PlusColumn

Niets op deze wereld geeft zo veel energie als The Prodigy

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Het eerste nummer dat ik ooit playbackte was Out Of Space van The Prodigy. Ik deed het samen met jeugdvriend Mathias op een klassenfeestje bij Joanny thuis. Joanny woonde in een prachtig huis op het WG-terrein.

Ik weet nog dat we voor ons optreden aan het oefenen waren. Althans, we aten tosti's, dronken echte cola en hadden het woord 'choreografie' zonder spelfouten op de voorkant van een kladblok geschreven.

Op de avond van ons optreden waren we zo zenuwachtig dat we voor de deur van Joanny ons eerste sigaretje rookte. Dat werkte niet, dus haalde ik een blikje bier uit mijn rugzak en dronken we samen ons eerste biertje. Dat werkte ook niet, dus toen belde hij maar aan.

Wij waren als vierde aan de beurt. Eerst kwam Dr. Alban, toen was het de beurt aan Whitney Houston, daarna kwam Joe Public en na de laatste tonen van Live And Learn keek iedereen naar ons. Ik weet nog dat ik flauw wilde vallen, maar dat ik niet wist hoe dat moest. Toen gaven we elkaar een high five en zei Mathias: "Gewoon niet nadenken. Wij zijn dit nummer, man."

Het optreden duurde vier minuten. Zijn vader had de week ervoor gympen uit Amerika voor ons meegenomen. Die droegen we. Het waren geen mooie gympen, maar ze kwamen uit Amerika en op de middelbare school kwamen de Verenigde Staten voor schoonheid. Ze waren lichtblauw met geel, het zag er ongetwijfeld uit alsof we toekansnavels aan onze voeten hadden.

Die avond dansten we zoals we daarna nooit meer hebben gedanst. We waren kogels aan het ontwijken op muziek. We veranderden in het nummer. In die tijd bestond YouTube nog niet, maar als we gefilmd waren en iemand had dat filmpje op internet gezet, waren we net zo populair geworden als die niezende panda. We deden geen pasjes, nee, we deden de hele portemonnee. We deden Keith Flint.

In 1992 bestond de muziekindustrie vooral uit aanmaakblokjes, maar The Prodigy liet ons kennismaken met spiritus. Energie. De schoonheid van steekvlammen. The Prodigy was een steekvlam die al onze tienerangsten kon laten verkolen. Hun muziek wakkerde niets aan, nee, het brandde plat. Met beats zo hard dat je een gipsschaar nodig had om ze te kunnen voelen.

Op het eerste album van The Prodigy stond muziek die mijn ouders niet begrepen. En voor die tijd hadden ze alles wat ik luisterde begrepen. Dit was mijn muziek. Ik hoefde het met niemand te delen. Ja, met Mathias.

We zijn nu een kwarteeuw verder en onze liefde voor hun muziek is nooit verdwenen. We geven geen optredens meer, maar we zouden het wel kunnen. Want niets op deze wereld geeft zo veel energie als The Prodigy. Niets op deze wereld heeft zo veel recht op onze energie als The Prodigy. Ze leerden ons dat je nooit naar authenticiteit hoeft te streven als je gewoon vanaf het begin al authentiek bent. En dat experimenteren niet hetzelfde als veranderen is. Echt experimenteren is jezelf blijven, terwijl iedereen om je heen aan het veranderen is. Een radiopresentator vroeg ooit eens aan mij of ik de muziek van The Prodigy in twee zinnen zou kunnen beschrijven.

"Als ik naar The Prodigy luister wil ik met iedereen vechten, maar ik wil vooral ook aan iedereen vragen of ze me alsjeblieft niet op mijn oren willen slaan."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden