Plus

Nieuwbouw van de Kwintijn: een versoberde versie van het grachtenhuis

Met rode en bruine bakstenen bekleding sluit de nieuwbouw van de Kwintijn aardig bij de naastliggende Hallen aan. Over de mix van wonen, werken, horeca en cultuur is lang gepuzzeld.

Tussen de nieuwe kadehuizen aan de Bilderdijkkadestaat het met zwart hout beklede pand De ZaaierBeeld Floris Lok

Laten de Tripadvisors van deze wereld het niet te weten komen, Amsterdam heeft er twee aantrekkelijke bestemmingen bij: het Bellamyplein en de Hannie Dankbaarpassage. Natuurlijk, dat plein lag er al, maar het was sinds 1954 ongewijzigd. Dat gaat binnenkort veranderen, als de openbare ruimte op de schop wordt genomen.

Een beetje jammer eigenlijk, want dat rommelige hart met een spartelvijver voor peuters en het borstbeeld van ene Peter Wilhelm Janssen (filantroop, ondernemer) bepalen de charme van het driehoekige plein. Laat een plek nou eens niet gedesigned zijn, dat is ook een verdienste.

Knap staaltje verdichting
De Dankbaarpassage die De Hallen met de Bilderdijkkade verbindt, heeft ook iets prettig ongeordends door het soort winkels in het genre bric-à-brac en vintage. Je kunt tegenwoordig lekker slenteren tussen de Ten Katestraat en de Bilderdijkkade, want het terrein van de voormalige tramremise raakt gevuld. Een knap staaltje verdichting.

Dit jaar wordt de tweede fase van Kwintijn opgeleverd, de nieuwbouwblokken van architectenbureau Faro aan de kade, de Tollensstraat en het Bellamyplein. Met hun rode en bruine bakstenen bekleding sluiten ze aardig aan bij de tramremise, hoewel het formaat danig verschilt. Een tramremise is uit de aard der zaak een laag en langgerekt complex, de nieuwbouw is hoog en fors. Maar het stoort niet.

De Bellamy- en Borgerbuurt waren in de negentiende eeuw een industriële enclave. Straten volgden de loop van de sloten en vaarten in het voormalige veengebied. Fabrieken, werkplaatsen en dus lage (en kleine) arbeidershuizen streken neer op die slappe bodem, met de enorme remise van de gemeentetram uit 1877 als spelbreker. Daar kwam de gewone Amsterdammer niet.

Eigentijds grachtenhuis
Sinds enkele jaren is het introverte complex binnenstebuiten gekeerd en daar komen nu de 400 woningen van Faro bij. Die zou je een eigentijdse en versoberde versie van het grachtenhuis kunnen noemen met hun kappen en verticale geleding. Faro heeft de traditie van benaming van grachtenpanden overgenomen.

De Jonge Fredrik en De Liefde staat er op de H-profielen in de gevel. Afgezien van versierd, geëtst glas in de balkons aan de Tollensstraat is opsmuk zo goed als afwezig.

De differentiatie moet komen van collectief particulier opdrachtgeverschap aan de kade, waarvan er al een is gerealiseerd: het met zwart hout beklede pand De Zaaier tussen de nieuwe kadehuizen. Dat is een verademing. Immers, de klassieke grachtenwand kent ook lage en hoge, smalle en brede onderbrekingen.

Het Dichtershofje met zijn ingang naar de Tollensstraat maakt het ensemble af. Ook dit is een verwijzing naar de bouwgeschiedenis van Amsterdam, waar de overgang van de openbare weg naar het privédomein bijna drempelloos is. Leuk bedacht, met als kanttekening dat het wonen in de schaduw op het binnenterrein wel wat vraagt van de bewoners. Een flinke voorraad ledlampen om te beginnen.

Onderhandelingsstedenbouw
Dit terrein rondom de remise was een van de meest begeerde nieuwbouwplekken tegen de binnenstad aan. Omdat je het maar een keer goed kan doen, is er lang gepuzzeld over de mengvorm van wonen, werken, horeca en cultuur.

Kennelijk was en is Faro over het resultaat zelf niet helemaal gelukkig. Op de site wordt Kwintijn 'ernstig versimpelde stedenbouw' genoemd want een vorm van onderhandelings-stedenbouw waar ontwikkelaar/belegger en projectbureau het voor het zeggen hebben gekregen.

Bij alle bedenkingen is het sympathiek dat het Oranjehuis een plek heeft gekregen in de wijk, een onderkomen van 53 appartementen voor vrouwen en kinderen die op de vlucht zijn voor huiselijk geweld.

Terug naar het Bellamyplein, dat nu wordt afgesloten met een hoge wand naast Hotel De Hallen. Dat heeft het plein van een sluiproute naar de Ten Katemarkt veranderd in een verblijfsruimte. In dat opzicht is het jammer dat de inrit naar de parkeergarage pal voor het hotel is geplaatst en dus een blokkade vormt tussen De Hallen en het plein zelf.

Er is veel gesteggeld over die ingang; de achtergrond van dit compromis ademt de geest van het verleden, toen de auto heer en meester was in de stad. Inritten van parkeergarages, daar zou zorgvuldiger naar gekeken moeten worden. Al te vaak verstoren ze de openbare ruimte, zoals die bij het Museumplein. Een noodzakelijk kwaad waar de voetganger en de fietser alleen maar last van hebben. Deze kanttekening mogen de Tripadvisors ook weleens plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden