Nieuwe stadsdichter met wilde plannen

F. Starik: 'Nee! Ik ben niet zo van: alles is kut in de stad.' Foto Michel Langendijk

F. Starik is de komende twee jaar de stadsdichter van Amsterdam. 'Dingen die wel deugen wil ik naar voren halen.'

De nieuwe stadsdichter gaat er vanuit dat in zijn ambtsperiode de nieuwe koning wordt gekroond. ''Dat moet het hoogtepunt van mijn stadsdichterschap worden.'' Daarover straks meer.

F(rank) Starik (1958) volgt Mustafa Stitou op en is de vierde stadsdichter van Amsterdam. De dichter uit Amsterdam-West, die in 1987 debuteerde met de bundel Nepvuur is ook romancier, zanger en kunstenaar. Hij studeerde aan de Rietveld Academie en Rijksacademie fotografie en mixed media. Daarnaast beheert hij de Poule des Doods, een collectief van dichters die bij eenzame uitvaarten in Amsterdam speciaal daarvoor geschreven gedichten voordragen.

Vorig jaar kreeg hij de Amsterdamprijs voor de Kunst 2009. De jury omschreef hem als 'de burgemeester van de achterkant van Amsterdam', omdat hij zijn aandacht richt op datgene waar de meeste mensen aan voorbijgaan. De jury roemde zijn 'volstrekt eigen toon, die voortkomt uit een analytische blik die vol mededogen is. Hij laat zien dat er schoonheid schuilt in mislukking'.

Van de 'burgemeester van de achterkant' naar het stadsdichterschap is een logische stap. ''Al is het stadsdichterschap op zich een loze functie. Maar ik heb er wel veel zin in. Het is een goede functie om wilde plannen te maken. Wilde plannen maken is altijd goed.''

''Het stadsdichterschap bestaat bij de gratie van wat je er zelf van maakt. Mijn opdracht is om zeven gedichten per jaar te maken. Ik loop rond met het plan om tijdens de Uitmarkt een Stadsdichterskrant uit te brengen. Verder wil ik op het Rijksmuseum op zo'n geveldoek een gedicht zetten.'' (MAARTEN MOLL)

Tot ziens
Op 30 april 1980 kwam ik aan in Amsterdam
en wierp meteen de eerste steen, later die avond
at ik mijn eerste broodje shoarma met verschrikkelijk
veel vlees en knoflooksaus en modderige handen.

Ik hoefde nergens heen. Ik zou nooit meer ergens anders
landen - vond hier een huis, studeerde en studeerde niet,
had er lief en ging ook weer verloren: mijn eerste zoon
werd hier geboren, ik ruilde mijn typemachine in voor

een computer, mijn woordenboek voor internet, Polak
voor Van Thijn en die weer voor Schelto Patijn en dan Cohen.

Iedereen vertrekt een keer. Een paar burgemeesters nog

dan ga ik ook. Ik kom er heus wel overheen, de eerste burgemeester
die mijn gore hand wou schudden omdat ik zo fatsoenlijk
en belangrijk geworden ben: in winkels noemt men mij meneer.

Dit is F. Stariks eerste gedicht als stadsdichter van Amsterdam

Foto Michel Langendijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden