, in november 2004, was op het Amsterdamse stadhuis het woord aan ambtenaar Jeroen de Lange (Breda, 1968). Terwijl alles en iedereen er gericht was op crisismanagement en het bedaren van de gemoederen, zette De Lange zich achter zijn computer voor een strategie om de boel weer bij elkaar te brengen.

De wonden die waren geslagen in multicultureel Amsterdam deden hem denken aan Rwanda, waar hij de jaren daarvoor had gewerkt als diplomaat. Het leidde tot schrik op het stadhuis ("zodra we het Rwanda gaan noemen gaat het er misschien ook wel van komen"), maar bij het college van burgemeester en wethouders viel zijn analyse in goede aarde. Zijn woorden doken al snel op in de speeches van burgemeester Job Cohen en wethouder Ahmed Aboutaleb. "Hij hielp het college een taal te vinden," zegt Erik Gerritsen, toen als gemeentesecretaris zijn directe baas.

De Lange, ontwikkelingseconoom, greep terug op de theorieën van psycholoog Ervin Staub over hoe het wij-zijdenken in Rwanda was uitgelopen op een volkerenmoord. Het resulteerde in het verzoeningsprogramma Wij Amsterdammers. "Hij is gewoon gaan schrijven, drie of vier uur na de moord," herinnert Gerritsen zich. "Ik geloof dat ik het zelfs nog letterlijk zo heb gezegd: nou moet Jeroen aan de bak."

Gerritsen had De Lange een jaar eerder zelf binnengehaald als zijn rechterhand. Hij kende hem nog van zijn periode als directeur van het ministerie van Buitenlandse Zaken. "Hij zei: ik wil wel naar Amsterdam komen, maar de eerste paar weken wil ik alleen maar op straat zijn. Dat is hem ten voeten uit. Hij maakte kennis met opinieleiders, maar ook met de man in de straat. Dat vindt-ie heerlijk."

"Hij was één van de weinige ambtenaren die niet zeiden: zo zijn de regels, daar kan ik niets aan doen," herinnert Ahmed Marcouch zich.

Deze maand vertrekt De Lange: hij volgt in de Tweede Kamerfractie van de PvdA Hans Spekman op. Marcouch, straks zijn collega in de PvdA-fractie en destijds ambtenaar van stadsdeel Zeeburg, herkende in De Lange toen al een politicus in de dop. "Jeroen is iemand die out of the box kan denken."

Maar voor Fouad Sidali, toen ook werkzaam op het stadhuis en later stadsdeelbestuurder, waren de politieke aspiraties een verrassing. "Toen op het stadhuis heb ik nooit geweten dat hij politiek actief was. Het was een aangename verrassing dat hij zich aanmeldde voor de PvdA-lijst."

Sidali zat in de sollicitatiecommissie die de PvdA-lijst samenstelde. De Lange maakte daar veel indruk. "Hij is deskundig op veel terreinen," zegt Sidali, verwijzend naar zijn ervaring op het stadhuis, maar ook op zijn jaren als diplomaat en econoom van de Wereldbank in Rwanda en Oeganda. "Ik denk niet dat hij een Kamerlid zal zijn dat alleen in Den Haag te vinden is," zegt Sidali, die van hem een fris geluid verwacht. "Als hij maar niet verzuipt in de paperassen." "Jeroen is intelligent en gedreven en kan scherp aan de wind varen," zegt ook zijn huidige baas, algemeen directeur René Grotenhuis van ontwikkelingsorganisatie Cordaid. "Hij laat zich daarbij niets gelegen liggen aan heilige huisjes."

Bij Cordaid kwam hij terecht nadat hij in 2010 noodgedwongen was vertrokken bij Buitenlandse Zaken. Volgens zijn vrouw, Marcia Luyten, die hij ooit in het befaamde diplomatenklasje van het ministerie had leren kennen, had zijn vertrek alles te maken met haar kritische artikelen, die zij vanuit Afrika schreef als freelance correspondent voor onder meer NRC Handelsblad. Terloops was hun te verstaan gegeven dat Buitenlandse Zaken zich door het ontslag van De Lange van een luis in de pels wilde ontdoen. Niemand minder dan de minister kwam eraan te pas om de beschuldigingen te weerspreken. Maxime Verhagen, toen nog minister van Buitenlandse Zaken, twitterde: 'Gecheckt: is onzin. Zijn tijdelijk contract loopt in september af, kunnen vanwege bezuinigingen bijna nergens worden verlengd.'

De Lange, Luyten en hun drie kinderen belandden weer onder de rook van Amsterdam. Op zo'n tweehonderd meter van de gemeentegrens bewonen ze een woonark, in Broek in Waterland. Om zich voor te bereiden op het Kamerlidmaatschap heeft De Lange de afgelopen maanden stage gelopen bij de Dienst Werk en Inkomen, waarvoor hij bijvoorbeeld meeliep met de voedselbank. Niet dat hij daarover direct het woord mag gaan voeren, erkent de nieuwe politicus zelf ook. Een portefeuille in de buitenlandhoek ligt meer voor de hand.

Hij hoopt nog wel wat binnenlandse dossiers te krijgen. Sinds zijn tijd op de Stopera heeft het functioneren van de overheid zijn belangstelling. Samen met Gerritsen schreef hij er een bestuurskundig boek over, De slimme gemeente, over de strijd van binnenuit tegen bureaucratie en langs elkaar heen werkende overheidsorganisaties. "Niet één overheid die het allemaal doet voor de mensen," zo legt De Lange het zelf uit. "Maar een overheid die zich vooral concentreert op goed onderwijs, veiligheid en zorg en de samenleving in staat stelt het verder zelf te doen. Dat is voor mij de moderne sociaaldemocratie."

"Hij is niet iemand die twee, drie jaar gaat zitten backbenchen. Ik zie hem nog wel minister worden," zegt Gerritsen. "Als ze slim zijn bij de PvdA, geven ze hem een beetje de ruimte."

Maar vanuit het fractiebestuur klinkt intussen door dat De Lange zich eerst maar eens moet gaan richten op ontwikkelingssamenwerking. 'Met een slag om de arm,' klinkt het daar, zal dat zijn portefeuille worden. (Margreet van Beem en Bart van Zoelen)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden