'Nieuw en oud versterken elkaar boven het IJ'

Ga bij alle vernieuwingen in Amsterdam-Noord niet voorbij aan de mensen die er al woonden, stelt Chris Keulemans, chroniqueur van stadsdeel Noord, in een opiniestuk in Het Parool.

Straatbeeld uit de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord. Beeld Werry Crone/Hollandse Hoogte
Straatbeeld uit de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord.Beeld Werry Crone/Hollandse Hoogte

Nieuwe dingen in Noord zijn mooi omdat de oude er des te mooier van worden. Noord was altijd makkelijk over het hoofd te zien, maar dat is aan het veranderen. Met de komst van zo veel nieuws staat alles opeens in het licht. Ook de mensen en de straten en de pleinen die er al waren, met hun versleten stoerheid die nu hun allure terugkrijgen.

Ik bedoel: het broodje bal van slagerij Nick Bos was er altijd al. De döner van Mesir, zijn buurvrouw aan het Mosplein, ook. Die kocht je gewoon, zonder na te denken. Maar nu er in de Van der Pekstraat maandelijks nieuwe zaakjes opengaan kun je opeens kiezen. En daar worden ze des te lekkerder van, die broodjes en döners.

Muts en baardje
De nieuwe coöperatieven schieten uit de grond in Noord. Ze zijn trots op hun nieuwe oude organisatievorm: samen eigenaar, samen de baas. Het geeft iets onverwacht hips aan de Driehoek en 't Anker, wegbezuinigde buurthuizen die nu draaien op vrijwilligers. Helemaal in handen van de mannen die er klaverjassen en de dames van het koor.

Op het Zonneplein heerste vorige week een nerveuze drukte, vlak voor het festival Winters Binnen. Tussen de ijverige jonge makers van de Theaterstraat kreeg het waggelende loopje van Rob Landzaat iets gracieus. Deze veteraan van het Wijkopbouworgaan Tuindorp Oostzaan, liet zich niet gek maken en regelde onverstoorbaar de ene marktkraam na het andere filmscherm.

Ik zag laatst een jongen met muts en baardje aan het Noordhollandsch Kanaal afstappen van zijn bakfiets. Die had hij volgeladen met gitaren, versterkers en een drumstel, op weg naar een gig in de Ruimte. Hij stond ademloos te kijken naar de houten huisjes aan de Buiksloterdijk. Hun spiegelbeeld lag trillend op het water. Er lopen sinds kort overal van die jongens in Noord. Maar deze kreeg opeens een gezicht, omdat hij zo afstak bij de Surinaamse jongens die op het bankje naast hem zaten te kijken naar wat vroeger hun jongerencentrum was.

Anonimiteit
In een grote stad als Amsterdam ligt de ontheemding op de loer. Omdat er zo veel verandert, omdat de stad bestaat bij de gratie van bezoekers en nieuwkomers. Je zegt niet snel: Amsterdam is van mij. Van nieuwe gebouwen en gezichten duurt het altijd even voordat ze hun anonimiteit verliezen. Gebouwen moet je eerst aanraken, er doorheen lopen. Van gezichten moet je ontdekken wat ze eten, hoe ze aan hun geld komen, waar hun geschiedenis ligt. Dan pas krijgen ze persoonlijkheid. En zie je wat er mooi aan ze is. Of tenminste onverwisselbaar. Ze gaan erbij horen. En dan wil je ze niet meer kwijt.

Noord is niet willoos. De vernieuwing rolt er niet zomaar naar binnen. Alles wat nieuw is moet zich eerst bewijzen. Wat er al stond, zet je niet zo makkelijk opzij. Je zet er iets naast. Dat kan hier nog wel. Maar kijk niet voorbij aan de mensen die er al woonden. Want Noord mag lange tijd over het hoofd zijn gezien, stoer is het nog steeds. Het heeft karakter. En tanden.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie achter te laten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden