'Notarissen hielpen bij roof Joodse goederen'

Veel notarissen in Nederland werkten in de Tweede Wereldoorlog mee aan de onteigening van Joods onroerend goed, schrijft Raymund Schütz van de Vrije Universiteit in zijn proefschrift.

Een Jodenster op een jas in de tentoonstelling van het herinneringscentrum op het terrein van het voormalige Kamp Westerbork.Beeld anp

De notarissen profiteerden financieel van hun acties, meldt NRC op basis van Kille Mist. Het Notariaat en de Erfenis van de Oorlogstijd, het proefschrift van Schütz.

Joden moesten in de oorlog hun tegoeden registreren, evenals hun onroerend goed. Uiteindelijk werden die panden onteigend. Aan die onteigening werkten de meeste notarissen mee door verkoopakten te passeren. Ze verdienden daar goed aan.

Naar schatting werden 10.000 Joodse panden doorverkocht in Nederland. De totale waarde bedroeg zo'n 150 miljoen gulden - tegenwoordig 750 miljoen euro.

Opnieuw verdienen
Niet alle notarissen werkten trouwens mee aan de onteigening. Volgens Schütz waarschuwden de Amsterdamse notarissen Lubbers en Abma bijvoorbeeld dat de akten na de oorlog nietig zouden worden verklaard.

Toen de oorlog voorbij was, werd bepaald dat de notarissen 60 procent van het geld dat was verdiend met overdrachtsakten moesten teruggeven. De meesten deden dat. "Het was voor de notaris ook de afkoop van een ambtsmisdrijf," stelt Schütz tegenover de krant.

De notarissen verdienden volgens hem na de oorlog opnieuw aan dezelfde misstanden, omdat ze noodzakelijk waren bij het rechtsherstel. De opdrachten daarvoor kwamen "als manna uit de hemel", stelde een kritische notaris uit Amsterdam verontwaardigd vast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden