Review

Ninja assassin**

Regie: James McTeigue
Met: Rain, Naomie Harris, Sho Kosugi, Ben Miles

Nadat Bruce Lee met Enter the dragon in de jaren zeventig een wereldwijde kungfurage had ontketend, lanceerden de Israëlische B-filmgrootgrutters Menahem Golan en Yoram Globus met hun bedrijf Cannon in 1981 een ander Aziatisch vechtfenomeen. Het bloederige Enter the ninja werd een kaskraker, met dank aan het destijds zeer omstreden gebruik van steekwapens en werpsterren.

De gebroeders Andy en Larry Wachowski lustten er wel pap van, en zorgen er na drie delen The matrix en hun knotsgekke familiefilm Speed Racer voor dat de ninja nu terugkeert in de bioscoop. Onder regie van hun protegé James McTeigue (V for vendetta) mag de Koreaanse popster Rain de kar trekken, waarmee diens ondankbare bijrolletje in de geflopte racefilm alsnog tot een eigen stervehikel heeft geleid.

De zanger belichaamt Raizo, die als ontvoerd weeskind werd getraind voor een moordenaarsbestaan, maar met een ongeneeslijk gevoelige inborst ter wereld kwam. In fraai uitgewerkte flashbacks zien we waarom de kleine ninja een Ninja assassin werd, en zich tegen zijn clan en zijn meester keerde. De wrede leermeester wordt vertolkt door de Japanse Amerikaan Sho Kosugi, die er in 1981 ook al bij was en nu met andermans film wegloopt.

Dat ligt niet zozeer aan het bescheiden acteertalent van de fysiek indrukwekkende Rain, als aan een onnodig rommelig scenario.

Ninja assassin werd net als Speed Racer in de Duitse Babelsberg Studio's opgenomen. Om een Westers publiek tegemoet te komen, mogen Naomie Harris en Ben Miles zich als agenten van Europol in de vete mengen, waarbij ze zich uitvoerig in het ninjafenomeen verdiepen.

Interessante taferelen levert dat niet op, en het heen en weer schakelen tussen suffe Berlijnse kantoorgesprekken en Japanse trainingsflashbacks haalt de vaart uit een film. In de vechtpartijen vloeit het bloed absurd rijkelijk, en gaat puik stuntwerk meer dan eens verloren in een gehaktmolenmontage en een soms aardedonkere fotografie.

Aan dat soort stilistische fratsen hadden Golan en Globus altijd een broertje dood: ninja's mogen dan bij voorkeur vanuit de schaduw toeslaan, het publiek moet ze wel kunnen zien. De heren hadden een punt. (BART VAN DER PUT)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden