Plus PS

Noord is een eilandenrijk van buurtjes

Vanaf de overkant van het IJ lijkt het één pot nat, maar Noord is een eilandenrijk van buurtjes. Van de dorpjes op het historische dijklint en buiten de Ring tot de buurten die in de twintigste eeuw zijn aangegroeid: ze hebben stuk voor stuk een eigen karakter.

Beeld anp

Nieuwendam

Van meet af aan opgezet als een echt dorpje, meer nog dan de andere tuindorpen van Noord. En die sfeer heeft Nieuwendam ook altijd behouden: knus, aangeharkt, netjes. Rond het ovalen Purmerplein kwamen ook de dorpse voorzieningen, zoals de politiepost en de sierlijke winkelwoningen met de voor dit tuindorp zo kenmerkende oranje pannendaken. Maar geen kroeg of kerk. Dat was dan weer niet te rijmen met het sociaal-democratische gedachtegoed dat inspireerde tot de bouw van tuindorpen. Kerkgangers konden de dijkrug op, naar het oude dorp Nieuwendam.

Het onderscheid tussen dijk en dorp bleek toch al hardnekkig te zijn. Nog in 1994 schreef cabaretier en Nieuwendammerdijkbewoner Ivo de Wijs: 'Wij wonen niet ín Nieuwendam, maar óp Nieuwendam.' Maar ook het tuindorp onderscheidde zich van de andere tuindorpen door een klein, maar overduidelijk standsverschil. Men was er rood, maar gegoed rood. Ook al omdat de huren aan de hoge kant waren, streken relatief veel politieagenten, ambtenaren en andere witteboordenwerkers
hier neer.

Het wereldberoemde café 't Sluisje in Nieuwendam. Beeld Jean-Pierre Jans

De Dijken

Zaanse dijkhuisjes schurken gerieflijk tegen elkaar aan, het is er groen, er is water - de Gouden Bocht van Noord. De zelfstandige en welvarende dorpjes Nieuwendam (met Zunderdorp), Buiksloot en Ransdorp (met Schellingwoude, Durgerdam en Holysloot) waren eeuwenlang concurrent van grote broer Amsterdam.

Na de watersnood van 1916 waren ze zo hard getroffen dat de dorpelingen niet veel later voor annexatie door Amsterdam stemden. De Dijken - tegenwoordig vernoemd naar de dorpjes: Buik­sloterdijk, Nieuwendammerdijk, Schellingwouderdijk ­- vormden toen nog het dijklint Waterlandse Zeedijk. De tegenwoordige bewoners zijn de notabelen van weleer - artsen, mediamensen, intellectuelen, ministers. Bakfietsen en Volvo's staan voor de deur. Dijkbewoners gaan er prat op in het groene Noord te wonen, een beetje ruig vinden ze het, maar de dijken hebben niets van de naoorlogse probleemwijken die Noord zijn reputatie gaven.

Ook het dorpse van de dijken is nooit verdwenen. Toen Café
't Sluisje op de Nieuwendammerdijk werd verkocht, meldde een
collectief van dijkbewoners zich om het café voor de buurt te behouden.
Wat de dijkhuizen inmiddels gemeen hebben met de échte Gouden Bocht: de meeste panden gaan richting het miljoen.

Van der Pekbuurt

Voor de oorlog een nette arbeidersbuurt met touwtjes uit de brievenbus, in het hart geraakt door het bombardement van 1943. In de jaren tachtig was de buurt dan weer berucht door de uit het centrum verdreven drugscriminaliteit, verkrot en overgenomen door gastarbeiders.

En nu het eerste heenkomen van een nieuw soort Noorderling: jong, hip en over het IJ gedreven door hoge woonlasten. De hoogbouw van Overhoeks dringt zich op.
Tegelijk was deze buurt altijd al een lappendeken, die naadloos overgaat in de Bloemenbuurt. Zo lag halverwege nog een katholiek bolwerk rond de Ritakerk.

De van der Pekbuurt. Beeld Mats van Soolingen

Buiksloterham

Ze zijn vaak voor gek verklaard, de fanatieke kampeerders die weken in de rij stonden om een zelfbouwkavel te bemachtigen. Het was er jaren een zandbak, maar nu staan de spectaculaire eerste woningen er trots bij. Hier wonen de pioniers, de architecten en ontwerpers - creatievelingen die wel een avontuur aandurven. En de komende jaren krijgen ze gezelschap van nog eens bijna 5000 woningen. H

et voormalige industrieterrein moet de groenste buurt van de stad worden, een circulaire stad, waar vervuilde grond wordt gereinigd door planten, en regenwater wordt hergebruikt. Vooralsnog moeten de bewoners het nog bijna zonder winkels, cafés en scholen stellen. Maar dat zal met hun 'ik-regel-het-zelf-wel'-mentaliteit rap
veranderen.

Floradorp

Veertien jaar geleden kwam het NOS Journaal live vanuit deze buurt tijdens de jaarwisseling, omdat de kerstboomverbranding bij het doolhof van nauwe straatjes en schattige roze huisjes uit de klauwen liep. Met de kerstversiering laat de buurt zich elk jaar kennen als de hechte gemeenschap die het is: fluorescerende rendieren, levende kerststallen en veel lichtjes.

In 1928 werd Floradorp gebouwd voor de armste Amsterdammers. Grote woningen - vier, vijf kinderen was normaal, veertien paste ook. Floradorp was een zoete inval voor muggen, die zelfs voor uitbraken van malaria zorgden. Al voor de straten de namen van planten kregen, werd het terrein de rimboe genoemd. Dat de Floradorpers die naam tot de dag van vandaag in ere houden, tekent het sociale isolement, het lage aanzien én het gemeenschaps­gevoel van hun buurt.

Floradorp. Beeld Rink Hof

Tuindorp Oostzaan

Arbeidersdomein van weleer en nu het grootste PVV-bolwerk in Wildersluw Amsterdam. Patriotten zullen ze zich niet gauw noemen, maar bij WK's en EK's hangt iedereen oranje vlaggetjes op.

Die schattige huisjes met roodwitte luiken en gele plinten die nu voor tonnen worden verkocht, zijn vanaf 1918 gebouwd voor de werknemers van de scheepsbouwmaatschappijen NSM, NDM en ADM. In de buurt ontstond een actief verenigingsleven rond het Zonnehuis.

Nog altijd zijn de gelederen vrij gesloten. Nieuwkomers worden wantrouwend bekeken - al zijn de bouw van kantoren en luxe appartementen op de nabijgelegen NDSM-werf niet te stoppen. Aangrenzend ontstond in de jaren vijftig al de betonbouw van Tuttifruttidorp - met straatnamen vernoemd naar vruchten, vandaar.

Vogelbuurt

Televisieserie Schuldig gaf deze buurt voor heel Nederland een gezicht als de plek waar de breekbare doorzetter Ditte en dierenwinkelier Dennis afzien. Al twintig jaar piekt de Vogelbuurt naar de toppositie van armste wijken van Amsterdam. Vanaf de jaren zeventig zakte de arbeidersbuurt ver weg.

Scheepswerf NDSM had er hele straten laten bouwen voor zijn arbeiders, maar na de broodnodige renovatie bleven die net zo lief in Almere of Purmerend. Grote families uit Turkije en Marokko namen hun plaats in. Met de scheepsbouw was het niet veel later gedaan. Even verderop ligt dan nog Vogeldorp, het eerste experiment met tuindorpen in Amsterdam. Noodwoningen, niet bedoeld voor de eeuwigheid, maar ze staan er nog steeds.

Dennis van dierenwinkel Ambulia, ster van de serie Schuldig. Beeld Jean-Pierre Jans

Plan van Gool

Een groen eiland vol galerijflats die meteen in het oog springen door de luchtbruggen, fly-overs of openbare 'bovenstraten'. Typisch een product van de jaren zestig, toen de gezinsflats het domein werden voor creatievelingen en academici die later doorstroomden naar andere delen van Noord. Dat maakt ze, zoals iemand opmerkt in een boek van journalist Jeroen Kleijne, 'de wegbereiders van het hippe Noord'.

De laatste jaren kreeg de buurt een grote opknapbeurt, nodig geworden door de verloedering die optrad nadat de oorspronkelijke bewoners waren weggetrokken om plaats te maken voor grote migrantengezinnen.

Wat blijft is de herinnering aan het idyllische sixtiesdomein, compleet met anti-autoritaire kresj, vrije liefde, moestuinen en gekraakte gemeenschapsruimtes. 'Er werd flink wat afgescharreld,' zeggen oud-bewoners in het boek van Kleijne. 'Op een gegeven moment leek het wel of iedereen lesbisch werd.'

Het Plan van Gool. Beeld Floris Lok

Blauwe Zand

Officieel heet het Tuindorp Buik­sloot, maar door met looizuur vervuild slib waarmee de polder werd opgehoogd, staat de buurt beter bekend als het Blauwe Zand. Meteen na de oplevering in de jaren dertig was het een rood bolwerk, van socialisten en communisten. In 1937 werd NSB-leider Anton Mussert er nog door stenengooiers verjaagd toen hij 'per luxe-auto' de buurt aandeed - een provocatie, volgens de communistische pers.

Een bolwerk is het gebleven, maar dan van wit ressentiment. Zo kwam het Blauwe Zand in 2014 naar voren in een Europees onderzoek naar witte arbeiderswijken in snel multicultureel geworden steden. De werkloosheid is er opmerkelijk laag - er wordt hard gewerkt, in de bouw veelal. Ook wordt er goed op elkaar gelet. Alleen al daarom worden mensen van buiten - yuppies vallen daar ook onder - niet met open armen ontvangen. Die vatten ze op, concludeerden de onderzoekers, als bedreiging voor 'hun manier van leven'. Met de overheid hebben ze het wel gehad. Die investeert vooral in de buurten waar 'de buitenlanders' zijn neergestreken. En dat terwijl hun buurthuis intussen ten prooi viel aan bezuinigingen.

De Banne

Het bekt lekker 'de Banne-lieu'. En helemaal onterecht is de redelijk recente bijnaam van Banne Buik­sloot niet. De wijk, aanschurkend tegen de Ring, bestaat uit lage portiekflats, verpauperde sociale woningbouw, gebouwd in de jaren zeventig.
Een wijk vol Ciske de Ratjes, noemde Noorderling Bas Kok zijn tijd in De Banne in de jaren zeventig en tachtig. Een wijk waar twee gezinnen als vermaak een dagje gingen 'stelen' en het uitje met een brandstichting afsloten, aldus een berichtje in Trouw uit 2003.

Eigenlijk zou De Banne dit jaar een feestje mogen vieren: de wijk bestaat namelijk veertig jaar. Maar een nieuw winkelcentrum ('je kunt er overdekt winkelen, dat is het wel zo'n beetje', aldus de recensie), nieuwe eengezinswoningen en een opknapbeurt van omliggende wegen hebben de wijk niet afgeholpen van de reputatie die hij al decennia heeft. Een groep van 43 hangjongeren die zichzelf Banne-Cité noemde - vrij naar de Parijse banlieues - teisterde de buurt vorig jaar zo erg, dat burgemeester Eberhard van der Laan stevig ingreep.

Een flat in de Banne. Beeld Amaury Miller
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden