Column

Noem mij gerust een naïeve muts, maar de wereld is niet kapot

Roos Schlikker Beeld Floris Lok/Het Parool
Roos SchlikkerBeeld Floris Lok/Het Parool

Ik heb de vraag niet gesteld. Was het uit naïviteit? Omdat ik laf was? Niet nadacht? Geen idee, maar toen mijn moeder vertelde dat een groepje rotjongens haar had bekogeld met scheldkanonnades en koffiebekers, riep ik niet meteen: 'Waren het buitenlanders?'

Dat had ik wel moeten doen. Sommige mensen vonden het raar dat ik in mijn vorige column niets schreef over de identiteit van de schuldigen. Politiek correct was ik! Links! De wereld is kapot en ik wilde het niet toegeven!

Ik probeerde uit te leggen dat ik nog niet bezig was geweest met het daderprofiel, maar opnieuw kwamen er verwijten. Ik loog, dorst de waarheid niet te benoemen, één vrouw twitterblèrde zelfs dat het vast grote negers waren geweest en ik dat bewust achterhield omdat ik zou vinden dat Zwarte Piet weg moet.

Nu sleept dit soort figuren de Zwarte Pietendiscussie overal bij, of het nu gaat om een gesprek over snoep ('Waarom mogen negerzoenen niet en moorkoppen wel?!'), het leenstelsel ('Wat is er mis met een vazal?') of broodbeleg ('Hagelslag! Erfgoed!'), dus die kun je niet serieus nemen.
Toch appte ik mijn moeder. Haar antwoord: 'Ze hadden, geloof ik, geen Nederlandse achtergrond.'

Goed, de ziejewelknikkers kunnen hun lol op. Maar verandert het iets? Had ik liever gehad dat de daders blank en blond waren geweest? Nee. Ik had liever gehad dat ze er helemaal niet waren geweest.

Het is vast eiig dat ik niet meteen de allochtonenvraag stelde. Maar er automatisch van uitgaan dat onze kaaskopjes nimmer oude vrouwtjes lastigvallen, is net zo naïef.

Ik weet dat het in de stad wemelt van figuren die onschuldigen intimideren, overvallen, uitschelden. Ik weet dat die gasten lang niet altijd Roderick heten. Maar als mijn moeder is belaagd, heb ik alleen maar oog voor haar pijn. Verder is er niets. Of het een kutmarokkaan was die zijn rotzooi naar haar smeet of een stroopwafelpiet, op dat moment zal het me jeuken.

Iemand riep dat het was of ik na een verkeersongeluk niet durfde te vertellen door welk merk auto ik was overreden. Maar ik ben de eerste dagen alleen bezig geweest kapotte onderdelen bij elkaar te rapen.
Dat gold gelukkig ook voor Paroollezer Rob, die een enorme bos rozen liet bezorgen, voor Mo, die aanbood een buurtwacht op te zetten, voor mevrouw De Waal, die schreef dat zij mijn moeders hond kon uitlaten, voor honderden anderen die steun boden. Al die mensen helpen mijn moeder stukje bij beetje te helen. Noem mij gerust een naïeve muts. Maar de wereld is niet kapot.


r.schlikker@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden