Nieuwe plek voor orkest Concertgebouw in oude school

Zaterdag wordt het nieuwe onderkomen van het Koninklijk Concertgebouworkest officieel geopend. De voormalige meisjesschool in de Gabriël Metsustraat wordt nu het RCO House.

De zaal met de naam Amsterdam is het hart van het nieuwe RCO House. Beeld Renske Vrolijk

De grootste zaal heet Amsterdam. De algemeen directeur, Jan Raes, zetelt in Berlijn. Zakelijk directeur David Bazen zit in Londen. Joel Fried, de artistiek directeur, is gehuisvest in Luzern en Michiel Jongejan, het hoofd van de pr-afdeling, werkt met zijn team in Sydney.

"We hebben de ruimtes vernoemd naar de steden waar we spelen," zegt Raes. "Dat is toch veel leuker dan wanneer je moet zeggen: Michiel zit in lokaal 7?" zegt de stralende orkestdirecteur, die geen enkele moeite doet te verbergen hoe blij hij is met het nieuwe onderkomen van het Koninklijk Concertgebouworkest in de Gabriël Metsustraat, dat heel internationaal gedacht RCO House is gedoopt, met de r van royal.

Ook de verslaggever, die zijn jas trouwens in Luzern heeft opgehangen, is onder de indruk, maar uiteraard laat hij niets merken.

"Vanzelfsprekend hebben we de grootste ruimte, het hart van het gebouw, Amsterdam genoemd."

Bijna een half orkest
De akoestiek van Amsterdam is variabel, demonstreert David Bazen, die als gids door de voormalige ambachtsschool fungeert. Door op een digitaal paneeltje te drukken, laat hij de concave wandonderdelen, met eikenfineer bekleed, langzaam opendraaien. En warempel, de akoestiek verandert zeer hoorbaar. Als alles op de maximaal weerkaatsende stand wordt gezet, ontstaat er een ruime galm.

"Vroeger waren dit vier klaslokalen," zegt Bazen. "En nu is het de kamermuziekzaal."

We lopen door naar de studieruimtes, die allemaal de naam dragen van een der zeven chef-dirigenten, inclusief Gatti, die vorig jaar het veld ruimde na klachten van vrouwelijke orkest­leden.

"Ja, ook die van Gatti. Natuurlijk! Hij is toch chef geweest? Iedereen begint daarover." In de ruimtes kan door drie tot zeven musici worden gerepeteerd.

Op de begane grond bevinden zich Kes, Mengelberg, Haitink en Van Beinum. Verder naar boven, de trap op, liggen Chailly, Jansons en nog een trap hoger, Gatti en Kondrashin. En dan zijn er nog de studio's Jochum en Harnoncourt. De laatste drie waren weliswaar nooit chef, maar wel zeer belangrijk voor het orkest.

In de tien kamers plus de Amsterdamzaal kunnen in theorie vijftig musici tegelijk repeteren. Bijna een half orkest.

We passeren ruimtes die gaan fungeren als massagekamer, kolfkamer, een zitje voor de gasten, plek voor instrumentenopslag. Overal ruikt het nog naar vers hout.

Het Concertgebouworkest kon het pand van Berlage, met monumentenstatus, kopen voor 4,25 miljoen euro, omdat het een maatschappelijke functie zou gaan vervullen.

"OCW en het Rijksvastgoedbedrijf hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Er is wel door een neutrale partij een waardebepaling gedaan. Daarnaast hebben wij 10 miljoen geworven, op basis van particuliere schenkingen, voor de noodzakelijke renovatie en nieuwbouw. Het gebouw wordt dus gedragen door donateurs uit heel Nederland en daarbuiten."

Zwaluwkasten
Bij de verbouwing is zoveel mogelijk in oude staat gebleven. Opvallend is het trapportaal, met een opvallende kleur, die Bazen Berlagegroen heeft gedoopt. Onder de trap staan de 797 namen van de musici die de afgelopen 130 jaar lid van het orkest zijn geweest, van André van Aalst tot en met Jaap van Zweden.

"We hebben 65 jaar kantoor gehouden in de Obrechtstraat," zegt Bazen. "Daar werd het niet alleen te klein voor al het personeel, maar we waren ook huurder: bijna drie ton per jaar. Dat betalen we nu ook, maar nu is het ons pand, met bovendien veel meer ruimte en veel meer faciliteiten. Als we dit commercieel hadden moeten huren, was het nooit zover gekomen."

Het gebouw voorziet in een behoefte. De musici in het orkest zijn jonger dan ooit, ze zijn kleiner behuisd en hebben vaak nauwelijks de mogelijkheid thuis te studeren. "Dat probleem is met het RCO House heel mooi opgelost."

"We kunnen hier ook meer aan educatie doen en aanraakbaarder worden. Door scholen erbij te betrekken ben je actiever in het Amsterdamse weefsel. Dat is een van onze speerpunten van de toekomst: zo inclusief mogelijk zijn," zegt Raes.

Op de gevel van het gebouw stond ooit 'Dagteeken Kunstambachtsschool voor Meisjes'. Bazen: "Maar dat was weggesmeerd achter grijs beton. Nu hebben we er een prachtige dicht­regel van de stadsdichter K. Schippers op aan­gebracht, in de belettering van onze graficus, René Knip." Hoog op de zijgevel zit het orkest­logo, met daaronder vier zwaluwkasten.

Overigens had het natuurlijk gewoon KCO-Huis moeten heten.

De voorgevel met de regel van K. Schippers. Beeld Renske Vrolijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden