Recensie

Nieuwe album Take That klinkt merkwaardig oubollig (***)

Toen de Britse popgroep Take That in 2010 weer tijdelijk herenigd werd met Robbie Williams kwam daar nog best een aardige plaat uitrollen. Het trio zonder Williams levert echter een stuk minder succesvolle muziek op.

Take That tijdens een opname van Gordons talkshow 'Goor draait door.Beeld anp

De levensduur van een boyband is - One Directionfans, letten jullie op? - per definitie beperkt. Jongens worden mannen en tussen die aanvankelijk frisse knapen zit er altijd wel één die net wat getalenteerder is dan zijn collega's. Terwijl die aan een glansrijke solocarrière begint, glijden de achterblijvers onvermijdelijk af naar een roemloos einde. Zo verging het de Osmonds, New Kids On The Block, 'Nsync en ook Take That.

Overbodig gemaakt door de in alle opzichten overdonderende individuele loopbaan van Robbie Williams verloor Take That zich onder leiding van Gary Barlow in steeds irrelevantere pogingen tot grotemensenmuziek. Maar de onverwachte reünie met Williams resulteerde in 2010 zowaar in een verrassend leuk popalbum.

Legertje hitproducers
Inmiddels heeft niet alleen Williams de groep opnieuw verlaten, ook Jason Orange heeft de pijp aan Maarten gegeven. Het eerste album van het trio Take That is er één om de schouders over op te halen.

De poging hip te klinken zonder de oude fans van zich te vervreemden heeft ondanks de arbeid van een legertje hitproducers geresulteerd in een merkwaardig oubollig klinkende plaat. Malle jarennegentig(euro)house wordt afgewisseld met belegen popsongs. Ouwe-jongens-krentenbrood. One Direction heeft niets te vrezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden