Plus

Nieuwe voorzitter college van bestuur UvA en HvA pakt het anders aan

Geert ten Dam is sinds 1 juni voorzitter van het college van bestuur van de UvA en HvA. Ze volgt een verguisde en afgetreden voorzitter op. Daar zegt ze niets over. Maar ze gaat het wel anders doen.

'Ik heb tegen studenten en medewerkers ­gezegd dat ze me scherp moeten houden.'Beeld Marc Driessen

Deze zomer fietste Geert ten Dam (1958) van Amsterdam naar Berlijn. Twee weken was ze onderweg, met wat bagage, en haar man. Ze checkte haar e-mails niet. Wilde je haar bereiken, dan moest je een sms'je sturen. "Heerlijk om mijn hoofd leeg te maken."

Maar nu is ze terug en zal de functie van voorzitter van het college van bestuur, de hoogste baas, van de UvA en de HvA, in een stroomversnelling komen.

Sinds 1 juni is Ten Dam, onderwijskundige en sinds 1999 hoogleraar aan de UvA, aangesteld. Geert - een ongewone meisjesnaam en regelmatig aanleiding voor verwarring - is benoemd met instemming van docenten en studenten. Het collegejaar van de HvA begint op 1 september, de opening van het academisch jaar van de UvA is op 5 september.

Grote dossiers die de afgelopen jaren op de universiteit speelden, komen de komende maanden tot een ontknoping. De samenwerking tussen de UvA en HvA is in de zomer ­onder de loep genomen door twee onderzoeks­bureaus - met begin september de evaluatie.

Commissies diversiteit en democratisering komen met rapporten en aanbevelingen. De faculteiten buigen zich over een herverdeling van het geld. En ondertussen wil Ten Dam zelf ook het een en ander verbeteren en veranderen aan de grootste hogeronderwijsinstelling van het land.

Een van uw eerste daden als collegevoorzitter is dat u het Maagdenhuis gaat verlaten.
"We gaan weer tussen de docenten en studenten zitten. Dit najaar verhuist het bestuur naar het BC-gebouw op het Roeterseiland. De rest van de bestuurlijke ondersteuning in het Maagdenhuis zal wat later volgen."

Is de verhuizing een symbolische daad?
"Nee, het is veel meer dan dat. Ik vind het belangrijk dat een college van bestuur te midden van onderzoek en onderwijs zit. Dat heb je ­nodig om signalen goed op te kunnen pakken."

U ontneemt boze studenten en docenten een plek om te demonstreren.
"Er is hier plek zat om te demonstreren."

Hoe heeft u vorig jaar de protesten op de universiteit en de bezetting van het Maagdenhuis ervaren?
"Ik vond het heel erg dat er zo veel druk en woede is ontstaan over de universiteit en het bestuur en de waardering voor onderwijs, over de werkdruk, over personeelsbeleid, de uit de hand gelopen hoeveelheid tijdelijke contracten, en de afstand tussen college van bestuur en de gemeenschap. Studenten en docenten hebben zich blijkbaar zo miskend gevoeld dat het uitmondde in de Maagdenhuisbezetting."

Heeft u zelf als hoogleraar de strenger wordende regels en het rendementsdenken ervaren?
"De teugels zijn inderdaad strakker aangetrokken. En dat heeft de werkdruk zeker verhoogd. Tegelijkertijd is dat ook belangrijk, want het gaat hier om publiek geld. Je moet als universiteit je stinkende best doen om goed kwalitatief onderwijs en onderzoek te doen, wat mensen ook binnen een reële tijd afronden."

"In die zin was er ook reden om de touwtjes wat strakker aan te trekken, maar daarin is de ­regelgeving ook doorgeschoten."

Onderzoek levert een wetenschapper meer prestige op dan onderwijs. Daardoor is het onderwijs onder druk komen te staan.
"Onderzoek is heel belangrijk, voor de stad, voor Nederland, voor grote internationale vraagstukken. Maar we moeten het ook hebben van ons eigen menselijk kapitaal van de toekomst: de studenten."

"Ik wil dat er meer balans komt tussen onderwijs en onderzoek. Het gebeurt te vaak dat als puntje bij paaltje komt, ­onderzoek belangrijker wordt gevonden dan onderwijs. Ik vind: als je niet van het onderwijs bent, is het de vraag of je op de universiteit moet willen werken."

Hoe is de sfeer nu op de universiteit?
"Steeds beter. Ik geef iedereen die erom vraagt mijn 06. Er wordt veel gesproken, ge-sms't, overlegd. Ik reageer heel direct op vragen."

"Ik heb tegen studenten en medewerkers ­gezegd dat ze me scherp moeten houden. Tot nu toe pakt dat ontzettend goed uit. Ik heb ook goed contact met de actiegroepen en studentenraden. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar je moet blijven praten."

'We hebben dertien procent eerstejaars van niet-westerse afkomst. Daar klopt iets niet'Beeld Marc Driessen

U doet het anders dan uw voorgangers. Neemt ook nooit de dienstauto, doet alles op de fiets.
"Op de fiets kun je over dingen nadenken. En je bent sneller, zo dwars door de stad. Zelfs de Wegenwacht is in Amsterdam overgestapt op de fiets, omdat het sneller is. Het is een nieuwe tijd. Er is in Nederland bij bestuurders van onderwijsinstellingen meer oog voor het dienen van het publieke belang. Dat was hoognodig."

Studenten krijgen geen basisbeurs meer, tweede studies zijn bijna onbetaalbaar geworden. Hoe houdt u de universiteit toegankelijk?
"Daar moeten we goed op letten. Het leenstelsel is er, dat is een feit, maar we moeten strak monitoren dat het niet meer ongelijkheid creëert. Het is onze maatschappelijke plicht om daar luid en duidelijk aandacht voor te vragen, bij de minister, de vereniging van universiteiten en hogescholen en de media."

Een van uw speerpunten is diversiteitsbeleid. Hoe gaat u de UvA minder wit maken?
"We zitten op dertien procent eerstejaars van niet-westerse afkomst. Als je ziet hoe ­divers de grote steden zijn, klopt er iets niet."

"We gaan een actief diversiteitsbeleid voeren voor studenten en docenten. Daarvoor richten we een diversiteitsnetwerk op. Je kunt in sollicitatiecommissies wachten tot mensen zich melden, maar je kunt ook actief talenten scouten, dat geldt zeker voor hoogleraren en decanen."

Binnenkort komt de evaluatie van dertien jaar samenwerking tussen de HvA en de UvA. Wat verwacht u daarvan?
"We kijken naar wat er de afgelopen dertien jaar is gebeurd qua samenwerkingsverbanden, onderzoeksprojecten, doorstroom van studenten, ict en facility services. We evalueren het zorgvuldig en dan besluiten we of we het bestuur van de HvA en UvA uit elkaar halen of gezamenlijk houden. Maar daar kan ik nu nog geen conclusie aan verbinden."

U wordt nu al geprezen om uw openheid en vriendelijkheid. Wat hoopt u dat er nooit over u wordt gezegd?
"Ik ben nooit te beroerd om sorry te zeggen als ik iets niet goed heb gedaan, maar wie zegt dat ik ­onoprecht ben of een verborgen agenda heb, raakt me diep in mijn ziel."

Geert ten Dam

Eindhoven, 1958

Studie andragologie aan de UvA
Sinds 1999 hoogleraar onderwijskunde aan de UvA
2011-2014 voorzitter van de Onderwijs­raad, adviesorgaan van de regering en Tweede Kamer
Sinds 1 juni 2016 voorzitter college van bestuur UvA en HvA
Kroonlid van de SER
Geert Ten Dam is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen.

'Ik wil dat er meer balans komt tussen onderwijs en onderzoek'Beeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden