Nieuw licht op ontslag Gijs van Hall in 1967?

Een archief dat dinsdag werd geopend, kan nieuw licht werpen op het vertrek van de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall in 1967.

Documenten in het Nationaal Archief. Beeld anp

Op het toppunt van de roerige jaren zestig kreeg Van Hall zijn congé, nadat een onderzoekscommissie onder leiding van professor Enschedé had onderzocht waarom de autoriteiten machteloos stonden tegen het steeds weer kraaiende oproer.

Stipt om 10 uur verbrak algemeen rijksarchivaris Marens Engelhard dinsdag het zegel dat professor Enschedé in 1988 op de dossiermap had geplakt. "Wat erin zit, geen idee."

Professor Enschedé had uitdrukkelijk de opdracht gegeven zijn persoonlijke correspondentie niet voor 1 januari 2018 wereldkundig te maken.

Barbertje
Enschedé onderzocht waarom de politie in de jaren zestig geen vat kreeg op de opstandige inwoners; ze wist zich geen raad met de ludieke protesten van jongerenbeweging Provo, en in maart 1966 werd het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus ontsierd door een rookbom. In juni viel er zelfs een dode, de aanleiding voor de Telegraafrellen.

Van Hall was zich van geen kwaad bewust. Barbertje moet hangen, snauwde hij tegen journalisten toen zijn ontslag ophanden was.

Op dat moment was alleen een eerste deel van het rapport van de commissie-Enschedé bij hem bekend. Die commissie zou bovendien geen oordeel vellen, meende Van Hall volgens de biografie die Dirk Wolthekker vorig jaar over hem schreef. Dinsdag wordt daarover wellicht iets meer duidelijk.

Openbaarheidsdag
Enschedé deed in 1979 ook nog onderzoek naar het oorlogsverleden van politicus Willem Aantjes. Zijn persoonlijke correspondentie over beide onderzoeken heeft Enschedé ondergebracht in het Nationaal Archief.

De eerste werkdag in het nieuwe jaar heeft het Nationaal Archief ook dit keer Openbaarheidsdag gedoopt. Met enig publicitair geweld openen de archieven, nu de daarvoor vastgelegde termijnen zijn verstreken.

Dat geldt dit jaar ook voor de archieven van het Nederlands Beheersinstituut, dat tussen 1945 en 1947 belast was met het opsporen, beheren en zelfs afnemen van de vermogens van landverraders, van Duitsers in Nederland en van personen die tijdens de oorlog waren verdwenen, met name gedeporteerde en ondergedoken Joden.

Ook deze stukken, 180.000 dossiers maar liefst, zijn dinsdag openbaar geworden.

Lees ook: Faja en lobi overleven al eeuwen in de straattaal

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden